Een schattig, onbekend Alpenploegje danst dit seizoen op het miljoenenbal van de Champions League. Vanavond...
...treedt Ajax aan tegen FC Thun, een Zwitserse miniclub met een onvergelijkbaar verhaal. AD Sportwereld ging op zoek naar het mysterie.
THUN - Heinrich Egger vindt het allemaal wel best. De 72-jarige
materiaalman van FC Thun pakt een rood shirt van de stapel en wijst op het
blinkende Champions League-embleem. ,,Dit is wat er veranderd is’’, mompelt
de Zwitser en werkt onverstoorbaar verder in zijn geïmproviseerde washok.
,,Verder kan ik niks bedenken. De club is nog precies hetzelfde, behalve dan dat we wat hoger spelen dan vroeger.’’ Egger is al 56 jaar lid van het clubje uit de Alpen en maakte het allemaal mee. De vierde divisie, het bijna-faillissement, de wedstrijden voor een handvol verdwaalde bejaarden.
En dit seizoen de surrealistische entree op het miljoenenbal. De wereld vraagt zich af welk wonder zich in Thun heeft voltrokken, maar clubicoon Egger weet het ook niet. ,,Niemand heeft dit succes aan zien komen. Het was er opeens.’’
FC Thun is de ongewenste gast op het jetsetfeestje van het internationale
voetbal. De club uit de regio Berner Oberland werd afgelopen seizoen
sensationeel tweede in de Zwitserse competitie en doorstond twee voorrondes
in de Champions League. Malmö FF en Dynamo Kiev beten zich stuk op de ploeg,
die met een begroting werkt van zo’n 3,8 miljoen euro; iets meer dan VVV
Venlo of FC Zwolle.
Arsenal, dat in de eerste poulewedstrijd op de valreep met 2-1 won van de Zwitsers, beschikt over een budget dat 60 (!) keer zo hoog is. Nooit was het financiële gat tussen twee tegenstanders in de Champions League groter dan in september op Highbury. FC Thun is in alle opzichten de kleinste club die zich ooit plaatste voor het kampioenengala.
De thuishaven van de club oogt nog bescheidener dan de begroting. Het Lachen Stadion doet denken aan het complex van een Nederlandse tweedeklasser, maar dan met een sintelbaan. De sponsors moeten het hier doen met drie partytenten achter het doel, op de kleine zittribune is geen plaats.
Slechts de ligging, aan de voet van de Alpen en de oever van de Thunersee, is indrukwekkend. Het stadion is zó beperkt, dat het personeel van de club zijn kantoortje heeft ingericht aan de overkant van de straat. Boven de Ford-garage van de familie Schmutz huurt Thun een paar vierkante meter en een systeemplafond. Zes mannen en vijf vrouwen zijn er driftig aan het werk.
De plaatsing voor de Champions League kwam dusdanig onverwacht, dat Thun in allerijl mensen in dienst moest nemen om aan de eisen van de UEFA te voldoen. Meer dan een grote ringmap van de Europese voetbalbond, vol regels en richtlijnen, was er niet.
,,De catering, het parkeren, de beveiliging; alles was nieuw voor
ons’’, vertelt Joshua Steffen in vloeiend Nederlands. De student
internationale betrekkingen maakt sinds een paar weken deel uit van de
Champions League-organisatie van Thun. Steffen groeide op in Zwitserland,
als zoon van een Amsterdamse moeder.
,,Omdat ons eigen stadion totaal ongeschikt is voor dit niveau, zijn we uitgeweken naar het nieuwe Stade de Suisse in Bern. Een perfecte locatie, maar ook daar waren ze totaal niet gewend aan het hele circus. Iedereen maakt overuren de laatste weken, zowel het personeel als de vele vrijwilligers.
Met liefde en enthousiasme, want dit is een fantastische belevenis. De club en de stad leven al weken in een roes.’’
Die waarheid wordt onderstreept in het idyllische centrum van Thun, aan de oevers van rivier de Aare. ‘Die Stadt der Alpen’ is doordrenkt met de clubkleuren van de plaatselijke trots. De winkeletalages liggen vol met roodwitte souvenirs en op de Rathausplatz wappert de clubvlag.
Opmerkelijk, want Thun heeft op het eerste oog niets van een voetbalstad. Boven de middeleeuwse herenhuizen prijkt een imposant kasteel uit de 10de eeuw, dat doet denken aan het Efteling-paleis van Assepoester. De omringende Alpen geven het decor iets magisch en oubolligs tegelijk. Het fantasielandschap waar de modeltreintjes van Märklín tussendoor tuffen, komt hier tot leven.
,,Deze stad leeft voor een groot deel van toerisme’’, vertelt Dr. Kurt
Weder, sinds 1998 voorzitter van FC Thun. ,,Dit is een perfect startpunt
voor een ski- of wandelvakantie. Veel industrie is er niet en de club moet
het hebben van zijn trouwe, maar betrekkelijk kleine sponsors. FC Thun is
niet gebouwd op het geld van één rijke zakenman, ik ben zeker niet de
suikeroom van deze club.
We zijn stap voor stap omhoog geklommen, zonder meer geld uit te geven dan er beschikbaar was. Want toen ik zeven jaar geleden begon als voorzitter, stond de club op de rand van een faillissement. We speelden in de tweede divisie. Áls er een wonder is bij FC Thun, dan is tot leven gewekt door saamhorigheid en teamgeest.’’
De opmerkelijke opkomst van de club kreeg pas echt vorm in 2001, met
de komst van trainer Hanspeter Latour. De oefenmeester – afgelopen winter
vertrokken naar Grasshopper Zürich - verzamelde een bonte verzameling
spelers om zich heen en promoveerde onverwacht naar de hoogste Zwitserse
divisie. ,,Een team van desperado’s’’, zegt Francois Schmid,
Thun-verslaggever voor dagblad
Blick.
,,Niemand wilde voor FC Thun spelen, want er was nauwelijks geld en de club had totaal geen uitstraling. Latour vond zijn spelers in Afrika, Brazilië of de vijfde Zwitserse divisie. En hij haalde wat afdankertjes op bij de grotere clubs. Allemaal jongens die niemand wilde hebben. Maar het klikte wél. Vanaf dat moment ontstond er iets binnen dat team en Thun werd ieder jaar een beetje beter.’’
De opkomst van de Alpenclub wordt in Zwitserland met bewondering en respect
gevolgd. Het bescheiden FC Wil stoomde een aantal jaren geleden óók op in de
vaart der volkeren, maar aan die club kleefde het poenerige imago van een
rijke eigenaar. Onlangs struikelde FC Wil hard over diens financiële
malversaties, zoals ook Xamax Neuchâtel, Sion en Servette betrokken waren
bij discutabele affaires.
,,FC Thun heeft juist een heel schoon imago’’, zegt journalist Schmid. ,,De club geeft liever te weinig uit dan te veel. Met als gevolg dat de ploeg dit seizoen eerder zwakker is geworden dan sterker. Ze zoeken nog steeds in de kelders van het voetbal naar versterkingen, ondanks de vele miljoenen die ze nu extra verdienen. Dat geld zal voor een groot deel naar een nieuw stadion gaan.’’
FC Thun is een soort nationale knuffelbeer geworden in Zwitserland. De
Champions League-duels in Bern zijn met 32.000 toeschouwers stuk voor stuk
uitverkocht. ,,De hele regio Berner Oberland loopt uit voor de
wedstrijden’’, zegt medewerker Joshua Steffen. ,,We worden in het hele land
gesteund, maar we hebben de kaarten vrijwel allemaal in de omgeving van Thun
verkocht. Bewust, want een avontuur als dit maken we hier misschien wel
nooit meer mee.’’
© AD Nieuwsmedia BV. Alle rechten voorbehouden.
Lees het auteursrechtvoorbehoud.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.hln.be. Sport nieuws: Belgisch voetbal, Buitenlands voetbal, Champions League en Europa League, wielrennen, tennis, formule 1, auto en motorsport, meer sport