OOSTVOORNE - De zoektocht naar het vliegtuigwrak in het Oostvoornse Meer is vergeefs. De Duitsers borgen de resten van Bristol Blenheim IV twee dagen nadat de bommenwerper op 4 juli 1940 door twee Duitse jagers uit de lucht werd geschoten.
Dat zeggen oorlogspublicist Hans Onderwater en de oud-archivaris van de
gemeente Westvoorne.
Kapitein Paul Petersen van de Luchtmacht, die als vliegtuigbergingsdeskundige
bij zoekactie aanwezig is, was gisteren nog in de veronderstelling dat het
wrak op de bodem van de vroegere monding van de maas ligt. Verbaasd is hij
om te horen dat dit waarschijnlijk niet het geval is. ,,Volgens de
informatie van de Britse Air Historical Branch werd het wrak nooit geborgen.
Aan het begin van de oorlog was de registratie echter niet niet optimaal.’’
Gisteren zette de Marine de speurtocht naar het ‘erfgoed’ niettemin voort.
,,We zijn vooral geïnteresseert in de bommenlast van de Blenheim,’’ zegt
Petersen. Een amateur-onderwaterarcheoloog vond onlangs iets dat leek op een
zeskantige ‘4-lips staafbrandbom’ op de bodem van het meer. Hij heeft het
projectiel zelfs in zijn handen gehad. Eerder zou de duikende archeoloog op
vijfentwintig meter diepte een stuk van een vleugel hebben gezien.
Volgens kenner van de Tweede Wereldoorlog Hans Onderwater is het mogelijk dat
delen van de vleugels op de bodem van het meer zijn achtergebleven. ,,De
romp en de motor zijn geborgen,’’ weet hij zeker.
Oud gemeentearchivaris Cees Wind (77) vetelt dat de Duitse bergers in de
vliegtuigromp het lichaam van een van de drie bemanningsleden, sergeant G.E.
Maydon, aantroffen. ,,Ze begroeven hem ergens in de duinen.’’ Na de oorlog
heeft de toenmalige gemeente Oostvoorne Maydon bijgezet op de
oorlogsbegraafplaats in het dorp.
© AD Nieuwsmedia BV. Alle rechten voorbehouden.
Lees het auteursrechtvoorbehoud.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.hln.be. Nieuws: Belgisch nieuws, buitenlands nieuws, bizar nieuws, gezondheids nieuws, wetenschaps nieuws