*

 

‘Ze werd vernederd en niet gekend’

Judy Wagenaar. FOTO ERIC TAAL

GROENE HART - ‘Ze moest lang wachten eer ze naar het toilet geholpen werd en er werd zelfs tegen haar gezegd: dan poep je maar in bed!’ In haar boekje ‘Wilt u alstublieft voor mij zorgen?’ heeft de Woubrugse Judy Wagenaar alle verdriet, woede en frustratie over de behandeling van haar bejaarde moeder in verzorgings-, verpleeg- en ziekenhuizen van zich afgeschreven.

,,Na haar overlijden heb ik een week lang alle snoeren en bellen eruit gehaald en alles wat ik te zeggen had opgeschreven,’’ vertelt de oud-journaliste. Het resultaat stond drie jaar lang als een bestand op haar computer, vanmiddag wordt het alsnog in boekvorm gepresenteerd.

Vijf jaar lang bezochten Wagenaar, haar zus en broers hun zieke moeder. Trouw hielden ze in schriftjes bij wat ze aantroffen en meemaakten. Hun moeder schreef aanvankelijk mee. Hoewel Wagenaar in haar beschrijving geen arts of inrichting spaart, noemt ze geen enkele naam. ,,Ik ben geen heksenjacht op verpleeghuizen begonnen. Mijn moeder zou dat al helemaal niet willen. ‘Lieverd, er zijn ook zoveel lieve zustertjes’, zou ze dan hebben gezegd.’’

Uit de beschrijvingen van Wagenaar komt weer eens duidelijk naar voren dat het kennelijk noodzakelijk is keihard voor je eigen belangen op te komen, als patiënt in een verpleeginrichting. Of te hopen dat er iemand anders is, die dat voor je doet. ‘Er is soms schromelijk in zorg tekortgeschoten. En dan bedoel ik niet alleen het helpen bij het toiletbezoek of het op tijd wassen, nee, mijn moeder is er vernederd, is er niet gekend en soms is zij er helemaal niet gezien. Zij maakte dan een ongelukkige indruk als je haar bezocht en ik ging op mijn beurt huilend in mijn auto naar huis. Ik kan niet accepteren, maar moest dat helaas wel, dat anno 2005 dit in ons land, in een verzorgingshuis gebeurt. Wetende dat mijn moeder niet de enige is, moet je huiveren voor anderen en misschien later wel voor jezelf’, schrijft Wagenaar.

,,Ze was een prachtmoeder,’’ vertelt ze. ,,Als wees werd ze opgevangen door het Leger des Heils. Daar is ze zich ook altijd voor in blijven zetten.’’

Dat leven in dienst van de medemens, bleek echter nog geen garantie voor goede zorg, toen ze die zelf hard nodig had. De vrouw die beide armen had gebroken, wordt op onbeholpen wijze uit haar stoel getrokken, aan die pijnlijke armen. Oorzaak? Steeds weer andere verpleging dat geen medisch dossier leest door tijdgebrek of omdat het zoek is. Operatiewonden die regelmatig schoon gemaakt moeten worden, worden keer op keer ‘vergeten’. Hoewel ze geabonneerd is op de interne wasservice, treft de familie haar vuile kleren gewoon in de kast aan: moeder ligt ondertussen in het ondergoed van een andere bewoonster. De druppel vormt de verpleeghuisarts die zich op de zaal meldt om te kijken hoe het met de patiënt is. De dokter blijkt er ondanks telefoon, gsm, sms, fax of e-mail niet van op de hoogte dat ze dan al dood is.

Judy Wagenaar trok keer op keer aan de bel bij de verpleging, bij zaalartsen, bij de leiding en bij het management. Maar het leidde slechts sporadisch tot een bevredigende oplossing. Het komt zelfs zover dat de familie overweegt een privé-verpleegster in te huren zodat de verzorging van hun moeder wat dat betreft tenminste verzekerd is.

,,Ik vind het niet erg dat mijn moeder dood gaat, want dat gaan we allemaal een keer. Maar sterven door verwaarlozing, dat mag niet mogelijk zijn,’’ blikt de auteur terug. Haar boek is er gekomen door de hoofdarts. ,,Die vroeg of ik niet iets kon met het verblijf van mijn moeder in het verzorgingshuis.’’ ‘Hij weet namelijk een gedeelte van wat er is fout gegaan in het huis waar hij werkt. Bovendien helpt het mij om de woede, de onmacht en het verdriet over dat wat mijn moeder moest ondergaan, maar ook is aangedaan, van me af te schrijven’, noteert ze in haar boek. De inrichting waarover ze schrijft, staat in een stad in Zuid-Holland, meer wil ze er niet over zeggen. ,,De ouders van mijn man zijn beiden in Noord-Holland probleemloos in een verpleeghuis gestorven. Ik heb wel eens gedacht, misschien komt dat toch omdat het daar een tehuis was in een dorp, niet in een stad. Het ging allemaal zoveel gemoedelijker.’’

,,Wat zou de wereld veel mooier zijn als we een beetje oog hadden voor elkaars pijn,’’ besluit ze. Dat dat in het geval van haar op 86-jarige leeftijd overleden moeder uiteindelijk niet is gelukt, wijt ze aan chronisch personeelstekort dat ook nog niet capabel is. ,,Dat is de kern van het probleem.’’

Wilt u alstublieft voor mij zorgen? Judy Wagenaar, ISBN 978-90-484-0205-2

14/09/08 21u52
mailIcon print | |
commonMessages.loading
Aan het laden ...
Nieuws

Alles over