Jo Hochstenbach (42) uit het Limburgse Sittard had lang uitgekeken naar zijn droomvakantie op Jamaica. De 16-daagse reis veranderde echter in een horrortrip. Hochstenbach raakte betrokken bij een verkeersongeval , beleefde angstige momenten in een Jamaicaanse cel, kwam op borgtocht vrij, maar mag het Caribische eiland niet verlaten.
In het AD doet Hochstenbach vandaag zijn verhaal en vertelt dat hij een zenuwinzinking aan zijn nachtmerrie overhield.
Op 18 augustus worden de Limburger en zijn vrouw Karin (41) in hun Toyota Yaris van aangereden door een bestelbusje. De bestuurder van het busje, dat een meter of twintig was doorgeschoten, kwam boos op hen af.
De Limburgers schrikken, een meter of vijftien verderop zien ze naast de weg een gewonde man liggen. Hij probeert tevergeefs overeind te komen. De politie laadt de gewonde Jamaicaan in een politiewagen en voert hem af. Uren later krijgt het Limburgse stel te horen dat het slachtoffer van de aanrijding is overleden.
Betonnen bed
Hochstenbach belandt in de gevangenis. Vijf dagen lang zit hij met zeven verdachten van moord, drugssmokkel, inbraken en fraude in een cel van twee bij drie meter. Er zijn slechts vijf betonnen bedden, een toilet en een waterkraan. 'Zoiets wens ik niemand toe', zegt hij.
Na betaling van een half miljoen Jamaicaanse dollars (zo'n 4000 euro), voorgeschoten door zijn verzekeraar, komt de onfortuinlijke vakantieganger op 24 augustus vrij.
Dan begint deel twee van zijn nachtmerrie. Hochstenbach moet zijn paspoort inleveren, dient zich in te schrijven als resident en moet zich wekelijks melden bij de politie in afwachting van zijn voorgeleiding op 3 oktober.
Lees het hele verhaal vandaag in het AD


