DEN HAAG - Naar aanleiding van een serie televisieportretten die de Vara maakte over uitgeprocedeerde asielzoekers hebben PVV-Kamerleden Martin Bosma en Sietse Fritsma vragen gesteld aan media-minister Van Bijsterveld.
De vrijheidspartij vindt dat de omroep met de korte films de mediawet overtreedt. De Vara zou de asielzoekers enkel als zielig in beeld brengen en daarmee een eenzijdig beeld van uitgeprocedeerden geven. De PVV spreekt van 'asiel-propaganda' en 'het verheerlijken van asiel-immigratie'.
Nederland Zwaait Uit
De portretten, die elk één minuut duren, schetsen de situatie van kinderen ''die in ons land geworteld zijn, maar door de huidige regering het land worden uitgezet.'' Ze worden vanaf morgen uitgezonden onder de titel 'Nederland Zwaait Uit' en zijn te zien in diverse televisieprogramma's.
In een persbericht valt te lezen dat de Vara niet wil dat deze kinderen ''onopgemerkt'' op het vliegtuig worden gezet. De dreigende uitzetting van de 14-jarige Sahar Hbrahim Ghel is voor de Vara aanleiding voor de actie. ''Velen vinden dat Sahar in Nederland moet kunnen blijven. En Sahar is niet de enige die in een benarde positie is gekomen door strenge regels en ellenlange procedures,'' aldus de omroep.
Omroep niet kritisch
De PVV trekt de conclusie dat de staatsomroep niet kritisch tegenover asielzoekers staat en stelt dat de publieke omroep nooit de negatieve elementen van de immigratie laat zien. Criminaliteit en overlast zouden onbelicht blijven. Ook zouden asielzoekers consequent als zielig worden neergezet, terwijl veel uitgeprocedeerden keer op keer hun vertrekplicht negeren.
Op de PVV-site valt verder te lezen dat de Vara zich, volgens de partij, al eerder aan 'asiel-propaganda' heeft bezondigd. Zo zond de omroep in 2005 het programma '26.000' gezichten uit. Later bleek een aantal hoofdpersonen te hebben gelogen over hun vluchtverhaal. Het zou onder meer om criminelen gaan.
Dit is volgens de PVV in strijd met de Mediawet die voorschrijft dat de staatsomroep ''gebalanceerd dient te berichten'' en aldus ''op evenwichtige wijze'' een beeld van de samenleving moet geven. (DVDH)


