AMSTERDAM - Lotte (inmiddels 5) weegt geen grammetje te veel.
Een gezond, slank meisje, actief en beweeglijk, hooguit iets aan de kleine kant. Moeder Rosanne keek dus vreemd op toen de consultatiearts anderhalf jaar geleden ineens begon over haar gewicht: dat was wel heel erg laag.
,,Lotte zat altijd net binnen de curves, hoewel ze sinds haar geboorte aan de lichte kant is.’’
Nu was dat ineens anders. ,,De arts vroeg of Lotte wel goed at. Maar ja, ze is nooit een grote eter geweest. Volgens de consultatiearts kon er best wat meer en vooral wat steviger worden gegeten. De arts raadde ons aan om haar in het vervolg goede vette producten voor te schotelen. Volle yoghurt in plaats van magere en geen halvarine meer. En die smeerkaas hoefde ook echt niet 20-plus te zijn.’’
De arts vond het niet verontrustend, zegt Rosanne, ze wilde het gewoon even zeggen. ,,Dat was wel even wennen, want wij eten thuis heel gezond en we hebben nooit margarine in huis laat staan roomboter, maar vooral light producten. Je leest zoveel over obesitas, dat zal ons niet overkomen.’’
Wie in de supermarkt een blik werpt in de mandjes van jonge ouders, komt een boel ongezonds tegen. Maar evenzeer zijn er ouders die naar de andere kant doorslaan. Karretjes vol Rivella Light, zuivel (‘met 0 procent vet’) en crackers die zo light zijn dat ze bijna wegzweven. In de buurten die sociaaleconomisch goed scoren, kunnen ze de vetarme en gezonde artikelen niet aanslepen, lijkt het. Kinderpsychiater Annemarie van Elburg van Rintveld, een centrum voor eetstoornissen en onderdeel van Altrecht, stelt dat er een groep mensen is die ultragezond leeft. ,,Voor hen zelf is dat niet per se slecht, maar zij verliezen soms uit het oog dat kinderen meer en andere voedingsstoffen nodig hebben. Zij eten altijd boterhammen zonder boter, maar kinderen hebben die boter nodig.’’
Tatjana van Strien, hoofddocent psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, deed onderzoek naar eetgedrag en persoonlijkheidskenmerken. Zij noemt het verstandig van de consultatieartsen dat zij hun zorgen uiten over het verkeerde eetgedrag. ,,Kinderen kunnen er de rest van hun leven last van houden.’’
Volgens Van Strien sluiten de constateringen van de consultatieartsen aan bij het heersende idee over vet. ,,Vet is slecht, dat wordt er aan alle kanten ingeramd. Terwijl kinderen ook vet nodig hebben. Zij zijn in de groei, dus het is zaak dat ze juist zwaarder worden. Vet hoort onderdeel te zijn van het kindermenu.’’
Ook vindt Van Strien dat ouders zich, helemaal bij de heel jonge kinderen, verre moeten houden van light producten. ,,Al was het maar vanwege de aspartaam die er vaak aan is toegevoegd. Dat is een ronduit schadelijk middel.’’
Maar light producten brengen voor kinderen nog een ander risico met zich mee. Van Strien: ,,Kinderen weten precies wanneer ze genoeg hebben gegeten. Wie zijn kinderen te lichte producten geeft, brengt ze in de war. Ze eten en ze eten en het verzadigingspunt wordt simpelweg niet bereikt. Light producten geven een verkeerd signaal af aan een lichaam dat nog volop in ontwikkeling is.’’


