Bosnische moslimvrouwen in Den Haag. FOTO VALERIE KUYPERS/EPA
DEN HAAG - De kans dat nabestaanden van slachtoffers van de genocide in Srebrenica genoegdoening krijgen, lijkt sinds gisteren flink kleiner geworden.
De ‘Moeders van Srebrenica’ hebben de Nederlandse Staat aangeklaagd omdat Nederlandse militairen verantwoordelijk waren voor de veiligheid in de Bosnische moslimenclave toen Servische troepen er in juli 1995 rond de 8000 mensen om het leven brachten. Voor de rechtbank in Den Haag zagen de nabestaanden de pleidooien in de zaak gisteren uitmonden in stevig geruzie.
De partijen zijn het er niet over eens of de zaak door een Nederlandse
rechtbank mag worden behandeld. Advocaat Bert-Jan Houtzagers, die namens de
Nederlandse Staat optreedt, stelt van niet omdat het Nederlandse Dutchbat
zijn missie in Srebrenica uitvoerde onder verantwoordelijkheid van de
Verenigde Naties. Het Openbaar Ministerie, dat de rechtbank adviseert, is
dat met Houtzagers eens.
Onder toeziend oog van de Dutchbatters scheidden Servische militairen
duizenden moslimmannen en -jongens van hun familie. De Serviërs voerden hen
weg, waarna ze werden geliquideerd. Het was de grootste massamoord in Europa
sinds de Tweede Wereldoorlog.
De VN zouden volgens het eigen Handvest immuun zijn voor vervolging in
nationale rechtbanken. Maar volgens Marco Gerritsen, advocaat van de
nabestaanden, zijn er wel degelijk grenzen aan die onschendbaarheid. ,,De VN
hebben als taak genocide te voorkomen, niet om genocide toe te staan.’’
Op 10 juli laat de rechtbank weten of zij zichzelf bevoegd acht de zaak te
behandelen. Mocht dat niet het geval zijn, dan zijn de ongeveer zesduizend
nabestaanden van de massamoord hun juridische strohalm kwijt. De VN kennen
volgens Gerritsen geen eigen rechtsgang, hoewel die er al lang had kunnen
zijn.
,,Het zal toch niet gebeuren dat we nergens terecht kunnen?’’ verzuchtte
Munira Subasic, een van de Moeders van Srebrenica, na afloop van de
rechtszitting. ,,Ik wil genoegdoening. De Serviërs hebben 22 leden van mijn
familie vermoord. Hun resten zijn nog altijd niet gevonden.’’


