Onze correspondent Aernout Zevenbergen volgt in het Afrikaanse
Liberia de verkiezingen. Vandaag de laatste aflevering: de dodenrit met
Moses.
Moses is een fatalist.
"Bij de gratie van God komen we heelhuids thuis." Zojuist hadden we een dodensprong gemaakt op de weg van Gbargna in het noorden van Liberia, naar de hoofdstad Monrovia. Moses reed, ondanks herhaalde verzoeken het ietsje rustiger aan te doen, veel te hard. Hij zag de krater niet in de weg. "O, o", was het enige dat hij uitte. Een salto mortale leek ons te wachten.
Drie kwartier eerder hadden we op een paar seconde na een frontale botsing gehad met een auto die in volle vaart door een diepe plas reed, van de weg vloog en tegen een boom tot stilstand kwam. Zes gewonden haalden we eruit, waarvan er één later in een ziekenhuis overleed. Een dominee nam hen mee – zwaar bebloed, en met dikke gezichten en kneusingen.
"God beschermt ons", had Moses toen gezegd. Met een elastiekje uit het haar van een Britse collega bindt hij opnieuw het een plastic zakje om de inlaat van de radiateur. Hij kneedt een klein stukje zeep, en stopt er het gat mee dat hij sloeg in het oliereservoir. Hoewel de jerrycan met benzine achterin zojuist de halve inhoud heeft uitgegooid over de achterbank, steekt Moses doodleuk een sigaret op. Een gewone benzinetank heeft de auto niet meer.
De leidingen steken uit de jerrycan, waarin de benzineverkopers hun glazen potten met brandstof leeggooien. Een paar liter elke keer, want zo groot is de jerrycan niet. "Sorry", zeg ik hem. "Sigaret uit. Nu! En voor jouw informatie: jij rijdt deze auto, en niet God. Dus jij neemt de vernatwoordelijkheid. Ik wil heelhuids thuiskomen, bij de gratie van Moses eerst, en pas daarna bij de gratie Gods." Zijn remmen werkten niet meer. Na het vallen van de avond bleken ook zijn voorlampen niet te werken, en toen de tropische regenbui losbarstte deden ook de ruitenwissers het niet meer. Ik zat naast Moses, en zag niets meer.
Met een doekje veegde ik zijn raam van binnen schoon. "Niet nodig – ik zie alles!" Mijn bloed begint te koken. "Hoe kan dat? Ik zie niets, en ik kijk toch echt door hetzelfde raam!" We naderen Monrovia – het is donker, het regent pijpenstelen. De kortste weg de stad in gaat door een wijk die berucht is om zijn gewapende overvallen en verkrachtingen. Wat te kiezen: een uur extra in deze rijdende lijkkist met Magere Hein naast me, of het er op wagen de gevaarlijke wijk in waar VN-personeel niet mag komen na het donker?
"Het is beide waardeloos en geschift en stompzinnig", zeggen de twee vrouwelijke collega's achterin. De Amerikaanse fotograaf wil zo snel mogelijk van alles af zijn – terug in Monrovia; ik deel zijn mening. Bij zware regens houden criminelen zich rustig, en meer buitenlanders in Afrika vinden de dood in het verkeer dan om welke andere reden ook.
Ik wil van de weg af. Desnoods door de beruchte wijk.
"Ik zei het toch? Bij de gratie Gods!" Moses is erg tevreden met zichzelf, als we het hotel naderen. En nog is het niet voorbij. Hij ziet de auto voor ons vele seconden te laat; opnieuw laten zijn remmen het afweten. Een snelle ruk aan het stuur, op centimeters ontwijken we de ander.
"Het is goed zo, Moses. Ik stap uit. De laatste meters loop ik."
Tempel van Gerechtigheid
"Een familie zonder geweld
is een gelukkige familie." " Mishandel je vrouw niet." En
zelfs: " Verkracht geen vrouwen, ze zouden wel eens aids kunnen hebben."
Langs de kant van de weg staat Monrovia vol met borden die het enorme
seksuele geweld in het land moeten afremmen.
Niemand
weet de cijfers – die bestaan niet in
Liberia. Maar de omvang zou enorm zijn. Zelf heb ik het laatste bord niet
gezien – ik ben er met een fotograaf één dag lang mee bezig geweest om hem
te zoeken. Ergens zou het moeten staan. Blunter ken ik een campagne niet die
geweld tegen vrouwen moet indammen. De burgeroorlog is voorbij, maar de
frontlinie in Liberia lijkt verschoven naar de slaapkamer. Daar verkrachten
sommige vaders hun dochters, sommige grootvaders hun kleinkinderen. Sommige
ooms hun nichtjes. Sommige familievrienden pakken de kleinsten.
Het zijn verhalen die wij journalisten vaak laten liggen in Afrika. Er hangt
een groot taboe op – mannen in Afrika laten zich niets vertellen over
seksueel gedrag, en hebben hun hart niet op de tong liggen. "Je bent
geen man als je niet voor je familie kunt zorgen", vinden mannen. Maar
wat dan als je in een land leeft waar niets functioneert, en jij als man je
taken niet kunt vervullen? Wat als jij als man faalt? Wat als jij je als man
gecastreerd voelt omdat je geen geld binnen kunt brengen? Wat is dan
gemakkelijker dan je mannelijkheid af te dwingen? En wat is dan eenvoudiger
als doelwit dan een meisje – je zus, je dochter, je kleindochter? Vooral in
veraf gelegen dorpen is de schaamte door verkrachting levensgroot. Meisjes
doen er beter aan te zwijgen, want hun kansen in de huwelijksmarkt klappen
ineen.
Bovendien: rechtszaken leiden zelden tot nooit
tot vervolging. Zo is er het meisje van negen in een kamp voor ontheemden,
dat door een 30-jarige vriend van de familie een kamer werd binnengelokt en
werd verkracht. Ze schuift zenuwachtig met haar voeten over de vloer. "
Het doet nog steeds zo'n pijn van binnen", fluistert ze. Haar
verkrachter is de schoonzoon van een machtige man in de buurt. Hem vervolgen
durft niemand. Hij lachte haar toe, onlangs toen ze hem op straat tegenkwam.
"Ik kan alles doen wat ik wil", had hij haar nageroepen. Bij de
rechtbank heeft het meisje niets te zoeken. Het ministerie van Justitie is
een in verval geraakt ruïne, waar in grote metalen letters op de muur "
Tempel van Gerechtigheid" staat geschreven. De letters roesten en
verweren. Binnen ziet het er even beroerd uit. "Ik wil hier weg",
treurt een vrouw op het ministeriële terrein. "Er is geen
gerechtigheid hier. Hoe kan ik leven zonder gerechtigheid?" De
burgeroorlog van Liberia is voorbij. De geweren zwijgen. En toch gaat de
strijd door. In slaapkamers, in de bosjes, bij de waterpomp.
Wachten op een kola noot
Een metalen staaf slaat op een oude
velg. De velg hangt aan een touw. Het geluid klinkt diep het oerwoud in, dat
ligt rond Hoffman's Station – een gehucht in het zuidoosten van Liberia. De
oorlog heeft hier stevig huisgehouden. Een paar huizen verderop is het
centrum van een geheime religieuze sekte, waar volgens de overlevering
offers worden gebracht. " Ook mensenoffers", fluisteren
dorpelingen. Niemand die het zeker weet, want het terrein van de sekte is
zwaar verboden gebied. Geen mens waagt zich er. De sekte doet niets om de
geruchten te ontzenuwen – zolang de buurt vreest, komt de buurt er niet.
Ik ben in Hoffman's Station om uit te zoeken hoe vijftien jaar oorlog in
Liberia de tradities en gebruiken hebben vernietigd. De gewapende bendes die
door het land trokken, vernietigden alles dat in hun spoor kwam. Zij
moordden bruut, en zonder reden. Iedere Liberiaan is minstens één keer op de
vlucht geslagen in zijn leven; verloor eens alles wat hij of zij bezat. Van
kledingstukken tot kookpotten, van bedden tot zaklampjes om 's avonds te weg
te vinden. Van auto's tot kammetjes. Maar dat is allemaal materiaal, dingen.
Wat blijft over in tijden van oorlog van de oude gewoontes, die houvast
geven?
Tradities wijzen de weg, vertellen waar je
vandaan komt en waarheen je gaat. De oude bel aan het touw roept de mannen
van Hoffman's Station op om te komen palaveren – een ouderwets woord, dat
zoveel betekent als " heen en weer zwetsen". Praten tot iedereen
een ons weegt – het is een geliefde bezigheid. Liberianen bouwde er een eeuw
geleden zelfs aparte huizen voor: Palaver Huizen. Eén voor één druppelen ze
binnen. Jonge mannen, oude mannen.
De chef van de clan
gaat zitten, onder zijn eigen portret, naast de chef van het dorp. Zij
kijken, wachten, zeggen niets. Mijn tijd begint te dringen. Ik sta geboekt
voor een vlucht, en mijn piloten wachten niet. Als ik mijn vragen begin te
stelen, aangemoedigd door de secondewijzer op mijn klok, roept de baas van
het dorp me tot de orde. We kunnen nog niet beginnen. Ik vraag Solomon, de
man die me hier bracht, waar we op wachten. "Niet het hele dorp hoeft
er bij te zijn toch?"
"We wachten op de kola
noot. Wij bieden gasten een kola noot – een lekkernij, en een teken van
gastvrijheid. Jij krijgt eerst de kola noot aangeboden. Dan vertel je wat de
reden is van je bezoek, en dan begint het gepalaver. Voor het zover is moet
iemand eerst een kola noot gaan halen." De tijd tikt weg – ik heb nog
twintig minuten. "Geduld, Aernout", adviseert Solomon. "Tijd
is ook maar tijd." Dan komt de man die de sleutel is naar het gesprek.
Op een dienblad brengt hij in een schaaltje de kola noot, in kleine stukjes
gesneden. Ik bijt erop, wacht tot iedereen zijn stukje krijgt en besef dat
soms ook zonder woorden van anderen het verhaal zichzelf vertelt. In het
oerwoud van Hoffman's Station zijn sommige tradities nog springlevend. Laat
het palaveren beginnen, ik moet een vliegtuig halen.
De Chinezen nemen Silver Beach
De vrachtwagens sturen aan op
het strand. Achterin de bak zitten leden van het Chinese Volksleger; een
rode vlag met gele sterren op hun schouders. Het strand ligt aan de
Atlantische Oceaan. De manschappen zijn duizenden kilometers van huis, en
van hun Gele Zee. Ze kijken uit, lijken het niet te vertrouwen. Iemand had
gezegd dat hier haaien zwemmen.
Op Silver Beach zitten
de internationale vredestichters van Liberia. Het is een zondag – de enige
dag waarop niemand werkt. Gisteren zweetten zij nog in kantoren. Surfboarden
vandaag binnen handbereik, en een koel Heineken biertje op tafel. Condens
slaat op de groene flesjes.
Als één van de hoogste bazen
van de VN ook even komt pootje paden, neemt hij in zijn kielzog de
elite-eenheid mee van het Filippijnse leger. Mannen met stoere zonnebrillen
die zij strak tegen de ogen drukken. De lopen van hun automatische geweren
wijzen naar beneden. Zij praten in hun radio's als de hoogste baas vijftig
meter doorloopt. En zij kijken speurend om zich heen. Klaar om te schieten.
De Chinese volkssoldaten bewegen zich langzaam naar de zee. Heel voorzichtig
gaan wat kistjes uit. Zij fotograferen elkaar. Voor de truck, voor de zee,
en naast mij om mijn badhanddoek. Een mij onbekende soldaat slaat een arm om
me heen alsof we goede vrienden zijn. De flits gaat af, en weg is mijn "
vriend". Geen idee hoe hij heet.
Gestaag komen de
manschappen los. Glimlachjes verschijnen, ogen beginnen te glinsteren. Na de
kistjes gaan nu ook de sokken uit. Een enkeling beweegt zich enkeldiep in de
zee. De zilte lucht lijkt de Chinese manschappen naar de bol te slaan. Dikke
uniformen dragen zij – in schril contrast met de bikini's en shorts die de
andere internationale staf aanheeft. Mijn " vriend" loopt de zee
in, met alles aan. Een ander neemt een aanloopje en maakt een salto de
golven in. De Chinese vredestroepen gaan even helemaal los. Stijve lachjes –
ze zijn het niet gewend zich even echt te ontspannen. Maar het ongekende
gebeurt. Steeds meer Volkssoldaten rennen en duiken in de golven. Uniformen
nat, petten drijven weg. Spartelend en spelend overwinnen zij de Atlantische
Oceaan.
Kruidendokters
Ze heten Dokter
'Worm', Dokter 'Hand van Macht' of Dokter 'Vrede'. In tenten staan ze langs
de hoofdweg van Monrovia. Handopleggers, toekomstvoorspellers,
kruidendokters. De meesten komen uit landen in de regio. Nigeria is sterk
vertegenwoordigd, en
Benin – het enige land ter wereld waar voodoo één van de officiële
godsdiensten is.
"Wij zijn de ambassadeurs van de
natuur-geneeskunde", zegt Kehinde Oseni Osho. Hij is de voorzitter van
de groep van nomadische kruidendokters. "Wij trekken de wereld over om
mensen te overtuigen van de kracht van de natuur." Op doeken voor hun
tenten schrijven zij de klachten en problemen waarvoor zij oplossingen
hebben. "Onvruchtbare vrouwen", "herrie van de maag", "
aambeien", " mannelijke kracht". In plastic flessen houden zij
hun toverdrankjes – geel, oranje, donkerpaars.
Osho is een specialist op het vlak van de onvruchtbaarheid. Zijn
kruidenmengsels doen wonderen, meldt hij. Hij leerde het vak van zijn
ouders, en zal het ook zijn zoon onderwijzen. Ik ben een journalist – ik
hoor cynisch te staan tegenover de verhalen die ik hier hoor. Maar in mijn
achterhoofd klinkt altijd wel een belevenis van iemand voor wie ik mijn hand
in het vuur zou steken. Over nierstenen die na een week weg waren, of
nachtmerries die verdwenen. Toen ik twaalf was, adviseerde mijn moeder mij
om mijn handen te wassen in het licht van de volle maan; het was een
wijsheid van een zeevarende achteroom. Binnen een maand waren al mijn
wratten verdwenen.
Geen van Osho's dokters zegt nog te
geloven in de oude verhalen over geesten van voorvaders, of in zwarte magie.
Die dagen zijn voorbij. "Ik ging naar school, leerde er rekenen en
schrijven, werd een christen – wat moet ik nog met die oude zwarte magie?
" "Voodoo is dood!" Dokter 'Vrede' gelooft nu in Jezus en in de
medicinale werking van zijn eigen kruiden, die hij speciaal laat invliegen
uit Nigeria. "De manieren en wetenschap van het westen veranderen ons
leven, ons geloof. Het oude is voorbij. We leven in de 21ste eeuw nu."
Emergency Sex
Een lunch in een restaurantje in
Monrovia. Drie vriendinnen delen een pannenkoek met stroop, en praten over
de liefde. Ze verschuiven ongemakkelijk, hun blikken verharden. "Daar
zouden jullie journalisten eens over moeten schrijven", zegt Marika*. "
Over de mannen-op-missie en hun leugens. Ik zou je graag mijn verhaal
vertellen over de man die mijn leven vernietigde, aar ik vrees de rechtszaak
die hij zal aanspannen als ik alles uit de doeken doe."
Met honderden zijn ze neergedaald; hulpverleners, logistiek medewerkers,
administrateurs. Ze komen van over de hele wereld op contracten van een paar
maanden, hooguit een paar jaar. Liberia heet nog te gevaarlijk te zijn voor
gezinnen, dus komen zij alleen. "Tallozen verzinnen een verhaal, over
wie ze zijn en waar ze vandaan komen. Elke man is vrijgezel en inderloos"
, vervolgt Marika. "Tot je zwanger bent. Dan schieten ze in de paniek.
Dan komt het echte verhaal naar boven." Ver van huis zitten ze, in een
wereld die trekt en duwt, die zware eisen stelt. Liefdes bloeien, liefdes
verwelken. Drie hulpverleners – twee mannen en een vrouw - schreven er
onlangs gezamenlijk een boek over: "
Emergency sex and other desperate measures".
Een
hogedrukketel is het in Liberia. Dagen van veertien, vijftien uur werken. De
hoofdstad Monrovia heeft geen stroom, geen water; scholen zijn jarenlang
gesloten geweest en openen weer hun deuren. De wegen zijn aan flarden
gereden door de tanks van de vredesmacht van de Verenigde Naties.
Dit land vraagt het uiterste van iemands creativiteit, en energie. Niets is
mogelijk, en toch moet alles. De werkdruk is groot, want er is gruwelijk
veel te doen in een land dat herstelt van een bloedige burgeroorlog. En
behalve werk is er niets te doen. Geen bioscopen of theaters. Geen
boekhandels. "Work hard – play hard". Als het niet zo
verschrikkelijk drukkend heet zou zijn, zou ook ik de verleiding kunnen
voelen.
* Marika's naam is om redenen van privacy
veranderd
Het biertje van George Weah
"Nee – de buitenlandse pers doet George niet" , had een
Duitse collega me al gewaarschuwd. "Hij rijdt rond in zijn Hummer, als
een soort van reizend circus om stemmen te trekken."
Tientallen buitenlandse journalisten zochten de afgelopen weken een
audiëntie met
George Weah - de internationale topvoetballer, die in1995 de drie
belangrijkste internationale voetbalprijzen in de wacht sleepte voor zijn
talent.
Weah wil president worden van zijn
door burgeroorlogen verscheurdeland, dat overleeft op buitenlandse
assistentie. Maar de buitenlandse pers kan hem niet te pakken krijgen;
interviews geeft hij niet meer. Weah is – zo gaat het gerucht – boos,
beledigd, teleurgesteld en treurig. Het gaat om één zinnetje, in een groot
en lovend portret over hem in de beroemde
New York Times.
Die journalist had
geschreven dat Weah tijdens het interview gulzig van een biertje genoot. En
dat zindekoning Weah niet. Het belooft niet veel goeds voor een land als een
presidentskandidaat zo gevoelig is voor observaties van waarnemers, die hem
niet zinnen. Zeker niet als dat land de komende jaren aan een internationaal
infuus van hulp en militaire bijstand moet. Zonder de Verenigde Naties en
alle hulporganisaties gebeurt er niets in Liberia. Daarvoor zijn depuinhopen
te groot en de structuren te grondig vernietigd.
Zelfs in de jonge organisatie van Weah's nieuwe partij, het
Congres voor Democratische Verandering, zit rot. Zijn voormalige
woordvoerster, Margot Cooper, probeerde buitenlandse journalisten 200 dollar
af te troggelen voor een 'exclusief' interview; geld dat zij in eigen zak
wilde steken. Op de laatste campagnedag van Weah zaten zijn medewerkers met
honderden gefotokopieerde programma's op de schoot, en een flesje typex. De
naam " Margot Cooper" werd weggepoetst – zij was een smet op het
blazoen dat Weah zich niet kon veroorloven.
© AD Nieuwsmedia BV. Alle rechten voorbehouden.
Lees het auteursrechtvoorbehoud.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.hln.be. Nieuws: Belgisch nieuws, buitenlands nieuws, bizar nieuws, gezondheids nieuws, wetenschaps nieuws