In de Syrische plaats Douma kwamen gisteren 30 burgers bij zware gevechten om het leven.
© afp.
In Syrië zijn gisteren bijna 170 mensen, vooral burgers, om het leven gekomen. Dat zegt het Syrische observatorium van de mensenrechten, dat spreekt van de dodelijkste dag in het land sinds de - theoretische - wapenstilstand van 12 april.
'Dit is de bloedigste dag sinds de instelling van het staakt-het-vuren en een van de bloedigste sinds het begin van de opstand tegen het Syrische regime', aldus Rami Abdelrahmane, de directeur van het observatorium.
De meeste doden vielen in Homs (31 burgers en een opstandeling), Deraa (24 burgers en vijf rebellen) en Douma (30 burgers).
15.000 doden
Het geweld en de repressie in Syrië hebben de voorbije vijftien maanden aan meer dan 15.000 mensen het leven gekost, aldus het observatorium dat is gevestigd in Groot-Brittannië. Het baseert zijn cijfers op getuigenissen van militanten ter plaatse.
Gisteren deserteerde een Syrische piloot, een primeur sinds het begin van de revolte. De piloot zette zijn MiG-21 aan de grond op een luchtmachtbasis in Jordanië en vroeg er politiek asiel aan. Dat werd ook toegekend.
De troepen van de Syrische president Bachar al-Assad worden door de Verenigde Naties, veel westerse landen en internationale ngo's beschuldigd van misdaden tegen de mensheid.


