Marianne Vos.
© anp.
Er zijn olympisch kampioenen die na hun titel weken geen rekstok aanraken, die even geen zwembad kunnen zien. Marianne Vos is anders, de wielersport is anders. 'Bij ons vallen de Spelen midden in het seizoen. Ik heb de knop vrij snel omgezet.' Twee maanden na het grootste succes uit haar loopbaan wacht zaterdag bij de WK in Limburg alweer de volgende uitdaging.
© anp.
© anp.
Vos genoot na van haar gouden race in Londen, liet zich eenmaal terug in Nederland nog fĂȘteren, maar na de huldiging in Aalburg was het weer tijd voor serieuze zaken. 'De dag erop ben ik in het vliegtuig gestapt naar Zweden voor een wereldbekerwedstrijd. Vanaf dat moment ging het seizoen weer verder en ben ik naar dit WK gaan toewerken. Daarna zien we wel verder.'
Natuurlijk begint Vos zaterdag als de topfavoriete aan de wedstrijd waarin de Bemelerberg en de Cauberg acht keer moeten worden beklommen, zoals ze de afgelopen jaren telkens de renster was op wie alle ogen gericht waren. Het thuisvoordeel kan ook een nadeel zijn. 'Maar ik voel toch niet veel extra druk omdat dit WK in eigen land is. Het is een extra motivatie. Druk is er elk WK, het ligt aan jezelf hoe groot je die maakt.'
Vorig jaar stond ze in Kopenhagen aan de start als de wielrenster die na haar wereldtitel in 2006 vier keer op rij tweede was geworden. Er volgde een vijfde zilveren plak. Toch is ditmaal alles anders. De motivatie is er natuurlijk ('ik sta altijd aan de start om te winnen') maar het hoogtepunt van het seizoen heeft al plaatsgevonden in Londen.
'Toch heb ik de laatste week weinig teruggedacht aan de Spelen. Ik geniet links en rechts nog wel na, maar de focus is nu echt op het WK. Misschien sta ik iets meer ontspannen aan de start. Of het gevoel van Londen te overtreffen is? Ik weet het niet. Misschien heb ik daar zaterdag een antwoord op. Het was de perfecte race: de voorbereiding, hoe we aan de start stonden, hoe de wedstrijd verliep en hoe geweldig het was daar over de finish te komen.'
Na de wereldtitelstrijd wil ze haar leven even iets anders gaan indelen. 'Ik wil volgend jaar heel graag fietsen, maar ik ga de winter minder strak plannen dan ik gewend ben. Er gaat iets meer ruimte overblijven voor dingen waar ik gewoon zin in heb, ik ga de teugels een beetje te laten vieren. Dan merk ik vanzelf wel hoe groot de honger naar de fiets weer is. Ik wil het gewoon even loslaten, al weet ik eigenlijk niet of ik dat kan. Ik heb nooit het gevoel dat ik veel aan de kant heb moeten schuiven, het is mijn leven als topsporter en ik vind het een mooi leven.'


