Bondscoach Leo van Vliet maakt zich klaar voor een training.
© anp.
Wielerbondscoach Leo van Vliet koos drie dagen voor het WK in het eigen Limburg gistermiddag voor een bezoek aan de mergelgrotten van Valkenburg. Noem het een 'schoolreisje', of goed voor het teamgevoel. In het binnenste van de Cauberg - overmorgen het strijdtoneel in de strijd om de regenboogtrui - liet hij zijn negen mannen een handtekening zetten op een speciale WK-plaquette.
'De jongens hadden ook een middagje met de vrouwen op het terras kunnen zitten, maar het leek ons zinvoller om hier met zijn allen sámen heen te gaan,' verklaarde Van Vliet tegen AD Sportwereld het bezoek aan de ondergrondse wielergalerij. 'In 1979 zijn we hier ook geweest met de selectie en toen won Jan Raas. Daarom vond ik het bijzonder om hier ter motivatie samen met mijn jongens nog eens terug te keren.'
Niet voor niets legde Van Vliet voortdurend de nadruk op het woord 'samen'. Niki Terpstra, Robert Gesink, Bauke Mollema en Lars Boom kregen gisteren het predicaat 'beschermd' opgeplakt. Maar echte winnaars heeft Nederland niet. Daarom hamerde Van Vliet opnieuw op de noodzaak van een hecht collectief.
Vandaar ook het ondergrondse 'schoolreisje', waarbij Boom zijn collega's in een van de aarddonkere gangen liet schrikken met een imitatie van een leeuw. 'Kijk maar uit, jongens,' reageerde Van Vliet gevat. 'Het schijnt dat de wereldkampioen van 1938 hier ook nog ergens ronddoolt en die moet af en toe wel wat te eten hebben.'
Grappen en grollen, drie dagen voor de belangrijkste wedstrijd van het jaar. 'Alleen maar goed voor het groepsgevoel, anders hadden we nu maar een beetje op bed gelegen,' merkte wegkapitein Karsten Kroon op. 'Natuurlijk zijn er jongens bij die klagen dat ze hier geen zin in hebben. Maar ja, daar zijn we wielrenners voor.'
Niet dat een hechte groep automatisch succes genereert. Maar het was wel deze randvoorwaarde die vorig jaar in Kopenhagen een onvoldoende scoorde. 'Die groep klikte gewoon niet. Bij een training gingen er twee links, twee rechts en de rest bleef in het hotel,' keek Terpstra nog eens achterom. 'De onderlinge sfeer voelt nu veel beter, we doen alles samen. Het is eigenlijk best een gezellig 'weekie' zo.'


