© anp.
Van de jonge generatie Nederlandse renners waarmee de ploeg die voorheen Rabobank heette, succes hoopt te behalen, is Robert Gesink de aanvoerder. Hij spreekt zich uit over het afscheid van Rabobank en de sfeer in de wielerwereld. 'We moeten nu bij elkaar blijven en doorgaan op de ingeslagen weg. Met jonge, talentvolle, cleane Nederlandse renners zo goed mogelijk presteren.'
© anp.
© anp.
© anp.
© epa.
© epa.
In de woonkamer van Robert Gesink (26) in Aalten blijft Rabobank altijd wielersponsor. Aan de muur hangen foto's van zijn overwinningen als profrenner. Uitvergroot, in nette lijsten. Van een ritje in de Ronde van Belgiƫ, via nogal wat succes in Noord-Amerika, tot zijn winst in de koninginnenrit van de Ronde van Zwitserland.
Gesink kijkt, als hij in de Achterhoek is, elke dag naar de eregalerij in zijn huis, maar gisteren deed hij het met nog meer attentie. Welke foto's er de komende jaren mogelijk nog allemaal bij komen, hij zal een heel ander shirt dragen nu Rabobank de sport niet openlijk meer sponsort.
Voor hem was het een jongensdroom, om in een Rabobank-shirt op de fiets te zitten. 'Ik was zo ontzettend trots om dat te dragen en dat ben ik altijd geweest. Zeker toen ik wat succes ging boeken voor de ploeg. Toen ik klein was, was dit het enige wat ik wilde.'
Erg verrast was Gesink niet, toen hij gisterochtend door teamtrainer Louis Delahaije werd gebeld met de onheilstijding. 'Als je het nieuws een beetje volgt, weet je dat dit kan gebeuren. Het is nu allemaal heel erg chaotisch, maar wat ik wel weet is dat het heel fijn is dat we ons als team volgend jaar geen zorgen hoeven te maken. We moeten nu bij elkaar blijven en doorgaan op de ingeslagen weg. Met jonge, talentvolle, cleane Nederlandse renners zo goed mogelijk presteren. Wat je in het wielrennen nodig hebt, zit in onze ploeg.'
Onder ede
Dat hij schoon koerst, dat wil Gesink best onder ede verklaren. Dat zijn ploeggenoten dat doen eveneens. 'Daar durf ik mijn hand wel voor in het vuur te steken. Ik ken de sfeer bij de ploeg, ik weet wat iedereen doet, hoe mijn ploeggenoten in elkaar zitten. Ik trek meer met hen op dan met mijn gezin. Ik heb de afgelopen zes jaar nooit zaken gezien die niet konden of niet mochten en nooit heeft iemand in de ploeg me iets gezegd wat achteraf niet klopte.'
'En ik ken de verhalen uit het verleden, ik weet hoe het er pakweg tien jaar geleden aan toeging. Dat is volkomen anders dan wat nu gebeurt. Nee, ik heb niet dat hele rapport over Lance Armstrong en Johan Bruyneel gelezen, maar we zitten nogal wat uren op de fiets met z'n allen. En in de rustigere uren hoor je nog wel eens wat. Ik mag heel erg blij zijn dat ik nu profrenner ben en niet toen.'
Maar Gesink en de andere jonge renners krijgen wel de erfenis van een door doping verziekte generatie wielrenners over zich heen. 'We zijn slachtoffer van wat vorige generaties gedaan hebben. Ik blijf het lastig vinden om dat te accepteren. Het is toch voor weinig mensen meer een verrassing dat er toen zaken speelden die niet in de haak waren. Maar de meeste mensen zullen toch ook zien dat het nu anders is.'
© anp.


