ROTTERDAM - Een fikse tegenvaller voor de gemeente Rotterdam bij het bouwrijp maken van de grond voor de Markthal aan de Binnenrotte: bij de werkzaamheden zijn oude heipalen van een dusdanig kaliber blootgelegd, die niet zomaar uit de grond kunnen worden getrokken.
Het risico dat de bouwput dan vol 'opwellend' water zou lopen wordt te groot geacht.
Om dit probleem op te lossen is 15 miljoen euro nodig, 8,5 miljoen euro méér dan was begroot. Daarmee wordt een speciale, waterdichte vloer bekostigd, stelt wethouder Karakus (bouwen en wonen). "Want stel je voor dat we die palen eruit trekken, en we vervolgens te maken krijgen met lekkages in de Willemsspoortunnel. Die palen laten we dus zitten. Het risico ligt verder bij de projectontwikkelaar.''
De bouw van de Markthal gaat tot dusver niet van een leien dakje. Streep door de rekening is vooral het juridisch gebakkelei tussen projectontwikkelaar Provast en belegger Vesteda, waarbij laatstgenoemde zich wil terugtrekken uit het 150 miljoen euro kostende megaproject. De rechter stak hier een stokje voor, maar een hoger beroep staat al op de rol.
Provast krijgt van de gemeente Rotterdam een steuntje in de rug. De grond aan de Binnenrotte wordt in erfpacht aan de ontwikkelaar uitgegeven, waarbij de eerste drie jaar geen kosten in rekening worden gebracht. Het rentenadeel voor de gemeente bedraagt 1,2 miljoen euro, dat wordt verrekend met een subsidie die het ministerie van VROM aan de Markthal heeft toegekend.
Karakus stelt hiermee 'klaar' te zijn met Provast. "Ik ben ervan overtuigd dat de Markthal er werkelijk komt. Het mag in ieder geval nooit aan de gemeente Rotterdam liggen. We moeten doorbouwen tijdens de crisis, waarbij voor mij twee projecten symbolisch zijn: het gebouw De Rotterdam en de Markthal.''
Hij verwacht dat het geschil tussen Provast en Vesteda wordt opgelost. "Tot nu toe zijn we er in geslaagd alle stagnaties weg te nemen,'' zegt hij. Op 1 oktober gaat de eerste paal de grond in.
- Neem nu een abonnement op het AD


