Koos Hooijmaijers. FOTO SANNE DONDERS
ROTTERDAM - Opzoomeren is al jarenlang een begrip in Rotterdam. Volgens Koos Hooijmaijers, bedenker van het opzoomeren, gaat de ware betekenis van het Rotterdamse fenomeen steeds meer verloren. „Opzoomeren is een middel van de gemeente geworden. Burgers hebben tegenwoordig steeds minder in te brengen.’’
In de jaren ’80 was de Opzoomerstraat het kloppend hart van het sociale fenomeen dat al snel opzoomeren heette. In de straat in het Nieuwe Westen namen bewoners voor het eerst zelf bezems ter hand om hun eigen omgeving op te fleuren. Nu is van de collectieve schoonmaakwoede weinig meer te merken. Veel van de oude gangmakers zijn verhuisd, of overleden. De opzoomerlampjes naast elke deur zijn uit, het ‘opzoomerhok’ staat leeg.
Koos Hooijmaijers, mister Opzoomeren, woont er nog wel. Maar hij is teleurgesteld hoe er tegenwoordig wordt ‘opgezoomerd’ in Rotterdam. Leverden vroeger de bewoners ideeën aan voor hun straat, de laatste jaren wordt de manier van opzoomeren vooral bepaald door de deelgemeentes en de Opzoomerbureaus, meent hij. „En dat is nooit de bedoeling geweest. Opzoomeren moest juist een instrument zijn voor burgers om zelf de leefbaarheid in hun straat te verbeteren. Daar is de laatste jaren totaal geen sprake meer van.’’
De 79-jarige Hooijmaijers stond achttien jaar geleden aan de bakermat van het opzoomeren. „In 1989 woonde ik al jaren in de Opzoomerstraat in het Nieuwe Westen toen ik de buurt opeens in rap tempo afzag afglijden,’’ memoreert Hooijmaijers. „Door de geplande sloop interesseerde niemand zich meer voor de wijk. Er hingen ongure types rond, kapotte lantaarnpalen werden niet meer gerepareerd en overal lag afval.’’
Als Hooijmaijers een bewonersavond bijwoont, ergert hij zich rot aan de passieve houding van zijn straatgenoten. „Iedereen schold die avond het bestuur van de deelgemeente de huid vol, maar niemand bracht zelf ideeën aan om de straat er weer bovenop te helpen.’’ Hooijmaijers koopt vervolgens dertig bezems en deelt die uit in de straat. Het betekent het startsein voor het opzoomeren. „Toen bewoners eenmaal een bezem hadden en dat ook van elkaar wisten, gingen ze wel aan de slag. In ploegendiensten hebben we de straat elke dag schoongeveegd.’’
Als de ‘bezemactie’ eenmaal goed loopt, besluit Hooijmaijers dat het tijd is voor een volgende stap. Samen met een aantal actieve bewoners vraagt hij subsidie aan voor de aankoop van geraniums om de straat op te vrolijken. De deelgemeente is meteen enthousiast en steunt de plannen van de bewoners. Het begrip ‘opzoomeren’ is geboren. „Nog geen jaar later gingen we al met een groep bewoners de stad door om opzoomerplannen van andere straten te jureren,’’ vertelt hij. „Overal in de stad hingen we posters op met ‘Oppies’ het zonnetje dat symbool stond voor het opzoomeren. Geweldig was dat.’’
Nu, ruim achttien jaar later, is er volgens de actieve bewoner nog maar weinig over van het originele opzoomeren. „Tegenwoordig bedenkt het Opzoomerbureau de plannen en mogen burgers die uitvoeren. Zelfs de versiering van de kerstboom ligt al vast! Dat verkleint toch juist het participatiegevoel?’’
Wat steekt is dat hij vorige week niet is uitgenodigd bij de uitreiking van de eerste Opzoomer Awards. „Daar had ik natuurlijk graag bij willen zijn, geeft hij toe. Dat is een mijlpaal. Ik snap niet dat ik daar niet bij mocht zijn.’’
Johan Janssens, directeur van Opzoomermee, zegt dat de 79-jarige bewoner zich niet had aangemeld. „We doen het in de ogen van meneer Hooijmaijer nooit echt goed. Maar we nemen zijn adviezen altijd ter harte,’’ aldus Janssens diplomatiek.
Hij ontkent dat Opzoomeren een instituut is geworden. „We zijn bezig in 1800 straten, en veel initiatief komt van de bewoners. Dit is nog altijd het grootste sociale project van Europa.’’
- Neem nu een abonnement op het AD


