Vreewijk vergt tijd
ROTTERDAM - De gemeente Rotterdam heeft meer tijd nodig om te onderzoeken welke woningen in tuindorp Vreewijk in aanmerking komen voor de status van rijksmonument.
Minister Ronald Plasterk (PvdA, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) had de gemeente gevraagd vóór 1 november met een advies te komen, maar het onderzoek vergt meer tijd dan eerder gedacht.
Dat schrijft het college van burgemeester en wethouders vrijdag in een brief aan de bewindsman. De gemeente heeft Plasterk om uitstel gevraagd tot 1 mei 2009. Die extra tijd is nodig omdat Rotterdam de cultuurhistorische waarde van de hele wijk in kaart wil brengen. Volgens het oorspronkelijke plan zouden alleen 85 woningen in het tuindorp worden onderzocht.
Plasterk liet tijdens een bezoek aan de wijk in deelgemeente Feijenoord in juni al weten voor het behoud van Vreewijk te zijn. Naar verwachting besluit de bewindsman in de loop van volgend jaar of het tuindorp wordt aangewezen als beschermd stadsgezicht.
Al jaren woedt een felle discussie over de buurt. Woningcorporatie Com.wonen wil 1400 woningen slopen. Dit tot groot verdriet van onder anderen trotse bewoners, nazaten van de oprichters van het tuindorp, het Cuypersgenootschap, de Rijksdienst voor Archeologie en het Cultuurlandschap en Monumenten.
Het grote tuindorp uit 1919 geldt als cultureel erfgoed. H.P. Berlage maakte het stedenbouwkundig plan. Architect M.J. Granpré Molière en tuinarchitect P. Verhagen bepaalden het aangezicht van de wijk. Het bedrijfsleven zette het tuindorp op voor de Brabanders en Zeeuwen die in de Rotterdamse haven kwamen werken. De initiatiefnemers wilden een harmonische gemeenschap en huizen met tuinen neerzetten, omdat de werknemers dat gewend waren.