*

 

Vrachtschip was vroeger nog sierlijk

VLAARDINGEN - Als je bij Cees de Keijzer in Vlaardingen binnenkomt, dan weet je al direct dat je bij een varensman bent.

In de hal van zijn flat hangen de foto's van alle schepen waarop Cees de Keijzer (63) van 1963 tot 1974 heeft gevaren. De Keijzer zwaaide twee jaar geleden af bij het Havenbedrijf maar als voorzitter van de World Ship Society, Rotterdam Branch, een club van liefhebbers van alles wat met scheepvaart te maken heeft, blijft hij nauw betrokken bij de scheepvaart.

Hij begon zijn zeemansloopbaan als stuurmansleerling bij de Holland Amerika Lijn (HAL) op de Dongedyk, een vrachtschip met accommodatie voor zestig passagiers, dat vanuit Europa, via het Panamakanaal op de westkust van de VS en Canada voer. De Keijzer: ,,Aan boord van de vrachtpassagiersschepen heerste vaak een gemoedelijke sfeer tussen passagiers en bemanning, anders dan op de grote passagierschepen waar dat vaak strikt gescheiden was.’’ De ’D’ schepen op deze dienst waren uitgerust met koeldekken en koelkamers, omdat veel fruit (appels, sinaasappels, citroenen en grapefruit) vanuit Oregon en Californië naar Europa werd verscheept. Dat laden ging doos voor doos, dus lag je doorgaans wel enige dagen binnen in havens als Portland, Frisco en L.A.

De Keijzer bleef niet bij de HAL want er zouden nog veel verschillende schepen van evenzoveel verschillende rederijen volgen. Hij maakte nog net het hoogtepunt mee van het conventionele stukgoed met fraai gelijnde schepen met veel masten met eigen laadgerei, in alle mogelijke vormen en maten. Maar hij voer ook op bulkcarriers en tankers voor vervoer van zowel droge (ertsen, granen) als natte bulk (oliën), veeschepen voor het vervoer van bijvoorbeeld koeien en schapen.

Het traditionele lijn-vrachtschip voor stukgoed had vroeger veelal drie ruimen voor het brughuis en twee erachter. ,,Daar ging vroeger werkelijk alles in mee, van pingpongballen in kisten, staalproducten tot aan hele pianovleugels,’’ vertelt De Keijzer. De traditionele lijn-vrachtschepen van de jaren vijftig en zestig hadden vaak nog een mooie zeeg, de kromme lijn van voren naar achter in de scheepsromp. ,,Daar ging iets sierlijks van uit,’’ vindt De Keijzer. Rederijen met veel lijn-vrachtschepen waren de HAL, Koninklijke Rotterdamsche Lloyd, de VNS, de Mij. Nederland, de Koninklijke Hollandsche Lloyd, de KJCPL, Van Nievelt Goudriaan, Van Uden, de Mij. Vrachtvaart, van Vinke & Co. de Mij. Oostzee (Amsterdam) en de NV Houtvaart (Rotterdam). De traditionele vrachtschepen zijn nu bijna allemaal verdwenen. Alles wat vroeger als stukgoed, in balen, kisten en op pallets werd geladen en gelost, gaat nu in containers.

Naast de containerschepen zijn eigenlijk alleen de bulkcarriers, tankers en koelschepen als aparte scheepstypes blijven bestaan. Maar ook containerschepen varen steeds vaker met speciale koelcontainers aan dek. Wel hebben zich nieuwe scheepstypes ontwikkeld zoals de veetransporters, de autocarriers en de ro-roschepen.

In de fotogalerij aan de muur hangen de foto's van onder andere de Dongedyk, Diemerdyk, de Vlist en de Rotte van de NV Houtvaart, de ertstanker Johannes Frans en de bulkcarriers President Tubman en Rijn, de laatste drie gebouwd door de legendarische Cornelis Verolme, de Global Envoy, een Canadees schip voor de vaart in het Noordpoolgebied. Het grootste schip waarop hij voer was de Trysbej, een Liberiaanse tanker van 85.000 ton. ,,Dat was in de tijd dat het Suezkanaal was gesloten, 36 dagen varen om Kaap de Goede Hoop naar Kharg Island, twee dagen laden en dan weer 36 dagen terug.’’

Na zijn varenstijd kwam hij als walkapitein bij het cargadoorsbedrijf Furness om de ladingstromen voor buitenlandse schepen te regelen. Vervolgens op het Pilot Maas-radarstation in Hoek van Holland om in 1978 verkeersleider Europoort te worden bij het Havenbedrijf. Na onder meer wachtchef kapiteinskamer en onderhavenmeester linkermaasoever te zijn geweest, werd hij begin jaren negentig de man die bij het Havenbedrijf het milieu-en veiligheidsbeleid moest opzetten. In die functie werd hij een autoriteit op maritiem milieugebied. Hij weet nu alles van scheepsafval, luchtverontreiniging, ballastwater en anti-fouling, verf die aangroei op de scheepshuid moet tegengaan maar die vaak niet zo vriendelijk voor het milieu is. Ook was hij jarenlang voorzitter van de International Bunker Conference, aangaande scheepsbrandstoffen.

En als deskundige op het gebied van olie wil hij graag ook even iets rechtzetten: ,,Iedereen heeft het over die klote-dozen (containers), maar Rotterdam drijft op de olie. Rotterdam is groot geworden als oliehaven. Jaarlijks gaan er hier wel 100 miljoen ton ruwe olie en nog eens 70 miljoen ton olieproducten en chemicaliën door deze haven.’’

De top 5 van Cees de Keijzer:

1) Lijnvaartschip, Rotte

2) Vrachtpassagierschip, Dongedijk

3) Ertstanker van de Nederlandse Erts Tanker Maatschappij, Johannes Frans

4) Bulkcarrier droge lading, Rijn

5) Olietanker Khasiella, Shell

Kies uw favoriete cruiseschip en meldt ons in maximaal tachtig woorden waarom juist dit schip het mooist is.

Stuur uw reactie

(ANTOON OOSTING)
29/06/06 14u59
volledig dossier: Rotterdam
mailIcon print | |
commonMessages.loading
Aan het laden ...

Alles over