Dennis Aukema en Verena de Boer van Centrum Maliebaan arriveren net te laat in de oude Lubrobakkerij aan de Bemuurde Weerd. De Roemenen zijn al weg.
FOTO RENÉ CAZANDER
UTRECHT - Sebastian Miroslav kijkt verbaasd op, wanneer hij plotseling Dennis Aukema en Verena de Boer naast zich ziet. De 31-jarige Pool is net wakker. Hij ligt op een geïmproviseerd bed in Park Bloeyendael: karton en een slaapzak. Meer niet.
Naast hem liggen vuile sokken, een plastic zak met kleren, lege blikjes bier en een heroïnespuit. Hij stinkt. De zon is net op. Het verkeer, op weg naar het werk, raast voorbij.
Dennis en Verena stellen Miroslav gerust. Ze zijn hier niet om hem op te pakken. Ze willen weten hoe het met hem gaat en of ze wat voor hem kunnen doen. Niets eigenlijk. Hij heeft geen recht op zorg. Ze kunnen hem hooguit bewegen naar het Catharijnehuis (dagopvang) te gaan voor een kopje koffie. Een bakje troost.
Verena pakt een plakje ontbijt koek - haar eigen ontbijt - uit haar tas en geeft het Miroslav. Hij neemt het dankbaar in ontvangst. Net als de sigaret. Dennis en Verena zijn veldwerkers van Centrum Maliebaan. Zij trekken twee keer per week in alle vroegte de stad in om contact te leggen met verslaafden en daklozen. Om zo hun vertrouwen te winnen. In de hoop ze uiteindelijk de benodigde zorg te kunnen geven.
Bij hun zoektocht komt het duo steeds vaker Oost-Europeanen tegen die in financiële problemen zijn geraakt. Het gevolg laat zich raden: ze worden gedwongen in de buitenlucht te slapen. Eenmaal dakloos, wordt het van kwaad tot erger. Verslaafd aan alcohol en, soms, cocaïne en heroïne.
De twee medewerkers van Centrum Maliebaan kennen bijna alle plekken in de stad waar daklozen kunnen slapen. Portieken en met name bosjes en struiken langs de Singel zijn populair. Evenals het Wilhelminapark. Vorig jaar waren de bootjes in de Singel een gewilde slaapplaats. Dennis: ,,Je ziet aan de goedkope lege bierblikjes dat het om dak- en thuislozen gaat. Ze drinken bijna allemaal. Geen Heineken. Dat is te duur.''
Miroslav is er daar één van. Heeft in eigen land vrouw en twee kinderen verloren bij een auto-ongeval. Is naar Nederland gekomen voor een nieuwe start. Werkt de eerste maanden als elektriciën. Wordt vervolgens werkloos en zakt af. Raakt aan de drank en de drugs. Slaapt al maanden buiten.
,,Terug naar Polen kan ik niet. Ik ben een junk,'' vertelt hij in gebrekkig Nederlands, terwijl de wanhoop uit zijn ogen straalt. De slapende Miroslav is de laatste die Dennis en Verena deze ochtend treffen. De 'vangst' aan het einde van de zoektocht: vier jongeren uit Estland, van wie twee meisjes van 20 jaar, en vier Polen, inclusief Sebastian Miroslav.
De twee Estse vrouwen spreken een paar woordjes Engels. Ze zeggen dat ze op vakantie zijn. Op doorreis naar Portugal, maar ze hebben geen geld. Daarom slapen ze buiten. Verena en Dennis gaan kijken of ze wat voor de twee meiden kunnen regelen. Verena: ,,Twee meisjes die in Utrecht in de buitenlucht slapen. Dat is te gevaarlijk.''
Bij een populaire slaapplek, de deels gesloopte oude Lubrobakkerij aan de Bemuurde Weerd, zijn we te laat. Wat rest is de gebruikelijke aanblik: lege bierblikjes, slaapzakken en kleren. De, vermoedelijk, Roemenen waren al weg. (RENÉ CAZANDER)
De naam Sebastian Miroslav is gefingeerd.
volledig dossier: Utrecht

Aan het laden ...
|