'Loverboys hebben een fijne neus voor deze meiden'
FOTO WILLIAM HOOGTEYLING
HAAGLANDEN - Zorginstelling Steinmetz|De Compaan en het Jongeren Informatie Punt (JIP) proberen meisjes en vrouwen met een licht verstandelijke beperking weerbaar te maken tegen loverboys.
Dat is nog een hele toer, aangezien de betrokken vrouwen vaak erg naïef zijn. De brochure 'Fout vriendje?', voor hulpverleners en cliënten, moet uitkomst bieden.
De licht verstandelijk beperkte meiden van Steinmetz|De Compaan zien eruit als hun leeftijdgenoten, zijn goed gebekt en hebben een baantje. Maar achter de voordeur zijn er veel zaken waar ze moeite mee hebben. Ze wonen zelfstandig, maar hebben ze wel een begeleider.
Vooral op emotioneel vlak lopen ze achter. En juist dat maakt ze kwetsbaar voor loverboys. "Ze zijn kinderlijk naïef, goedgelovig en ze stellen te weinig grenzen,'' legt een hulpverlener van Steinmetz|De Compaan uit, die om privacyredenen anoniem wil blijven. Ze noemt een voorbeeld uit een weerbaarheidscursus. "De cursusleider waarschuwde een groep meisjes dat ze moesten uitkijken voor jongens die iets tegen ze zeggen als 'wat ben jij een lekker ding'. Een week later vertelde een van die meisjes dat ze een nieuw vriendje had. Ze had hem op het station ontmoet. Het was volgens haar geen fout vriendje, want hij had gezegd dat ze er zo leuk uitzag. En dat was toch heel wat anders dan 'wat ben jij een lekker ding'. Ze nemen alles letterlijk.''
Cijfers over hoeveel licht verstandelijk beperkte meisjes en vrouwen slachtoffer worden van mensenhandelaren zijn er niet, maar dat het geregeld gebeurt is volgens de hulpverleenster zeker. "De loverboys hebben een fijne neus voor deze dames,'' aldus de hulpverleenster. "Als je op google zoekt naar licht verstandelijk beperkt en loverboys dan knallen de voorbeelden op je scherm. Lang niet altijd eindigt het in de prostitutie, maar er gebeuren ook andere dingen die heel erg zijn. Denk bijvoorbeeld aan het op naam van zo'n meisje afsluiten van telefoonabonnementen, of het met haar geld kopen van laptops.''
Volgens de hulpverleenster is het een moeilijk bespreekbaar onderwerp, omdat het misbruik vrijwel altijd achter gesloten deuren plaatsheeft en de vrouwen moeilijk kunnen praten over wat ze meemaken en hun emoties daarbij. "Laatst was er een meisje dat tegen haar begeleider zei dat er jongens bij haar thuiskwamen die iets met geld en van dat witte poeder deden. Dat vertelde ze pas na een half jaar en ze had geen idee dat het over drugs ging. Of een meisje dat met vrienden van haar vriend naar bed gaat en zegt zeker te weten dat haar vriend daar geen geld voor krijgt, omdat ze 'dat anders wel had gezien'.''
Het is een moeilijk bespreekbaar onderwerp, weet de hulpverleenster, die onder meer trainingen geeft aan medewerkers. "Die meiden hebben vaak wel het gevoel dat ze anders zijn, maar daar willen ze niet aan toegeven. Ze hebben een minderwaardigheidsgevoel en willen niets liever dan iemand die van ze houdt. Als ze dan een vriendje krijgen en hun begeleider zegt dat het misschien wel een loverboy is, dan kan dat betekenen dat ze afstand nemen van haar familie en de hulpverlening. Vaak zie je dan een gedragsverandering. Ze komen afspraken niet meer na, hangen vage verhalen op en liegen veel.''
Om het onderwerp toch bespreekbaar te maken, ontwikkelde het Jongeren Informatie Punt samen met Steinmetz|De Compaan een eenvoudig opgezette brochure voor deze groep vrouwen, in de leefttijd van 17 tot 25 jaar. "Het is de bedoeling dat begeleiders de folder samen met de cliënt doornemen. Het uittesten vooraf heeft namelijk uitgewezen dat het heel wat kan losmaken bij de doelgroep.''
In de brochure wordt uitgelegd dat er een verschil is tussen een vriendje en een fout vriendje. "We hebben niet de illusie dat we iets met deze brochure kunnen als het leed al is geschied, maar we zien het wel als een goed preventiemiddel.'' (COEN VAN KRANENBURG)