*

 

De Graafschap vervalt in oude fouten

Oussama Assaïdi, in augustus nog van De Graafschap nu van Heerenveen. FOTO PRO SHOTS

[LEZERSBIJDRAGE] Het is woensdagavond 3 juni omstreeks 22.15 uur als scheidsrechter Jan Wegereef voor het laatste fluitsignaal blaast. De al maanden in de lucht hangende degradatie is een feit. RKC promoveert ten koste van De Graafschap naar de Eredivisie. De Waalwijkers zegevieren terecht in het beslissingsduel om promotie/degradatie.

 Het is niet voor het eerst dat De Graafschap nalaat om een groot talent langer aan zich te binden. Assaïdi weet zich met Klaas-Jan Huntelaar en Luuk de Jong in goed gezelschap als het aankomt op talentvolle spelers die op het veld nauwelijks hun bijdrage hebben geleverd voor De Graafschap.  
Bij ons in de woonkamer is de frustratie over de onvermijdelijke degradatie voel- en bovenal hoorbaar. Mijn vader, die de 90 minuten daarvoor al menig scheldtiranade had afgestoken richting de spelersgroep, is de Superboeren (voor even) helemaal spuugzat. Bij mij overheerst, naast teleurstelling, vooral berusting.

In mijn bijdrages als clubreporter had ik reeds diverse malen mijn verontrusting en verontwaardiging uitgesproken over het structurele sportieve wanbeleid bij De Graafschap. Voorafgaand aan de play-offs om promotie/degradatie was De Graafschap mijn inziens al knock-out gegaan. Gedurende het seizoen was immers schrijnend zichtbaar geworden dat mijn club zowel qua gevoerd technisch beleid als qua voetballend vermogen niks te zoeken had in de Eredivisie. Op hangen en wurgen kon het elftal van interim-coach Darije Kalezic met afbraakvoetbal nog een beslissingsduel forceren tegen RKC. Daarin ging men echter machteloos en stuurloos ten onder.

Ruim twee maanden later speelt De Graafschap haar eerste thuiswedstrijd in de Jupiler League. Het bloed stroomt kennelijk waar het niet gaan kan, want mijn vader, broertje en ik zitten op onze vertrouwde plekken in het stadion. Enkele dagen na de degradatie overwon onze clubliefde toch weer het gezonde verstand. Tweehonderd euro legden wij elk neer om de Superboeren het op te zien nemen tegen FC Eindhoven, Fortuna Sittard en HFC Haarlem; oftewel clubs uit de kelder van het betaald voetbal die nauwelijks bestaansrecht hebben. Om ons heen op de tribune begroeten wij, tot mijn verbazing, vele bekende gezichten uit de voorbije seizoenen. 'Zijn we er toch weer ingestonken', klinkt het meermaals.

De start van het seizoen is nochtans hoopgevend. Onder aanvoering van smaakmaker Oussama Assaïdi, een protegé van voormalig directeur voetbalzaken Han Berger, walst De Graafschap met name op de eigen Vijverberg over de opponenten heen. De creatieve aanvaller debuteerde amper een jaar eerder in de thuiswedstrijd tegen AZ. Destijds verloor De Graafschap kansloos van de latere landskampioen, maar Assaïdi omschreef ik na het aanschouwen van die wedstrijd al als 'een groot lichtpunt'.

In het vervolg van het seizoen ontwikkelde Assaïdi zich grotendeels in het beloftenelftal van De Graafschap. Vooral in fysiek opzicht maakte de technicus grote sprongen voorwaarts. Voor aanvang van dit seizoen was ik er dan ook stellig van overtuigd dat De Graafschap nog veel plezier aan Assaïdi zou gaan beleven.

Een naïeve gedachte zo zou al snel blijken. Ik had namelijk geen rekening gehouden met de technische beleidsbepalers bij De Graafschap. Vlak voor het verstrijken van de zomerse transferperiode meldde SC Heerenveen zich voor Assaïdi. De Friezen hadden even daarvoor coach Trond Sollied ontslagen, kenden een miserabele seizoensstart, en dachten met een impulsaankoop het tij te kunnen keren.

Tot mijn ontsteltenis bleek andermaal dat een spelerscontract bij De Graafschap niets om het lijf heeft. Terwijl ik als supporter een jaar eerder al waarnam dat Assaïdi een pareltje was die mijn club zou moeten koesteren, verpatste De Graafschap hem aan de eerste de beste geïnteresseerde club die langskwam. Weliswaar werd Assaïdi verkocht voor een recordbedrag, echter met het voorwendsel waaronder dit gebeurde spelde de clubleiding zichzelf een brevet van onvermogen op. Om nog maar niet te spreken van het misleiden en bedriegen van 9.000 hondstrouwe Superboeren die ondanks de degradatie dit seizoen loyaal bleven aan hun club.

Leen Looyen, de opvolger van Berger als directeur voetbalzaken, koos met het verkopen van Assaïdi duidelijk voor de kortetermijnvisie. Zijn redenering luidde dat De Graafschap enkel door de zomerse verkoop nog flink geld kon verdienen aan haar grootste talent sinds jaren. Daarmee gaat Looyen geheel voorbij aan het feit dat hij als technisch eindverantwoordelijke heeft verzuimd om het contract van Assaïdi tussentijds open te breken, financieel op te waarderen en eventueel te verlengen.

Het is niet voor het eerst dat De Graafschap nalaat om een groot talent langer aan zich te binden. Assaïdi weet zich met Klaas-Jan Huntelaar en Luuk de Jong in goed gezelschap als het aankomt op talentvolle spelers die op het veld nauwelijks hun bijdrage hebben geleverd voor De Graafschap.

Vanaf het vertrek van Assaïdi, die zich overigens binnen enkele weken opwerkte tot basisspeler bij SC Heerenveen, is het spelpeil van De Graafschap dramatisch ingezakt. Op steunpilaar Jordy Buijs en de grillige aanvallers Berry Powel en Steve de Ridder na herbergt het elftal geen enkele creativiteit meer. Hiermee is De Graafschap terug bij af, aangezien het sinds de transfer van Lasse Schöne naar NEC ontbreekt aan een creatieve aanvallende middenvelder in de selectie.

Momenteel bestaat De Graafschap uit eenheidsworsten die bikkelen voor elke meter maar kwalitatief te kort schieten voor de Eredivisie, een enkele uitzondering daargelaten. Aan het roer staat coach Kalezic, die zich presenteert als een tactische lafaard door een te defensieve speelstijl te hanteren. Absoluut dieptepunt was de uitwedstrijd van twee weken geleden tegen Excelsior. Hierin stuurde Kalezic elf angsthazen het veld op die in de gehele eerste helft niet één schot op het vijandelijke doel wisten te lossen.

Ondertussen beroept Kalezic zich op de vele blessures waarmee zijn elftal te kampen heeft. Hoewel dit inderdaad niet te ontkennen valt is het mijn inziens geen legitiem excuus. Het niveau van de Jupiler League is namelijk zo schrikbarend laag dat van De Graafschap te allen tijde geëist mag worden dat het de opponent weet af te bluffen en te verslaan.

Ondanks dat De Graafschap niet weet te overtuigen verwacht ik dat het kampioenschap in de Jupiler League dit seizoen behaald zal gaan worden. Dit zou betekenen dat men binnen een jaar terugkeert naar de zo verlangde Eredivisie. Het transfereren van Assaïdi bewijst evenwel dat de clubleiding blijft vervallen in oude fouten. Mijn vrees dat De Graafschap de komende seizoenen blijft voortkabbelen tussen de onderste regionen van de Eredivisie en de bovenste plekken in de Jupiler League lijkt zodoende gerechtvaardigd.

Om ooit een stabiele club in de Eredivisie te worden zal het technische beleid bij De Graafschap drastisch op de schop moeten. Op dit moment ontbreekt het totaal aan enige voetbalvisie: het transferbeleid bestaat hoofdzakelijk uit paniekaankopen, het scoutingbeleid is bedroevend slecht en spelerscontracten worden ongunstig opgesteld.

De input van icoon van de Achterhoek Guus Hiddink zal hierin wellicht verandering gaan brengen. Vorige week benadrukte Hiddink opnieuw dat hij zich kosteloos in wil gaan zetten voor De Graafschap. Hopelijk zal zijn knowhow voor de broodnodige professionaliteit op de werkvloer bij de Superboeren gaan zorgen. (ROEL TOMASSEN, clubreporter De Graafschap)
03/12/09 16u46
volledig dossier: Clubreporters
mailIcon print | |

Jouw mening telt!

Deel jouw mening met de AD-bezoekers

 
commonMessages.loading
Aan het laden ...
Vind AD Sportwereld op social media
Facebook
TwitterVolg ons op Twitter

eredivisie
live scorebord