Bij de inbraak in het Westfries
Museum in Hoorn werden 23
schilderijen en zilverwerk met een waarde tussen de 10 en 15 miljoen euro gestolen. Hoe wordt er in de museumwereld gereageerd op zo'n diefstal? Helaas zijn er genoeg voorbeelden. En wat zijn dat voor dieven? Vergeet in elk geval de romantische boeven uit Hollywood.
DEN HAAG | Geven dikke vette oliesjeiks met geldpakhuizen à la Dagobert Duck af en toe opdracht een Van Gogh of Rembrandt te stelen? Gewoon voor thuis, aan de muur.
Niemand die het bewijs heeft. Maar na elke kunstroof wordt de puissant rijke privé-collectionneur met criminele inslag aan de borreltafel aan de schandpaal genageld. Was hij het, die opdracht gaf voor de roof uit het Westfries Museum in Hoorn?
Misschien loopt er ergens ter wereld wel zo eentje rond die een mooie collectie bijeen laat roven, zeg voorzitter Pauline Kruseman van de Nederlandse afdeling van de Internationale Raad voor Musea (ICOM). Deze week nog werd een jonge Franse kunstdief veroordeeld die heeft bekend 239 kunstwerken te hebben gestolen. Híj deed het voor zichzelf, voor zijn eigen museumpje thuis. En voor zijn moeder en zijn vriendin.
"Maar de wereldwijde plundering van cultuurschatten gebeurt door brutale criminelen die daar geld uit willen slaan", weet Kruseman op basis van haar internationale contacten.
Kruseman wijst erop dat de roof van kunstschatten uit arme landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika ook na de sluiting van het internationale Unidroit-verdrag tegen kunstdiefstallen in 1995, gewoon is doorgegaan. Van op grote schaal geplunderde graven in China tot grotendeels verwoeste archeologische vindplaatsen in Mali, zijn overal ter wereld stille getuigen van deze uiterst lucratieve criminele activiteiten te vinden. Nederland tekende het verdrag in 1996, maar is er nog steeds niet in geslaagd met de kunst- en antiekhandel overeenstemming te bereiken over de voorwaarden voor ratificatie van het verdrag.
"Zo staat Nederland er bij de internationale bestrijding van kunstdiefstal nog steeds pover op", vindt Kruseman. "Moeten we dan echt wachten op nog een paar flinke kunstdiefstallen?"
Directeur John Leighton van het Van Gogh Museum in Amsterdam wil niet speculeren over het profiel van de plegers van kunstroven. Zijn woordvoerder Heidi Vandamme houdt af: "Die expertise heb je niet en hij vindt ook dat je daar niets mee opschiet."
Leighton kreeg in december 2002 te maken met de diefstal van twee Van Goghs waarbij het geavanceerde alarmsysteem niet bleek te werken: de criminelen hadden genoeg aan een ladder en een moker. De werken zijn nog steeds spoorloos.
Onder het directoraat van Ronald de Leeuw werd het Van Gogh Museum in 1991 getroffen door de roof van maar liefst twintig Van Goghs. De daders, 'gewone' straatcriminelen, werden snel gevat en de schilderijen werden toen door de politie snel teruggevonden in de kofferbak van een auto. "Het is het ergste wat een directeur kan overkomen", reageerde ervaringsdeskundige De Leeuw, inmiddels directeur van het Rijksmuseum, na de diefstal in zijn 'oude' museum.
Ook De Leeuw heeft evenwel geen beeld voor ogen van 'de kunstrover', laat woordvoerder Boris de Munnick van het Rijksmuseum namens hem weten. "We hebben zelf alleen in de jaren zestig op een veiling een keer een gestolen beeld van Tetterode teruggekocht van een Zwitserse familie die volstrekt te goeder trouw was. Maar de daders zijn nooit gevonden." Het Rijksmuseum leeft 'natuurlijk' enorm mee met het Westfries Museum, aldus De Munnik. "Dergelijke reacties zijn vergelijkbaar met als iemand een been breekt. Dat is naar, maar het kan jezelf ook overkomen." Bij het 'Rijks' zijn de afgelopen jaren 'gelukkig' slechts een pendule, een sculptuur en een stukje van een middeleeuws tapijt ontvreemd. "Maar dat waren incidenten en niet zoals waarschijnlijk onlangs bij De Schreeuw van Edvard Munch in Oslo, een roof op last van een internationaal opererende criminele bende", werpt De Munnick zelf een balletje op.
In de filmgeschiedenis is kunstroof over het algemeen pakkie-an van gentleman-inbrekers. Maar in werkelijkheid was er nu geen sprake van heren met beschaafde charmes. Het enge van de roof in Hoorn vond Kruseman vooral de agressie die uit de vernielingen sprak. "Dat was pure barbarij."
Over de bestemming van de Gouden Eeuw-schilderijen uit het Westfries Museum hoeft Pauline Kruseman niet lang na te denken. "Het zijn bekende werken die niet makkelijk te verhandelen zijn. Maar na een tijdje verstoppen in bijvoorbeeld Latijns-Amerika, komen ze zeker alsnog in de handel. Want van welke kunstroof dan ook willen criminelen altijd beter worden." | GPD
Haagse musea als eerste met rampenplan
door Herman Rosenberg
DEN HAAG | Musea waanden zich lang onaantastbaar. De reeks grote kunstroven van de afgelopen jaren en andere calamiteiten zoals zware wateroverlast in het Groninger Museum en in Boijmans van Beuningen in Rotterdam in 1998 en 1999, maakten daar een einde aan. Negentien Haagse musea en kunstinstellingen stelden vorig jaar onder leiding van het Instituut Collectie Nederland (ICN) een rampenplan op. "De pilot was bedoeld om na te gaan of er een netwerk kan worden gevormd tussen instellingen, gemeente, brandweer en politie", vertelt Marina Raymakers van het ICN. "Dat is in Den Haag een groot succes geworden. Tegelijk hebben wij een handleiding gemaakt voor het opstellen van een calamiteitenplan. Maar dat is alleen een aanzet. Elke instelling moet er zijn eigen invulling aan geven.".
Rien Schouten, plaatsvervangend directeur van het Haagse Museum Meermanno is zeer positief over het project. "Voorheen was ons rampenplan niet veel meer dan een ontruimingsplan. Nu zijn de risico's van zaken als brand, waterschade en diefstal in kaart gebracht, zodat er veel meer aandacht is voor preventie. En voor als er dan toch iets misgaat hebben we een herstelplan. In dat geval kunnen we rekenen op steun van alle Haagse deelnemers aan de pilot. Dat is in een contract vastgelegd."
Het Haagse project is intussen overgenomen door Leiden en Delft.
De bedreigingen komen overigens niet altijd van buiten. Dat bleek in Delft, waar een conservator van het Legermuseum vele prenten uit de collectie verkocht. Schouten van Meermanno: "Mensen kunnen het vertrouwen dat in hen wordt gesteld misbruiken. Daarom zijn de taken en bevoegdheden van het personeel nog eens exact vastgelegd. Het lijkt misschien alsof we onze eigen mensen niet vertrouwen. Maar het is gewoon beter alles helder te maken, zodat iedereen precies weet wat wel en niet mag. Iets uit de collectie mee naar huis nemen mag dus nooit. Onze collectie is van het rijk, dus eigenlijk van alle Nederlanders. Het is onze taak dit erfgoed te beheren."
Recente kunstroven
Mei 1988 Drie schilderijen van Van Gogh, Cézanne en Jongkind uit het Stedelijk Museum in Amsterdam. De politie vindt de doeken. De daders gaan de cel in.December 1988 Drie schilderijen van Van Gogh – waarde 1,3 miljoen euro – uit het Kröller-Müller Museum in Otterloo. De doeken worden teruggevonden.
April 1991 Twintig werken van Vincent van Gogh – geschatte waarde een half miljard euro – uit het Amsterdamse Van Gogh Museum. De daders worden gepakt. Drie schilderijen lopen schade op.
Oktober 1999 Zeven werken uit woning van een weduwe uit Bilthoven. Gezamenlijke waarde ruim 1,3 miljoen euro.
Maart 2002 Vijf doeken, waaronder Jan Steen, uit het Frans Hals Museum in Haarlem.
December 2002 Diamanten met een waarde van 6 miljoen euro uit het Haagse Museon. De kleinoden zijn onvindbaar.
December 2002 Twee schilderijen van Van Gogh, waarde ruim 10 miljoen per stuk, uit het Van Goghmuseum in Amsterdam. De werken zijn spoorloos.
