Het fijne aan Ajax is die heerlijk verwarrende, niet meer te volgen poppenkast. Dat geroep en geklaag en geroezemoes, alsof het hele balkon vol zit gepakt met mopperende muppets. Johan Cruijff die elke week een keer vertelt dat iedereen op moet rotten - en snel een beetje. Zijn legertje paladijnen dat stiekem mee fluistert op de achtergrond, loerend op het moment dat de polonaise gaat beginnen.
Er verscheen een Gooische vrouw in beeld. Ze droeg deftige oorbellen en een laagje make-up, zorgvuldig aangebracht op haar zachte gebruinde huid. En toen sprak ze, met een loeiend hete aardappel nog in haar keel, de twee mooist denkbare zinnen: ,,Ajax is helemáál geen arrogante club. Hoe kóómen ze erbij.''
Het was mijn favoriete fragment uit een recente documentaire over Ajax en haar personeel, rond het gemiste landskampioenschap van afgelopen seizoen. Vooral omdat je als kijker in totale verwarring achterbleef: had de maker hier, in de geest van Gert-Jan Dröge, heel subtiel de spot gedreven met ons aller Ajax? Of was het juist Ajax dat in een prachtige bui van zelfspot zijn allerbekakste medewerkster naar voren had geschoven, om even uit te leggen dat Ajax totáál geen arrogante club is?
Begrijp me goed, dit wordt geen vervelend afzeikstukje over Ajax. Want in al zijn dramatiek is Ajax in elk geval nog om te lachen, vind ik, iets wat je van Feyenoord allang niet meer kunt zeggen. Zeker niet nu Ome Fred is opgestegen, naar een mooi plekje in de hemel, als de koning van het fijnbesnaarde cynisme.
Bij Feyenoord is het probleem bovendien te eenvoudig. Het geld is op en oneindig geduld is geboden, veel meer smaken zijn er niet. Ze hebben er een soepzooitje van gemaakt en daarmee basta. Uithuilen en opnieuw beginnen. Simpel.
Het fijne aan Ajax is die heerlijk verwarrende, niet meer te volgen poppenkast. Dat geroep en geklaag en geroezemoes, alsof het hele balkon vol zit gepakt met mopperende muppets. Johan Cruijff die elke week een keer vertelt dat iedereen op moet rotten - en snel een beetje. Zijn legertje paladijnen dat stiekem mee fluistert op de achtergrond, loerend op het moment dat de polonaise gaat beginnen.
Een directeur die het grootste verlies aller tijden presenteert en dan vrolijk naar achteren wijst, naar zijn voorgangers. Een voorzitter die eerst een ingewikkeld rapport schrijft en vervolgens Marco van Basten een vrijbrief geeft om ongeremd geld over de balk te smijten. En een trainer die allerlei hele rare spelers haalt, behalve een buitenspeler. En die daarna (geen grap) roept dat hij nu eindelijk een keer een buitenspeler nodig heeft, liefst een hele goeie.
Niemand die ondertussen nog weet wie er gelijk heeft. Braaf naar Johan Cruijff luisteren - bij FC Barcelona kostte het Joan Laporta een miljoentje of vierhonderd aan schuld, geloof ik. En het laatste grote advies van Cruijff dat wél werd opgevolgd door Ajax, was het aantrekken van Henk ten Cate als trainer. U weet wel, de coach die met veruit de beste Ajax-selectie van de laatste tien jaar de landstitel misliep.
Pak de spelersselectie er nog maar eens bij voor de gein, van dat seizoen 2006-07. Met Stam en Davids en Gabri en Huntelaar en Sneijder en Heitinga en Vermaelen en Babel en Perez. Mede samengesteld door Martin van Geel, inmiddels met pek en veren weggejaagd uit de Arena. Een prutser, volgens het rapport Coronel, dat geschreven werd door de voorzitter die... Ach. Laat ook maar: Feyenoord is om te huilen, zeker. Maar Ajax om te lachen. (SJOERD MOSSOU)


