Cohen en Wilders.
© anp.
'Als er al een rode draad is in dit debat, dan is het de lichtzinnigheid van de minister-president', concludeerde oppositieleider Job Cohen aan het einde van de tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen. Volgens de PvdA-leider heeft Mark Rutte (VVD) het premierschap beschadigd door beledigingen aan zijn adres door gedoogpartner en PVV-leider Geert Wilders weg te wuiven.
'Iedereen in het land die zit te kijken, denkt: laat hij dat zomaar gebeuren?', aldus Cohen. En: 'De heer Rutte kan wel zeggen dat het van hem afglijdt, maar hij is minister-president! Dat moet hij in de beschouwing betrekken maar dat doet hij niet en dat begrijp ik niet... In deze tijd is veel gezag nodig om de crisis te beheersen. Op deze manier gaat het mis met dat gezag.'
Stellingname
Op de eerste dag van de politieke beschouwingen had SP-leider Emile Roemer al aangedrongen op een stellingname van premier Rutte tegen toon en taalgebruik van gedoogpartner Wilders. Hij wilde voor aanvang van het debat op donderdag een reactie van Rutte.
Maar Rutte weigerde. Hij zou zelf later in het debat zijn moment kiezen om te reageren, zei hij. Maar kort voor afronding van zijn beantwoording botste hij onverwacht hard met Wilders over een eerdere uitspraak van PVV'er Raymond de Roon over de Turkse premier Erdogan ('nu komt de islamitische aap uit de mouw en die heet Erdogan').
Kroegruzie
In een snelle escalatie verloren beiden alle gebruikelijke decorum uit het oog in wat even klonk als een kroegruzie. Waar in eerdere gevallen aanvallen en aanvaringen oogden als een spel, leek hier even drift op te flakkeren en schoten beiden verder door dan de bedoeling was.
Daarmee liep het debat uit op precies datgene wat Rutte had willen voorkomen. Nog 's ochtends had hij verwijtend gesproken over de verslaglegging in de media, die werd gedomineerd door de irritaties over Wilders. Hij riep de Kamer op zich vooral weer te concentreren op wat hij 'de inhoud' noemde; de maatregelen van het kabinet inzake eurocrisis, zorg, sociale zekerheid, pensioenen en wat dies meer zij.
Bijna zes uur lang ging het over feiten en cijfers, het terrein waarop Ruttes politieke vaardigheden het best tot hun recht komen. Overigens deed ook daar het punt van gezag zich al gelden, maar ditmaal met betrekking tot Kamervoorzitter Gerdi Verbeet. Meermalen kreeg het debat een wat chaotisch verloop, omdat Verbeet herhaaldelijk toestond dat Rutte werd geïnterrumpeerd op andere onderwerpen dan die welke hij op dat moment aan het behandelen was.
Verkeerde vragen
In de eerste pauze maakte CDA-fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma daar al enige kritische opmerkingen over. 'Ik raakte in de war over waar we zaten en stelde op enig moment zelf de verkeerde vragen. De debatleiding zou echt wat strakker en gestructureerder mogen.'
Tijdens een hoogoplopende woordenwisseling tussen Rutte en Roemer praatte die laatste door het antwoord van de premier heen. Rutte weigerde daarop verder te gaan. 'Ik ben wel klaar met de heer Roemer', aldus Rutte. Verwijtend: 'Voorzitter, u speelt daar ook een rol in. U laat dit gewoon gebeuren.'
Te gast
Verbeet wees daarbij op haar formele rol en de beperkingen van haar bevoegdheden. Even later, na zijn aanvaring met Wilders, deed Rutte iets soortgelijks. Hij was maar te gast in de Kamer, zei hij. Kritiek op een Kamerlid was een zaak van de Kamer zelf, zei hij. Daarop draaiden veler ogen naar VVD-fractieleider Stef Blok, de enige die was blijven zitten. Die stond pas op na een uitdrukkelijke uitnodiging daartoe door fractieleider Jolande Sap van GroenLinks. Blok: 'De heer Wilders houdt van provoceren en ik laat me niet graag provoceren.'
Blok, net als Rutte, legt immer de nadruk op de vrijheid van meningsuiting en vindt dat die slechts door de wet wordt begrensd. Maar coalitiepartner Van Haersma Buma denkt daar anders over: 'Alles wat de heer Wilders zegt, is niet in strijd met de wet en ook niet met het gedoogakkoord. Voor het CDA is het echter net zo belangrijk dat het wel in strijd is met de meest elementaire regels van fatsoen.'


