ROTTERDAM - De Dordtse korpschef Teun Visscher veegt de vloer aan met deskundigen die beweren dat inzet van speurhonden de moord op Milly Boele hadden kunnen voorkomen.
In een interview met het AD stelt hij verder dat de politie geen kapitale blunders heeft gemaakt in de zaak. ,,We hadden nooit kunnen voorkomen dat Milly werd gedood, omdat ze zo snel om het leven is gebracht'', aldus Visscher. ,,Ik sta achter de gekozen werkwijze en vindt alle kritiek zeer onterecht.''
De politie stond de avond van de vermissing meteen al voor de deur van de uiteindelijke verdachte, Sander V. Die eerste keer zei hij niets te maken te hebben met de verdwijning. Later in de speurtocht kwam de polite nog tweemaal bij V. langs en kreeg de politie argwaan.
De laatste woorden van Milly in het gesprek met haar moeder kwamen de politie pas tegen elf uur op de avond van de vermissing ter ore. Eerder was Milly's moeder te overstuur om zich te herinneren dat Milly had gesporoken over een 'buurman met een katje'.
Visscher vindt dan ook dat het verwijt dat niet meteen de buurt is uitgekamd met speurhonden zeer onterecht. ,,Wij kwamen om kwart over negen bij de ouders, toen was het spoor van Milly al lang niet meer door de honden op te pikken.'' (PO)


