Over het kolenspoor door Spanje
BILBAO - Agatha Christie had er een moord voor gedaan: vier dagen boemelen door het achterland van Noord-Spanje in een luxetrein vol kleurrijke karakters en een barrijtuig met een onuitputtelijke ginvoorraad.
Tandenpoetsen lukt alleen met open schuifdeur terwijl je kont de kamer in steekt
Van alle gemakken voorzien, deze hotelkamer: van airco en muziekinstallatie via wifi voor je laptop tot pluizige handdoeken van Egyptisch katoen en een massagedouche. 's Avonds is er turn-down service: kom je tipsy terug uit het restaurant, is alles opgeruimd en gepoetst, het gordijn dicht, het licht gedimd en het dekbed opengeslagen. Zou zomaar een viersterrenhotel kunnen zijn. Maar er is iets geks: het is allemaal minuscuul.
Twee bij twee meet dit hotelkamertje, de badkamer incluis. Daar kun je je kont niet keren; inzepen onder de douche gaat met stotende ellebogen, om te toiletteren dien je tussen wand en wasbak door te manoeuvreren en tandenpoetsen lukt alleen met open schuifdeur terwijl je achterste de kamer in steekt. El Expreso de La Robla is een chique trein met een rollend restaurant, een barrijtuig voor een koud wijntje en een loungewagon met onderuitzakbanken. Elke donderdag vertrekt een vierdaagse plezierrit over Noord-Spaans kolenspoor, boemelen van Bilbao naar León en retour, met tussenstops bij curieuze musea, mysterieuze grotten en middeleeuwse stadjes.
Wagon 1, coupé 12
,,Mag ik uw koffer dragen?'' vraagt de in goudgerand uniform gehulde treinsteward Julio. Hij brengt zijn gast naar wagon 1, coupé 12, legt uit hoe airco, muziek en massagedouche werken en overhandigt de sleutel, in blijde afwachting van een fooi. Precies zoals in een sterrenhotel, alleen staan Julio en de reiziger hier bijna met de neuzen tegen elkaar gedrukt. Dit is net een cruise, vertelt reisleidster Anna in de barwagon, alleen dan niet op zee, maar tussen de rails. Je hoeft je nergens zorgen om te maken, wij brengen je overal heen.
Achter de ramen maken de buitenwijken van Bilbao plaats voor de uitlopers van de Cordillera Cantábrica, binnen maken de passagiers kennis met elkaar. Een echtpaar Poolse hippies, een vrolijke IJslander, een gerimpelde Noor en een jonge Deense, twee Zwitsers, de Bulgaarse dubbelgangster van Erica Terpstra, een Engelse jongen met hoedje en puntschoenen, twee hooggehakte Françaises en een Ier die zijn reputatie hooghoudt door subiet een gin-tonic te bestellen. Een bont gezelschap. Agatha Christie zou er pap van lusten; het wachten is op een moord à la die in de Oriënt Express en Hercule Poirot die komt vaststellen dat Julio het wel gedaan moet hebben.
Grotkerk met fresco's
Ojo Guareña is het grootste grottencomplex van het Iberisch schiereiland. In de veertien grotten en honderd kilometer aan tunnels wemelt het van de stalactieten en stalagmieten, maar slechts een deel is open voor het publiek en laten die druipsteenformaties daar nou net niet te zien zijn. Teleurstellend, vinden de treinpassagiers, maar dan komen ze in een fraai uit de rotsen gehouwen kerkje met eeuwenoude frescos van het leven en lijden van Christus. Estupendo.
Vanavond wordt er getafeld in de parador van Cervera de Pisuerga. Zo'n honderd van die chique staatshotels zijn er in Spanje, meestal in monumentale kloosters en kastelen, soms in moderne gebouwen maar dan op een panoramische prachtplek. Dit is er zo een; midden in een nationaal park met uitzicht op een spiegelglad stuwmeer. Uit de keuken komen lokale klassiekers als soep met brood en een karrenvracht knoflook, huisgemaakte pittige worstjes en gegrilde lamsbouten.
Terug in de trein zijn de gin-tonics niet aan te slepen en gaat het over de krappe slaapcoupés. De Spaanse smalspoormaatschappij FEVE biedt nog een meerdaagse luxe treinreis; El Transcantábrico heeft heuse suites met tweepersoonsbedden. Daar hangt een prijskaartje aan van zo'n 2500 euro, tegen een kleine 700 euro voor de Expreso de la Robla. Daar horen alle maaltijden en excursies bij. Dat je met je gat uit de badkamerdeur je tanden staat te poetsen, neemt men voor lief.
Eerste kolentrein
Het mijnbouwmuseum is niet per ongeluk op het programma gekomen, want zonder de mijnbouw, waardoor dit ooit een van Spanjes rijkste regio's was, was deze treinreis niet mogelijk geweest. In Sabero staat aan een mooi pleintje vol platanen een reusachtige neogotische loods, een prachtig staaltje industrieel erfgoed. Een heuse kolenkathedraal. IJzer en staal, daar draaide het hier eerst om, maar dat werd een fiasco en men stapte over op kolen. De mijnwerkers bezweken voor hun 40ste aan stoflongen, maar kregen een riant salaris, een mooi huis en een vet pensioen voor vrouw en kinderen.
De mijndirecteur had een riante villa pal naast de kolenkathedraal. Al die gedolven kolen moesten ook worden vervoerd en daarom kwam er een spoorlijn, 335 kilometer lang van Bilbao naar León, de Ferrocarril de La Robla. De eerste kolentrein reed eind 19de eeuw, de laatste een eeuw later. In 1991 ging de mijn dicht. Mijnwerkershuizen en directeursvilla staan te verpauperen, Sabero is een spookdorp. Waar ter wereld je ook een regio er bovenop wilt helpen: toerisme is het toverwoord. Het oude kolenspoor werd opgeknapt en daar was de Expreso de La Robla.
Wilde beesten
Erg toeristisch wil het in het bergachtige binnenland achter de Noord-Spaanse kust nog niet worden. In de restaurants zijn de treinpassagiers vaak de enige gasten en de schaarse attracties vallen veelal in de categorie curieus. Zoals een oude barettenfabriek in Balmaseda, opnieuw een knap staaltje industrieel erfgoed, en ooit droegen alle Spaanse mannen zo'n vilten hoofddeksel, maar het is niet iets om een ansichtkaart over naar huis te schrijven. Of het Museo de la Fauna Salvaje, een museum vol wilde beesten.
Bovenop een bergtop in het midden van nergens is in een hypermodern gebouw een collectie uitgestald van tienduizend opgezette dieren. Zeventien zalen vol, van blinkende prachtkever tot olifant. Hoogstpersoonlijk afgeknald door ene Eduardo Romero Nieto, een soort Spaanse prins Bernhard. Het museum is puik ingericht, maar het zijn wel héél veel dode dieren. Deze trip heeft sowieso een hoog prins-Bernhard-gehalte. In een middeleeuws kasteeltje heeft een al even rijke zakenman zijn privé-verzameling uitgestald: 75 oldtimers, waarvan 43 Rolls-Royces, van een Silver Ghost uit 1910 via de Rolls van Franco tot een Silver Spur uit 1990.
Kathedraal van licht
Van lekker Spaans eten houden alle treinpassagiers dan weer wél. Na de parador en een authentieke bodega wordt ditmaal gedineerd in een grot die ooit dienst deed als kolenopslag. Wat op tafel komt, is opnieuw smakelijk, maar o zo machtig. Tijdens een ritje met de Expreso de La Robla kom je zomaar een paar kilo aan. Die kilootjes worden er wel weer vanaf gewandeld in León, met een stortvloed aan monumenten in goudgeel zandsteen. Zoals het Panteón Real, met indrukwekkende gewelven met romaanse fresco's, of het Hospital de San Marcos, in de middeleeuwen gebouwd als pleisterplaats voor pelgrims en nu een van 's lands mooiste luxehotels. Dit gebouw heeft meer glas dan steen, meer licht dan glas, meer geloof dan licht. Dat zei Angelo Roncelli voordat hij paus Johannes XXIII werd over de kathedraal van León. 1800 vierkante meter glas-in-lood, verdeeld over 125 ramen en drie reusachtige rozetten. Met een stijve nek begrijp je de bijnaam van deze catedral de la luz.
Op naar de barrio húmedo, de natte wijk, zo genoemd vanwege de vele hectoliters alcohol die hier worden ingenomen. Hudje-mudje zitten tabernas en taperías hier op elkaar, met Plaza San Martin als het kletsnatte middelpunt. De laatste passagiers keren pas tegen het ochtendgloren terug in de trein.
Bilbao dubbelop
Het gaat nergens heen met deze trein, grapt de IJslandse passagier met kleine oogjes bij het ontbijt. Op dag een en twee rijdt de trein van Bilbao naar León, op dag drie en vier gaat het terug van León naar Bilbao. 's Nachts wordt er niet gereden om rustig te kunnen slapen. Vier dagen in een trein zitten en dan terugkomen bij het beginpunt is een beetje vreemd.
Maar Bilbao is best een dubbel bezoek waard. De Baskische stad zat een decennium geleden nog in het slop, maar ineens was daar de titanium kunstkathedraal van Frank Gehry en ineens was Bilbao weer helemaal hip. Het Museo Guggenheim, met kolossale zalen vol Warhol, Picasso en Dalí, is nog steeds dé toeristentrekker. Maar er vallen meer prestigieuze musea te bezoeken en ook hier is een natte buurt vol tapasbars en taveernes.
Met handdrukken en klapzoenen nemen de passagiers afscheid van elkaar. Goed, je kunt je kont niet keren in de kamertjes en niet elke excursie is even geslaagd te noemen, maar het was een prachtige treinreis. Toch jammer dat Hercule Poirot zich niet liet zien en de verwachte moord uitbleef. Een beetje suspense hoort er tenslotte toch bij in zo'n nostalgische luxetrein. (TEKST EN FOTO'S SANDER GROEN)
UIT & THUISHoe kom je er?
Van Amsterdam naar Bilbao met Vueling, rechtstreeks vanaf 120 euro retour.
www.vueling.comLokaal vervoer
Vanaf de luchthaven van Bilbao rijdt Bizkaibus 3247 voor ruim een euro naar het centrum. Een taxi van vliegveld naar centrum kost zo'n 18 euro. Bilbao heeft twee treinstations; het grote sta-tion van de nationale spoormaatschappij RENFE en daarachter, aan de rivier, stationnetje La Concordia van smalspoormaatschappij FEVE. Daar vertrekt de Expreso de La Robla.
Accommodatie
In het centrum van Bilbao, vlakbij het treinstation, vind je Hostal Begoña, een betaalbaar pension met kamers met badkamer, minibar en gratis wifi. Twee-persoonskamer vanaf 50 euro excl. ontbijt,
www.hostalbegona.com Informatie
Spaans Verkeersbureau, 070 3465900,
www.spain.info/nl