Het nieuwe, hippe gezicht van het Ruhrgebied
Goed geconserveerd industrieel erfgoed.
RUHRGEBIED - Het Ruhrgebied neemt definitief afscheid van zijn vuile verleden als grootste industriële regio van Europa. Als Culturele Hoofdstad van Europa 2010 kan het zijn nieuwe hippe gezicht laten zien.
ét icoon van het nieuwe Ruhrgebied, de Zeche Zollverein.
Schaatsend langs de hoogovens.
Het door Rem Koolhaas ontworpen Ruhr Muzeum in Essen.
Ze hadden natuurlijk de hele boel kunnen platgooien toen in de jaren '80 de laatste mijnwerkers en fabrieksarbeiders de poorten definitief achter zich dichttrokken, maar achteraf is het maar goed dat het Ruhrgebied dát finale bombardement bespaard is gebleven.
Want de regio die ooit het grootste industriële maanlandschap van Europa was en daardoor een weinig aantrekkelijke bestemming bleek, heeft een nieuwe kans gekregen die hij met beide handen heeft aangegrepen. Veel oude fabrieken, gashouders en hoogovens werden in de afgelopen jaren verbouwd tot musea, theaters, concertzalen en horecagelegenheden.
Achter de oude hekken wordt nu gewandeld, gefietst en in de zomer gezonnebaad. In een van de immense gashouders kun je zelfs leren duiken in het grootste (binnen)bassin van Europa, alleen toegankelijk via vele trappen die als een slang langs de buitenwand van de gasopslag omhoog kringelen.
Als beloning van al die daadkracht in de afgelopen tien jaar mag het Ruhrgebied-nieuwe-stijl zich in 2010 een jaar lang Culturele Hoofdstad van Europa noemen. Alle 53 steden en stadjes in de regio met zijn ruim vijf miljoen inwoners, laten tezamen zien hoeveel schoonheid er inmiddels schuilt in en rondom de voormalige kolenmijnen en hoogovencomplexen, hoe hip de binnensteden wel niet zijn geworden en hoe fantastisch je er kunt recreëren. En dat allemaal op nog geen twee uur rijden van onze eigen Randstad.
Ze hebben er vaart achter gezet om dit onooglijk stuk Duitsland om te vormen tot een voor toeristen aantrekkelijk gebied, want zo lang is het niet geleden dat je er het liefst helemaal niet kwam en als het al moest het gaspedaal zo diep indrukte dat je er so schnell wie möglich weer voorbij was. Weg van dat stinkende landschap met al zijn lelijke schoorsteenpijpen die in één constante stroom rookpluimen in de meest vieze kleuren naar buiten rochelden.
Tegenwoordig is de lucht er weer blauw met witte wolkjes. Alsof het nooit anders is geweest. Maar de verlaten ovens, gashouders en fabriekshallen vormen de stille getuigen van een industriële geschiedenis die voor altijd aan deze regio verbonden zal zijn. Eén die voorgoed zijn stempel heeft gedrukt op steden als Duisburg, Düsseldorf en Essen.
Maar wat een moeite doen ze om die last af te schudden. Duisburg heeft een complete binnenhaven gecreëerd, die in 2010 dé haven van de culturele hoofdstad is. In de voormalige silo's langs het water hebben zich restaurants, barretjes en musea gevestigd, zoals Küppersmühle, het museum voor moderne kunst dat werk van grote namen herbergt als Georg Baselitz, Jörg Immendorff en Sigmar Polke. Voor de deur dobberen waterfietsen in de vorm van een zwaan waarmee je in alle rust een tochtje kunt maken langs de spectaculaire nieuwbouw en de stenen tribune vanwaar je in 2010 menig spektakel op het water kunt aanschouwen.
Dit alles is de moderne kant van het Ruhrgebied dat tot nu in ieders geheugen staat gegrift als producent van steenkool en staal. En natuurlijk kun je daar niet omheen. De historie wordt levend gehouden in een aantal belangrijke musea, waaronder het LWL-Industriemuseum met zijn acht locaties in het hart van de streek Westfalen-Lippe.
In Hattingen staat bijvoorbeeld de imposante Henrichshütte die het verhaal van de productie van ijzer en staal vertelt. Anderhalve eeuw lang werd hier door duizenden arbeiders metaal gesmeed en ijzer gegoten. De firma had ertsmijnen en hoogovens en maakte onder meer scheepsschroeven en treinwielen. Het bedrijf behoorde in 1940-1945 tot de fabrieken die produceerden voor de Duitse oorlogsindustrie.
In 1987 werd de hoogoven onder zwaar protest van de werknemers definitief gedoofd. En sinds vijf jaar geleden ook de smederij werd gesloten, staan alle machines stil. Dankzij een meer dan begeisterte museumdirecteur ligt het fabrieksterrein met zijn oude rails en de 55 meter hoge hoogoven, waarin een lift je nu naar de top schiet, er niet doods bij. Met de Culturele Hoofdstad op komst heeft het museum van de overheid maar liefst drie miljoen euro gekregen om de hallen verder op te knappen. Zeer nodig, want alleen een nieuw dak op het blok, dat wel zo lang is als veertig rijtjeshuizen, kost een vermogen, weet directeur Robert Laube. Hij dirigeert zijn bezoekers enthousiast langs alle nieuwe attracties.
In de nog niet gerenoveerde schachten waar tijdens de oorlog werd geschuild voor luchtaanvallen, worden nu schilderijen en tekeningen geëxposeerd. Er zijn demonstraties gieten en smeden en in de grote gerestaureerde hal vinden geregeld concerten plaats. In diezelfde hal kun je achter een enorme glazen wand op de vide aanschuiven in het trendy ingerichte restaurant Henrichs voor gevulde Riesenchampignons of een ragout van Wildschwein. Maar toch is er nog veel te doen, meldt Laube die voor 2010 een grote tentoonstelling over grote helden heeft bedacht. ,,Heel lang kon er in Duitsland niet over helden worden gesproken, maar nu mag het weer.''
Al met al kent het Ruhrgebied inmiddels zo'n tweehonderd musea, honderd concertgebouwen, 120 theaters, 3500 industriële monumenten en drie grote musicaltheaters, waarvan een groot deel te vinden is op historisch interessante plekken. De Jahrhunderthalle, een enorme gascentrale in het naargeestige stadje Bochum, is zo'n eigentijds monument. De hal is gastheer van de Ruhrtriennale, een belangrijk internationaal festival voor dans, muziek en performances. Vergeet dus de omgeving, ga gewoon naar binnen en geniet van de sfeer.
Tot een van de grootste staaltjes van Duits vakmanschap wordt ook de verbouwing van de 117 meter hoge Gasometer gerekend. Tot 1988 werd in deze ronde stalen kolos het gas uit de hoogovens en cokesoven bewaard, maar nu is het gevaarte, dat in 1999 door inpak-kunstenaar Christo en zijn Jeanne-Claude onder handen werd genomen, vooral bekend als een expositieruimte die in de onmiddellijke omgeving zijn gelijke niet kent en tot nu al zo'n vier miljoen bezoekers naar Oberhausen bracht.
In een pikdonkere ruimte glanzen sterren en dwalen planeten. Het zijn de wonderen van het zonnestelsel, onderwerp van een grote tentoonstelling die tot ver in 2010 te zien zal zijn in deze belangrijke attractie. Wie geen hoogtevrees heeft, zoeft in het donker in de glazen lift naar de nok van de opslagtoren. Daar wacht, eenmaal buiten, een nieuwe ervaring: het uitzicht over de stad Oberhausen en een groot deel van het Ruhrgebied. Je moet er een beetje moed voor hebben, maar er zijn ook 592 treden die naar boven leiden.
Klimmen en klauteren doen ze eveneens in het Landschaftspark van Duisburg, ooit een gigantisch hoogovenpark van Thyssen Stahl. Hier heeft de Alpenvereniging een trainingsterrein voor bergbeklimmers ingericht, bevindt zich het grootste duikbassin van Europa en kan het zomaar gebeuren dat je in een concert van Iggy Pop of Van Morrison belandt. Ook zonder kaartje hoor je hun stemmen galmen over het enorme terrein.
Getimmerd en gezaagd wordt er nog volop in het Ruhrgebied, want nog altijd staan vele industriepanden te wachten op een nieuwe bestemming. De Zeche Zollverein, de oude kolenmijn van Essen, heeft er al een aardige restauratie op zitten, maar nog lang niet alle gebouwen zijn klaar. Het Ruhr Museum is een nieuwe creatie van de Nederlandse architect Rem Koolhaas, gevestigd in de directe nabijheid van het beroemde Red Dot Design Museum, waar net zo makkelijk auto's worden geëxposeerd als bekers.
De in Bauhausstijl opgetrokken Zollverein, die sinds 2001 tot het werelderfgoed van Unesco behoort, wordt alom gezien als hét belangrijkste icoon van de metamorfose van het Ruhrgebied.
Gids Natalie Mol benadrukt het op grote hoogte nog maar eens: ,,Dit is echt heel bijzonder.'' Ze loopt voorop richting dak, vanwaar je een fantastisch uitzicht hebt over het terrein. Het is opvallend hoe groen het op de grond eigenlijk is. Overal groeien bomen en struiken, zelfs op plekken waar dat volgens groendeskundigen onmogelijk zou zijn. Maar de flora tiert welig tussen alle verlaten schachten.
Musea op het terrein vertellen het verhaal van de geschiedenis, je ziet de oude kolenbanden en de zeeftrommels waarin de grove van de fijne kolen werd gescheiden. En ja, het ruikt nog altijd naar industrie. Er is een bijzonder restaurant, er is kunst in de buitenruimte en hier en daar hoor je achter de stalen deuren het geluid van een muziekinstrument.
Maar wacht tot gids Natalie haar eigen stem laat klinken in een oude machineruimte. Zomaar, spontaan, een lied van een recent afgestudeerd sopraan. Dát is nou typisch het nieuwe Ruhrgebied.
CULTURELE HOOFDSTAD
Het gehele Ruhrgebied is in 2010 Culturele Hoofdstad van Europa. Met Essen, Oberhausen, Duisburg, Bochum en Dortmund als kloppend hart van alle festiviteiten. Een van de hoogtepunten wordt het snelwegfeest op de A40, een van de drukste Autobahnen van Duitsland. Tussen Duisburg en Dortmund komt op 18 juli een zestig kilometer lange picknicktafel te staan, waardoor het autoverkeer compleet wordt platgelegd en waaraan iedereen mag aanschuiven.
Een ander hoogtepunt in de agenda is een optreden van Bobby McFerrin in de Veltins-arena met een 65.000 koppig koor. Het programma vermeldt voorts een Odyssee-festival, de Ruhrtriennale en de heropening van het Folkwang Museum met vanaf juli onder meer een tentoonstelling over fotografie en rock met beelden van onder anderen Anton Corbijn en Annie Leibovitz. Het gehele programma is te vinden op
www.ruhr2010.deUIT & THUIS
De reis
De belangrijkste steden in het Ruhrgebied, zoals Duisburg, Oberhausen, Essen en Düsseldorf, liggen op twee uur rijden of treinen van Utrecht. Hogesnelheidslijn ICE rijdt zeven keer per dag naar het Ruhrgebied. Vertrek is mogelijk vanaf Amsterdam, Utrecht en Arnhem. Tickets vanaf 19 euro.
www.nshispeed.nlOvernachten
Elke stad heeft een scala aan hotels in alle prijscategorieën en variërend van klassiek tot hip.
Een hotel dat een duidelijke link heeft met het industriële verleden van de regio is de Alte Lohnhalle in Essen, waar eens de mijnwerkers hun weekloon kwamen ophalen.
www.alte-lohnhalle.de Informatie over overnachtingsmogelijkheden is verkrijgbaar via de websites van de toeristenbureaus in de deelnemende steden.
www.duitsverkeersbureau.nlVervoer
De regio telt 53 steden en stadjes. Er zijn goede treinverbindingen tussen de grote steden en er is een uitgebreid busnetwerk.
Verder is er een ruim tweehonderd kilometer lange fietsroute uitgezet langs het industriële erfgoed.
Beste resitijd
Het gehele jaar. Er is voor elk seizoen een uitgebreid pakket aan tentoonstellingen en excursies.
www.ruhr2010.de