Vervallen stadjes, visserhavens en lekker stranden.
TENERIFE - Anderhalf uur verder vliegen dan Tenerife en Lanzarote ligt nóg een eilandengroep: Kaapverdië. Het ene eiland lijkt het meest op een woestijn, het andere is juist groen.
Op Santo Antao lijken de dorpen tegen de bergwanden gekleid.
Santo Antao, het groenste eiland van Kaapverdië is populair bij wandelaars
Groen, groener, groenst.
De desolate aanblik vanuit de lucht op Ilha do Sal maakt dat je het liefst het eerste vliegtuig terug zou nemen. Maar dat gaat pas over een week, dus zit er niets anders op dan er toch iets van te maken. En dat blijkt verrassend eenvoudig.
De popsong Road To Nowhere lijkt geschreven voor de rit van het vliegveld naar hoofdstadje Santa Maria. In deze mini-Sahara winnen alleen de sterkste bomen het van de elementen. Ze staan allemaal scheef, de harde wind heeft er vrij spel. En dan, als je bijna niet verder kunt, een stadje. Kleurige huizen langs smalle straten. De bewoonde wereld!
De meeste hotels liggen aan een schattig baaitje, vlakbij de vervallen pier waar dagelijks vissersboten aanleggen. Met kruiwagens wordt de vangst over de stad verdeeld. Na deze 'ochtendspits' keert de rust terug, tot een uur of vier. Dan verschijnen er tafeltjes voor de piepkleine huizen, zodat de mannen een kaartje kunnen leggen; vrouwen klitten bijeen, kinderen rennen door de straten.
Sal is een eiland voor strandliefhebbers. Het enige andere toeristische uitje is een trip naar de zoutpannen Pedra de Lume. In de 17de eeuw werd al zout gewonnen (Sal is er naar genoemd) uit het zeewater dat door de poreuze lavagrond sijpelt. De houten constructie die werd gebruikt om het zout naar de haven te vervoeren, ligt er nu nutteloos bij, de fabriek is zwaar vervallen. Maar de zoutpannen zijn nog in gebruik. Er is voldoende productie om in de lokale behoefte te voorzien. Kleine zoutformaties glimmend als diamanten vormen een sprookjesachtig landschap.
Santo Antão
Kaapverdië bestaat uit negen bewoonde eilanden en nodigt dus uit tot eilandhoppen. Zeker omdat de eilanden heel verschillend zijn. Is Sal droog en dor, Santo Antão staat bekend als het groene eiland, hoewel dat niet onmiddellijk blijkt bij aankomst in de haven Porto Novo. Het eerste kwartier in de aluguer, een lokaal busje, zie je enkel dorre rode bergen.
Prachtig, dat wel, maar groen? Het busje tuft hoger en hoger. Snel gaat het niet; de chauffeur moet nog wat inkopen doen. Nadat de hoogste top van de bergkam is bereikt, lonkt ineens een heel ander landschap. Heerlijk geurende dennen-, papaya- en bananenbomen, en suikerrietplantages zover je kunt kijken. De chauffeur spoort de toeristen aan vooral 'stop' te roepen als ze een foto willen maken. Halverwege de rit ontpopt hij zich als gids door uitleg te geven over het landschap.
Rechts ligt de vulkaankrater, die helaas in donszachte wolken is gehuld. Overal zie je dorpjes die tegen de bergwand lijken gekleid. Het slaperige vissersdorp Ponta do Sol is het eindpunt ¿ en voor veel bezoekers het startpunt van een wandelvakantie.
Ponta do Sol is ook de woonplaats van Eugenio de Brito Morais. Als jongeman verhuisde hij naar Rotterdam, waar hij 39 jaar in de horeca werkte. Hij is nu enkele jaren terug en heeft een eigen hotel: Blue Bell.
Natuurlijk wil Eugenio zijn Nederlandse gasten wegwijs maken. Hij kiest voor een route door de Figueiral (vallei) de Paul, met als beginpunt Vila das Pombas. Eugenio zingt uit volle borst het dorpslied. Het gaat over de tuinen van het dorp die de mooiste van het eiland zijn, en het water dat overal aanwezig is. De weg wordt smaller en steiler, tot bij Cabo da Ribeira de geasfalteerde weg ophoudt en je verder loopt over onverharde paden richting de vulkaankrater. Vrouwen doen de was op een muurtje, een meisje wast haar haar in een plastic teiltje, groepen schoolkinderen lopen langs, geregeld bedelend of je een foto wilt maken. De schaarse bebouwing is heel divers. Van grote gekleurde huizen met Portugese invloeden tot originele Kaapverdiaanse woningen van grote witte stenen met een rieten puntdak.
Eugenio wil ook de Janela-vallei nog even laten zien. Bij een
groepje witte huisjes blijkt een stokerij van grogue te zijn, de nationale alcoholische drank. Vroeger werden runderen gebruikt om het suikerriet tussen twee draaiende stenen te verpulveren. Tegenwoordig wordt een machine gebruikt, maar verder lijkt er weinig veranderd. Een glaasje grogue is meer iets voor na de wandeling, want het is behoorlijk pittig spul.
Santiago
De eerste indruk van de mercado in het havenstadje Praia is overweldigend. Vrouwen kwetteren, schaterlachen en maken ruzie. Het verkopen van hun uitgestalde waar lijkt bijzaak. De markt is net een vesting met enkele ingangen. De paden zijn smal en vaak heb je geen idee of je voor of achter de kraam loopt.
De sfeer op Santiago is onbetwist Afrikaans. De Portugezen gebruikten Kaapverdië als een belangrijke doorvoerhaven voor de slavenhandel. De veelal uit Guinee afkomstige slaven moesten op het eiland leren Portugese bevelen op te volgen en werden vervolgens naar Spanje en Portugal gebracht. Een deel van de slaven bleef achter, onder meer om in de suikerrietindustrie te werken. Tegenwoordig is de bevolking van de eilanden een bonte mix van Portugezen, andere Europeanen en Afrikaanse afstammelingen.
De markt ligt op een plateau, het centrum van Praia. De plek vinden is geen kunst: volg gewoon de vrouwen die hun handel op het hoofd dragen. Slippers, fruit, vis en zelfs halve varkens. Tussen het verkopen door vlechten ze elkaars haar, dansen op straat en hebben bovenal veel lol.
Aan de voet van het plateau is een tweede markt, waar behalve exotische etenswaren alles wat een mens verder nodig kan hebben, wordt verkocht. Van hier vertrekken de minibussen naar badplaats Tarrafal. Ze vertrekken pas als ze vol zijn en dat betekent soms een half uur rondrijden in de stad, op zoek naar klanten. Er wordt optimaal gebruik gemaakt van de beperkte ruimte; kijk niet raar op als je een baby op schoot geparkeerd krijgt.
En dan zwoegt het afgeladen busje de bergen op. De route leidt langs een schitterend natuurpark en de hoogste berg van het eiland, Pico do Antonio. Het landschap is een lappendeken van kleine maïsveldjes. Via de bergketen Serra Malagueta bereik je Tarrafal, een populaire zon- en zeebestemming. Langs de branding lopen vrouwen, sierlijk ondanks de zware teil met kokosnoten op hun hoofd. Twee mannen sjouwen een tonijn aan wal. Geen twijfel wat er op het menu zal staan van de restaurantjes met uitzicht op zee.
São Vicente
Indringend en melancholiek. In het weekend klinkt uit veel cafés in het stadje Mindelo live-muziek. Veelal de morna, muziek die lijkt op de Portugese fado. Vroeger was Mindelo een belangrijke stop voor zeevaarders die op weg waren van Portugal naar Kaap de Goede Hoop. Die hoogtijdagen zijn voorbij, maar Porto Grande blijft een levendig punt. De vissers brengen hun vangst al vroeg aan land, maken hun bootjes schoon, boeten zittend op het strand de netten. Op de mercado de peixe wordt de vis verhandeld. Daar nemen de vrouwen het werk over. Ze zoeken een plek in de schaduw van de huizen aan de kade, de teiltjes met koopwaar strategisch opgesteld.
De maanvormige baai heeft zowaar allure. Aan de ene kant pastelkleurige handelshuizen, aan de andere de oceaan met in de verte een berg in de vorm van een hoofd. 's Avonds slenteren de Kaapverdianen over de kade, genietend van de ondergaande zon.
Ook voor mooie stranden kun je op São Vicente terecht. Praia Grande is indrukwekend: karamelkleurig zand zover je kunt kijken, tegen een decor van inktzwarte bergen. Stevige golven spatten schuimig wit uiteen. De wind heeft hier vrijwel altijd vat op de golven, vandaar de aantrekkingskracht op surfers. Doordeweeks ligt het strand er wat verlaten bij. De deur van het cafeetje in het nabijgelegen dorpje staat open, maar er is niemand te zien. Het snurkende geluid uit een van de kamers verstomt na even aankloppen en er verschijnt een slaperig hoofd. Twee cola? Geen enkel probleem. Dat is Kaapverdië, iedereen is flexibel en niets is onmogelijk... als je de tijd hebt. (KIM VAN DAM)
UIT & THUIS
De reis
Internationale vliegtuigen kunnen landen op de eilanden Ilha do Sal en Santiago. TAP Portugal en Cabo Verde Airlines (TACV) vliegen op Kaapverdië. TACV verzorgt ook de vluchten tussen de eilanden. Meer informatie: www.flytacv.nl en www.flytap.com/Nederland/nl/. Pakketreizen inclusief vlucht en een verblijf van een week op één eiland zijn er vanaf €700.
www.caboverdetravel.nl
Het verblijf
De hotels, hostels en pensionnetjes zijn veelal eenvoudig. De eigenaren spreken niet altijd Engels, maar met een beetje goede wil van beide kanten kom je er altijd uit. Op Santo Antão ligt hotel Blue Bell. www.hotelbluebell.info
Beste tijd
De temperatuur schommelt het hele jaar tussen de 24
en 27 graden. De regentijd duurt van half augustus tot half oktober.
OVERIGE BEWOONDE EILANDEN IN HET KORT
Boavista het woestijneiland
Een van de rustiger eilanden, met mooie stranden met palmbomen en voor surfliefhebbers voldoende wind.
Brava het onbereikbare eiland
En dat moet je vrij letterlijk nemen. Dit kleinste eiland is alleen per boot bereikbaar en wordt daarom niet vaak aangeboden bij reisbureaus.
Fogo het vulkaaneiland
De vulkaan met daaromheen het indrukwekkende zwarte lavalandschap domineert het landschap. Beklimmen kan en dat is dan ook gelijk de reden om naar dit arme eiland af te reizen.
Maio het onontdekte eiland
Een goede bestemming voor mensen die graag een strand voor zichzelf hebben. Verwacht vrij primitieve omstandigheden.
Sao Nicolau de culturele bakermat
Ook nog weinig bezocht door toeristen en mede daardoor onbedorven. Met een idyllische havenplaats.


