Een mens is nooit te oud voor een beugeltje in de mond. Dertigers, veertigers, zelfs vijftigers lopen tegenwoordig met zo'n ding....
Volwassenen hebben uiteenlopende redenen om een beugel aan te schaffen. Sommigen worden zo treurig van hun scheve tanden dat ze het ervoor overhebben twee jaar vrijwillig het gezeur aan te gaan dat een beugel geeft. Verreweg de meeste beugels worden echter aangemeten op medische indicatie: de gezondheid van de drager is erbij gebaat.
Orthodontist E. Muller in Amsterdam vindt de wens mooier te worden, reden genoeg voor een volwassene om een beugel te nemen. 'Volwassenen kloppen hier echt niet in een opwelling aan. Over de stap naar een orthodontist is nagedacht. Wie ben ik dan om te zeggen dat ze niet zo ijdel moeten zijn, en dat ze maar met die tanden moeten leren leven.' Wanneer de toestand van het gebit het toelaat, als tanden en kiezen, tandvlees en kaak gezond zijn, honoreert Muller het verzoek om een beugel altijd. De verzekering overigens niet.
Juist van mensen die ouder zijn dan 35 of 40 jaar vindt dr. B. Prahl-Andersen de vraag om gebitsregulering niet vreemd. Prahl is hoogleraar orthodontie aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam. Toen die mensen jong waren, stelt Prahl, was de beugel verhoudingsgewijs nog een tamelijk primitief geval. Ook zagen ouders soms het nut er niet van in of hadden ze het geld er niet voor. Vandaar dat sommige jongeren van toen, nu bezig zijn met een inhaalslag.
Vreemd vindt Prahl dat niet: het is niet meer zo dat iedereen op z'n vijftigste een kunstgebit heeft. Voor wie tot op hoge leeftijd eigen tanden wil houden, is het van belang dat het gebit degelijk in elkaar zit. Dan vermijd je de kans dat goede tanden en kiezen op latere leeftijd niet genoeg steun aan elkaar hebben. Want een gebit is levenslang een dynamisch geheel.
Kiezen zijn geneigd naar voren te schuiven en duwen de tanden vervolgens uit het gelid. De ondervoortanden kunnen te lijden hebben onder druk naar binnen, die de bovenvoortanden erop uitoefenen. Die bovenvoortanden zijn bij velen geneigd naar buiten uit te waaieren. Al met al verandert de stand van de tanden in de loop der jaren onvermijdelijk. Bij ouderen is dat soms goed te zien: de tanden lijken allemaal op zichzelf te staan.
Prahl kent zelfs hoogbejaarden die nog reden hebben om aan een beugel te beginnen. En waarom ook niet? Dat het kaakbot op latere leeftijd niet meer flexibel genoeg zou zijn, is een fabeltje. Dat alle tanden na het stoppen van de behandeling binnen de kortste keren terugschuiven naar hun uitgangspositie, is ook kletskoek.
De meeste volwassenen krijgen een beugel op medische indicatie. Dat kan dus zijn om samenhang in het gebit te brengen, als bescherming tegen toekomstig verval. Meestal is zo'n beugel echter nodig om het gebit voor te bereiden op een verdere ingreep. De drager heeft een gedeeltelijke prothese nodig, en die moet kunnen steunen op de overgebleven tanden. Of de prothese gaat de 'beet' van de kaken op elkaar veranderen. Daarvoor moet eerst de stand van tanden en kiezen ten opzichte van elkaar worden aangepast.
Ook voorafgaand aan een kaakoperatie moeten de stand of die 'beet' vaak worden bijgesteld. Kaakoperaties worden uitgevoerd bij mensen met afwijkingen als een vooruitstekende 'centenbak', of bij een wijkende onderkaak. Zoiets kan bij volwassenen alleen operatief verholpen worden.
Volwassenen krijgen om te beginnen meestal een vaste beugel: een veerkrachtig stuk draadstaal dat met behulp van kleine metalen plaatjes en speciale lijm aan de tanden wordt gefixeerd. Dat geval blijft minstens een jaar in de mond en moet van tijd tot tijd door de tandarts of de orthodontist worden bijgesteld. Mag hij er eenmaal uit, dan volgt doorgaans een nabehandeling in de vorm van een losse beugel: een kunststof plaatje met een metalen breiwerkje eraan. Dat moet een jaar of langer alleen 's nachts worden gedragen om het effect van de eerdere beugel te behouden.
Die losse plaatjes alleen sorteren bij de meeste patiƫnten onvoldoende effect. Een buitenboordbeugel, met een stuk ijzerdraad dat als een antenne om het hoofd zweeft, wordt eigenlijk alleen aangemeten bij kinderen.
Omdat sommige volwassenen vinden dat ze voor joker lopen met van die plakkertjes op hun tanden, doet in society-kringen inmiddels een beugel opgang die aan de binnenkant van de tanden wordt gefixeerd. Orthodontisten balen echter van die dingen en raden ze sterk af: ze doen gemeen pijn, ze zijn drie keer zo duur als een normale beugel, de behandeling kost meer tijd en is pijnlijker, bijna iedereen gaat ervan slissen en tanden schoonhouden is echt een ramp. Veel orthodontisten weigeren ze dan ook te plaatsen.
Muller: 'De nadelen ervan wegen echt niet op tegen het esthetische voordeel.' Bovendien, is Mullers ervaring, is zowel de drager als zijn omgeving binnen een week of zes gewend aan het gewone beugelbekkie.
En wat vinden de volwassen dragers zelf van hun plaatjes-beugel? Afgezien van het prachtgebit dat hun voor ogen schittert, zijn zij niet onverdeeld blij met het ongemak dat het ding bezorgt. Tanden schoonhouden is een stuk lastiger. Harde dingen eten is moeilijker: een kippenpoot kluiven en een appel eten, geven problemen. Zo'n appel kan zelfs de plakkertjes die de draad fixeren, losstoten. Die moet dan opnieuw op de tanden worden geplakt. Is de beugel eens in de vier tot zes weken door de orthodontist aangedraaid, dan houdt de drager een paar dagen een pijnlijk gevoel aan tanden en tandvlees. Ook kan de binnenkant van de mond pijnlijke plekken gaan vertonen doordat de beugel er tegenaan schuurt. Sommige dragers hebben last van de beugel tijdens het spreken, of ze gaan ervan slissen.
Al dat lijden wordt echter doorstaan in de verwachting dat de tanden voor altijd in het gelid komen. Of dat zo is, staat nog te bezien. Aan de universteit van Nijmegen is het langetermijneffect onderzocht van beugels bij kinderen. Het bovengebit blijkt behoorlijk op de gewenste plek te blijven. Twintig jaar na het stoppen van de behandeling staan in 64 procent van de gevallen de voortanden van het ondergebit echter weer scheef. Dit komt door de aanhoudende dynamiek van het kaakbeen, door het bijten, en door de druk van het bovengebit. Volgens de Nijmeegse onderzoekers moeten volwassenen het maar als een gegeven beschouwen dat de ondervoortanden uiteindelijk altijd scheef zullen gaan staan.
Niet bekend
Mieke Zijlmans


