© GETTY
Columniste Amanda Kluveld vindt het een ernstige zaak dat zowel de media als collega-wetenschappers geen vraagtekens plaatsten bij onderzoek van Stapel.
Stel dat alle onderzoeken van Diederik Stapel niet op gefingeerde of aangepaste data waren gebaseerd? Dan zouden ze evengoed zijn doorgedrongen tot de media en even kritiekloos zijn genoteerd. Nooit was er iemand die vroeg: U heeft de proefpersonen dit en dit laten doen of laten zien, maar op basis waarvan denkt u daar nu een conclusie uit te kunnen trekken die breder is dan een conclusie die alleen van toepassing is op de proefpersonen die u in deze specifieke setting heeft onderzocht? Het is mogelijk dat Stapel (of een van zijn collegae) daar een zinnig en overtuigend antwoord op zou hebben kunnen geven, maar het gaat mij erom dat zulke vragen niet zijn of worden gesteld.
Warrige manier
Zo werd in 2002 in de Volkskrant in de wetenschapsbijlage verslag gedaan over een onderzoek van Stapel en zijn collega Ernestine Gordijn. Het onderzoek, zo vertelde Stapel aan de Volkskrant, kwam voort uit zijn fascinatie over het feit dat het afgelopen jaar een groot deel van de Nederlandse bevolking viel voor de charmes van Pim Fortuyn. Hoe kon dat gebeuren?, vroeg hij zich af. Was het Fortuyns politieke boodschap of speelden ook onbewuste processen een rol? Het zal een geïnteresseerde lezer niet ontgaan dat dit op zichzelf al een wat warrige manier is om een vraag te stellen.
Stapel wilde als 'iemand die zich verdiept in het onbewuste van de mens', graag bijdragen aan een antwoord op die vraag over de aantrekkingskracht van Fortuyn. Daartoe, zo berichtte de Volkskrant, stelde hij 'zoals een wetenschapper betaamt' een aantal hypothesen op. Die hadden onder andere betrekking op de mixed message van Fortuyn: 'een vrijzinnige homo die de islam 'achterlijk' vindt'. Wat dit nu precies tot een mixed message maakt, wat een mixed message volgens de definitie van Stapel eigenlijk is, wordt niet duidelijk en kennelijk vroeg de betreffende journalist zich deze zaken ook niet af.
Oneliners
Dan was er nog een hypothese, die betrekking had op Fortuyns ongewone taalgebruik en uiterlijk; de vele oneliners en de dure pakken, grote dassen onder het kale hoofd. Je zou bijna denken dat er nooit een politicus is geweest, die zich van oneliners bediende. Ook meende Stapel dat 11 september iets te maken kon hebben met de populariteit van Fortuyn. Hoe, was niet duidelijk.
Stapel en Gordijn onderzochten de kwestie als volgt. Aan alle Groningse studenten psychologie werd gevraagd een vragenlijst in te vullen over studentenzaken. Twee weken later vulden ze opnieuw vragenlijsten in. Voordat ze dat deden kregen ze teksten en een foto te zien van een fictieve studentenleider, die uitspraken over studentenzaken deed. Groepen studenten kregen verschillende teksten en foto's voorgelegd: met consequente en tegenstrijdige boodschappen, een studentenleider die wel of niet recht in de camera keek, oneliners gebruikte of juist wollige taal, aantrekkelijk of onaantrekkelijk was. Daarna liet Stapel een aantal studenten via vragen 'aan 11 september denken'. Bij andere studenten werden die vragen achterwege gelaten. Als zijn hypothesen klopten zo zei Stapel 'dan zijn de studenten die een aantrekkelijke studentenleider zagen die tegenstrijdige dingen zei, terwijl ze aan 11 september dachten, het vaakst van gedachten veranderd.'
Fascinatie
Wat zegt die uitkomst precies over de populariteit van Fortuyn en de rol van het onbewuste daarin? Stapel heeft geen serieuze analyse gemaakt van Fortuyn mixed-messages, oneliners en wat hij allemaal niet meer over de politicus beweerde. Wel heeft hij hetgeen hij vanuit zijn fascinatie voor Fortuyn over diens populariteit bij elkaar bedacht, gevisualiseerd in een test. Waarschijnlijk zijn we over weinig anders meer te weten gekomen. We weten nu hoe Stapel over Fortuyn denkt en hoe hij dit op een creatieve wijze heeft vertaald in vragen over 11 september en foto's van een fictieve studentenleider. We weten nu hoe een specifieke groep, te weten Groningse studenten psychologie, die zich bewust waren van het feit dat ze aan een psychologische test deelnamen, op die door Stapel gecreëerde werkelijkheid heeft gereageerd. Over de populariteit van Fortuyn en de redenen daarvoor zijn we niets te weten gekomen of het moet dit zijn: dat die populariteit een hoogleraar en zijn collega ertoe brengt om dit soort testen te ontwikkelen.
Van de 'Fortuyn expertise' van Stapel werd gebruik gemaakt door de Volkskrant in een analyse van Sarah Palin. 'Juist de ambiguïteit maakt haar als kandidaat zo aantrekkelijk,' stelde Stapel. Palin leek een beetje op Fortuyn, meende hij: 'die was rechts, maar wel homo, hij was elitair, ja, maar heel Rotterdam stemde wel op hem.' Met terugwerkende kracht kwamen we zo toch iets te weten over wat Stapel nu bedoelde met de mixed message van Fortuyn: 'rechts maar wel homo'. Volgens Stapel is dat kennelijk problematisch en kun je alleen maar rechts zijn als je geen homo bent of ben je als homo automatisch links. Wederom hebben we te maken met de fascinaties en beperkingen van Stapels geest. Met wetenschap heeft dat niets te maken.
Racist
Op het moment dat Stapel de Fortuyntestjes ontwikkelde, was hij bezig met een door NWO gefinancierd onderzoek waarin het bestaan van een 'racist mind' als uitgangspunt werd genomen. 'Het onderbewustzijn categoriseert. De huidige theorie stelt dat als je een vrouw ziet, of een Turk of Marokkaan, denk je automatisch aan alles wat je over die categorie hebt geleerd - zeg maar de culturele kennis over die groep. Je eerste reactie is in eerste instantie ook heel stereotiep. Pas na die eerste seconde, die eerste indruk, wordt je reactie gecontroleerd door het bewustzijn en reageer je met het door normen bepaalde, sociaal wenselijke gedrag.' Stapel wilde onder meer onderzoeken 'of een racist in eerste instantie dezelfde stereotype reactie heeft als een niet-racist, iemand met sociaal wenselijke ideeën.' Hij ging er vanuit dat er een verschil is tussen de onbewuste reactie van een racist en een niet-racist.
Interessant, maar hoe wilde Stapel nu eigenlijk een populatie racisten vinden? Wat is zijn definitie van racist en hoeveel racisten zijn er volgens hem in Nederland? Uit de testjes die hij voor dit onderzoek bedacht, blijkt niet bepaald dat hij daar diepgaand over na heeft gedacht. Een testje dat hij ontwikkelde bestond eruit dat aan blanke Nederlanders in een flits het woord 'Marokkaan' werd getoond. Daarna zou hij meten of die blanke Nederlanders negatiever gingen denken. Wat Stapel er niet bij vertelt is waarom de groep 'blanke Nederlanders' een zinnig gekozen onderzoeksgroep is.
Ernstig
Dat journalisten hier geen vragen bij hebben gesteld is vreemd. Dat de vakgenoten van Stapel geen vragen stelden is ernstig. Met de ontdekking van de gefingeerde data en het schandaal dat deze heeft veroorzaakt, zullen dergelijke belangrijke vragen ook niet gesteld gaan worden. Alles blijft zoals het is, alleen zal er op toe worden gezien dat de data werkelijk worden verzameld. De uitgangspunten van dit soort onderzoeken zullen waarschijnlijk niet ter discussie komen te staan terwijl een reflectie daarop van groot belang is.
Wat Stapel de media en zijn collega-wetenschappers vertelde werd voor zoete koek geslikt en dat zal zo blijven bij andere onderzoekers zonder gefingeerde data maar met onduidelijke en half-geëxpliciteerde uitgangspunten. 'Het is wederom typisch Stapel-onderzoek: theoretisch en tegelijkertijd maatschappelijk betrokken', wist de Volkskrant over het onderzoek van Stapel over de 'racist-mind'. Dat was en is kennelijk voldoende: voor de media en voor de vakgenoten van de gevallen hoogleraar.
Amanda Kluveld is historica en columniste van vk.nl.


