*

Literatuuronderwijs mag niet in 'leesplezier' ten onder gaan

bewaar
Door: redactie
25-2-98 - 00:00

Het voortgezet onderwijs moet een intellectuele vrijplaats zijn waar je overspoeld wordt door verschijnselen die buiten je eigen blikveld liggen, stelt Aleid Truijens....

IN DE somber getoonzette discussie over literatuuronderwijs in het studiehuis, de vernieuwde tweede fase van het vwo en havo, liet Frank van Dixhoorn (Forum, 17 februari) een opgewekt geluid horen.

De overheidsplannen bieden een kans het literatuuronderwijs te vernieuwen, betoogde hij. Een kans op lessen waarin leerlingen 'hun leeservaringen bespreekbaar maken'. Van Dixhoorn, zelf leraar, had er wel zin in. Hij gaf een beschrijving van een geanimeerd klassegesprek over de lijstfavoriet Het gouden ei.

Van Dixhoorns enthousiasme is aanstekelijk en het siert hem dat hij de leerling niet beschouwt als een lamlendig stuk onbenul met louter interesse voor 'stappen' en tv kijken. Maar helaas toont zijn beschrijving van die ideale literatuurles precies de beperktheid van dit vernieuwde onderwijs aan.

Want het ging al die onheilsprofeten, critici, leraren en hoogleraren die vrezen voor uitholling van hun vak, er niet alleen om dat geen mens straks nog weet 'wie Multatuli en Couperus zijn'.

Waar zij zich zorgen over maken, is dat in de plannen van staatssecretaris Netelenbos de literatuurgeschiedenis achteloos van het programma is geveegd. Op het havo verdwijnt dit vak helemaal, op het vwo blijven er luttele uren per jaar voor over.

Dit alles ten faveure van het 'leesplezier'. Want de staatssecretaris vindt dat de literatuurles, anders dan alle andere - evident nuttige en serieuze - vakken, voor alles leuk moet zijn.

Deze opvatting geeft blijk van een minachting voor de eigen cultuur en een gebrekkig inzicht in het belang van iets als historisch besef. Literatuurgeschiedenis is nu voor veel kinderen het enige vak dat hen helpt een beeld te vormen van hun cultuur. Van Dixhoorn omschreef in een eerder artikel (NRC Handelsblad, 14 januari) dit vak als een paar 'stencils die leerlingen van buiten moeten leren', opdat zij 'kenmerken van de romantiek' en dergelijke kunnen opdreunen.

Die denigrerende omschrijving doet het ergste vrezen over zijn eigen behandeling van de literatuurgeschiedenis voordat het studiehuis hem uit de brand kwam helpen. Want zijn suggestie dat leraren literatuurgeschiedenis geven omdat zij geen literatuur kunnen doceren is omkeerbaar: veel leraren vullen hun uren met gebabbel over 'leuke' boekjes omdat zij het verhaal van de literatuur niet boeiend weten te brengen.

Literatuur is meer dan een verzameling losse teksten die spannend, leuk of ontroerend zijn. Waarin je jezelf kunt herkennen, waarbij je kunt huilen omdat iemand, net jij, als de bons kreeg van haar vriendje, of je rot lacht omdat de hoofdpersoon zijn leraar lekker treitert.

Dat 'identificerend lezen' mag natuurlijk, het is voor de lagere klassen een handig opstapje, maar als de literatuurles jarenlang beperkt blijft tot vragen stellen die in het hoofd van een vijftienjarige opwellen (Waarom deed de hoofdpersoon Rex zus of zo? Zou ik dat ook doen?) dan zullen leerlingen later met spijt vaststellen dat ze met een koffertje armoedige bagage van school zijn gestuurd.

Literatuur vormt een afspiegeling van een cultuur waarin niet alleen veel bemind en getreurd is, maar die mensen ook heeft opgehitst tot oorlogen en vreemdelingenhaat, die kerkgangers onder de knoet hield en de spot dreef met alles wat afweek van de norm.

Literatuur weerspiegelt ook het verzet door de eeuwen heen tegen die macht, tegen de hetzers en de zelfgenoegzamen. Zij laat zien hoe een samenleving van boeren en edelen veranderde in een democratische geïndustrialiseerde natie die eigen problemen met zich mee bracht. Verhalen en gedichten, schilderijen en gebouwen onthullen wie wij, Nederlanders, zijn en hoe dat zo gekomen is.

Zonder basiskennis van die geschiedenis staan mensen verweesd in de wereld, die zich voordoet als chaotische verzameling passerende verschijnselen. Middelbaar onderwijs is voor kinderen de eerste en laatste gelegenheid om een samenhangend verhaal te horen over hun cultuur. Onderwijs dat kinderen die kennis onthoudt, omdat je ze niet mag lastigvallen met ouwe troep die zo ver 'buiten hun belevingswereld ligt' schiet hopeloos tekort.

De taak van de school is om gebieden te ontsluiten die leerlingen op eigen houtje nooit zullen betreden, simpelweg omdat ze het bestaan ervan niet vermoeden. Dat geldt voor zo veel dingen. De wetten van Archimedes of Ohm ontdek je niet thuis met je hobby-set, die worden je uitgelegd op school. Sommigen raken geïntrigeerd, de meesten niet, maar dat deert de natuurkundeleraar niet.

Poëzie is ook zoiets. Dat de meeste leerlingen nooit ter ontspanning zullen grijpen naar een bundeltje Gorter of Faverey is niet erg, maar dat ze niet weten dat mensen op die manier hun gedachten kunnen verwoorden is treurig.

De waarde van algemene ontwikkeling laat zich niet uitdrukken in termen van praktisch nut. En dat zit staatssecretaris Netelenbos danig dwars. Zij wil leerlingen in het studiehuis 'leren leren', opdat zij straks moeiteloos, zonder kostbare vertraging, door het hoger onderwijs zullen glijden.

Ook moet in het studiehuis alvast de ideale werknemer worden voorgebakken: iemand die van project naar project hopt, geplande taakjes keurig achter zijn computer uitvoert en laat afturven door zijn 'begeleider'. Want eigenzinnig gedrag kost geld.

Niet de leraar die, zoals Van Dixhoorn, het studiehuis als een uitdaging ziet is een idealist, maar de leraar die het als zijn taak ziet zijn leerlingen een basiskapitaal voor het leven mee te geven. Kennis die niemand je ooit kan afpakken, of je nu later loodgieter wordt of literatuurprofessor, software ontwerpt of kinderen grootbrengt.

Leuke boeken lezen, naar films of voorstellingen gaan en daarover praten, dat kan je leven lang nog. Dat zien kinderen de volwassenen ook al tot vervelens toe doen, in talkshows op tv, waarbij eenieder z'n 'eigen mening' luid mag verkondigen, alvorens tot het volgende item wordt overgegaan.

De middelbare school is een intellectuele vrijplaats waar je je nog kunt laten overspoelen door verschijnselen die buiten je eigen blikveld liggen. Die je misschien ongericht als een stofzuiger opneemt, maar waarin je na een tijdje verbanden ontdekt. Laten we kinderen die vrijplaats gunnen.

Aleid Truijens schrijft over literatuur voor de Volkskrant.