*

Twintig leegbloedende konijnen

bewaar
Door: redactie
1-8-97 - 00:00

0 N ZIJN TOT dusver vertaalde, in Barcelona gesitueerde romans vermeed de Spaanse romancier Eduardo Mendoza (1943) nadrukkelijk de Franco-dictatuur....

Twintig leegbloedende konijnen

Verrassend genoeg liet Mendoza in dit nu ook vertaalde boek Barcelona opnieuw links liggen. Hij week uit naar het Catalaanse platteland van halverwege de jaren vijftig, waar de Guardia Civil, de grootgrondbezitters en de clerus toen oppermachtig waren. Binnen de verstikkende grenzen van een klein dorp brengt Mendoza deze franquistische pijlers aan het wankelen met een hartstochtelijke liefdesgeschiedenis.

Het verhaal begint ermee dat een moeder-overste, Consuelo, het landgoed van een ex-falangist, Augusto Aixelà, betreedt. Zij heeft daarbij slechts één doel voor ogen: financiële steun voor een bejaardenhuis. Maar de vermaarde rokkenjager Aixelà ziet meer in de non dan in haar plan, en hij doet haar blozen door naar haar werkelijke naam te vragen. Het betekent de eerste barst in Consuelo's cocon van religieuze kuisheid. In de daaropvolgende weken ontmoet de moeder-overste Aixelà nog een paar maal, en tot haar verbazing merkt ze dat ze verliefd op hem begint te worden.

Mendoza geeft de gesprekken van de twee weer zonder aanhalingstekens. Een geslaagde truc, want zo weet hij de toenadering tussen beiden te benadrukken en van hun tumultueuze ontmoetingen één vloeiend verhaal te maken. Overtuigend zijn de broeierige gesprekken tussen Consuelo en Aixelà. Zonder ook maar één onvertogen woord te bezigen slaagt Mendoza erin hun verbale kat-en-muis-spel een zeer erotische toets te geven.

Met een haast duivels genoegen kondigt hij de naderende zondeval van de non door middel van symbolische voorvallen aan. Als Consuelo voor het eerst van haar leven bevangen wordt door een stormachtig verlangen naar liefde, barst er na jaren van droogte een verwoestend noodweer in de streek los. Kort daarop toont womanizer Aixelà haar het resultaat van een dagje jagen: twintig leegbloedende konijnen (het Spaanse woord voor konijn, conejo, is tevens een schuttingwoord voor het vrouwelijk geslachtsdeel). In weerwil van deze 'goddelijke' waarschuwingen hoort Consuelo de lokroep van het vlees aanzwellen. Ze komt in een martelende tweestrijd terecht, die iets ontwapenends heeft, omdat ze met alle betrokkenen (Aixelà, haar biechtvader én God) open kaart tracht te spelen.

Volgens de achterflap wordt Consuelo op 't laatst ontvoerd door struikrovers en denkt Aixelà dat ze zijn liefde niet kan beantwoorden. De lezer zal merken dat de vork anders in de steel zit. De episode, waarin Consuelo bij de rovers vertoeft, is overigens een vals akkoord in dit verder harmonieus geconstrueerde boek. Mendoza stuurt de Guardia Civil op hen af en schroomt niet om de non enkele schoten te laten lossen ter bescherming van de gewonde bendeleider. Die blaast, als betrof het een heuse B-film, zijn laatste adem uit in Consuelo's armen, nadat hij bij haar zijn hart heeft uitgestort.

Om de plot op de rails te houden past Mendoza hier een ontluisterende kunstgreep toe. Van Aixelà ontvangt de non geen geld, maar de in erbarmelijke omstandigheden levende roverhoofdman blijkt kort voor zijn dood het voor die tijd astronomische bedrag van 2 miljoen peseta op een rekening ten bate van het bejaardenhuis te hebben gestort.

Gelukkig hervindt Mendoza zijn sereniteit na deze passage. De laatste hoofdstukken, waarin de inmiddels bejaarde Consuelo terugkeert naar de plaats van haar ontering, zijn van een beklemmende schoonheid. Haar bitterzoete overpeinzingen stemmen onvermijdelijk tot nadenken over het nut van een ascetische levenswijze.

Door de oprechte non in een wereld van frivoliteit (Aixelà), huichelarij (de clerus) en wreedheid (Guardia Civil) te plaatsen, rekent Mendoza tevens af met drie van de belangrijkste stutten van het Franco-regime. Juist doordat hij deze niet met de botte bijl te lijf gaat, maar op subtiele wijze de ijzingwekkende holheid ervan toont, weet hij zijn eerste 'literaire confrontatie' met de Franco-dictatuur in dit opzicht glansrijk te doorstaan.

Sander de Vaan

Eduardo Mendoza: Het jaar van de zondvloed.

Vertaald uit het Spaans door Francine Mendelaar en Harriët Peteri.

Arena; 119 pagina's; ¿ 34,90.

ISBN 90 6974 262 4.