Van Jos de Nijs uit Hilversum komt een brief met bijgevoegd een tekst, haar opgestuurd door haar in Zwitserland wonende zus en afkomstig uit een Nederlands-Zwitsers krantje, dat hem opgestuurd kreeg van ene Marjan Gorter, die hem weer uit een Nederlands-Australisch blaadje had, de Dutch-Australian Weekly....
Het is een vers. Onderwerp: de onregelmatigheden in de Nederlandse taal.
En het gaat zo:
Al is ook de taal van John Bull nog zo'n rare
Wij winnen het van de plumpuddenaren
Ik wil proberen u dit te bewijzen
En vang daartoe aan op de volgende wijze
Ten eerste: het meervoud van slot is sloten
Maar toch is het meervoud van pot geenszins poten
Evenzo zegt men altijd: een vat en twee vaten
Maar nooit zal men zeggen één kat, twee katen
Wie gister ging vliegen zegt heden: ik vloog
Dus zegt u misschien van wiegen: ik woog?
Nee pardon want ik woog is afkomstig van wegen
Maar is nu ik voor een vervoeging van vegen?
En dan het woord zoeken vervoegt men ik zocht
En dus hoort bij vloeken misschien ook: ik vlocht?
Alweer mis want dit is afkomstig van vlechten
Maar ik hocht is geen juiste vervoeging van hechten
Bij roepen hoort riep, bij snoepen geen sniep
En evenmin hoort er bij slopen ik sliep
Want zo vervoegt men het werkwoord slapen
Maar zeg nu weer niet: ik riep bij 't woord rapen
Want dat komt van roepen en u ziet terstond
Zo draaien we vrolijk in 't kringetje rond
Van raden komt ried maar van baden geen bied
Dit komt van bieden, ik hoop dat u 't ziet
Ook hiervan bood, maar van wieden geen wood,
U ziet de verwarring is akelig groot!
Nog talloze voorbeelden kan ik u geven
Want gaf hoort bij geven, maar laf niet bij leven!
Men spreekt van wij drinken, wij hebben gedronken
Maar niet van wij hinken wij hebben gehonken
't Is ik eet en ik at, niet ik weet en ik wat,
Maar ik weet en ik wist, zó vervoegt men dat,
Maar schrijft u niet bij vergeten: vergist
Dat is een vergissing! Ja moeilijk is 't
Het volgend geval is bijna te bont:
Bij slaan hoort: ik sloeg, niet ik sling of ik slond
Bij gaan hoort: ik ging, niet ik gong of ik gond
Bij staan hoort niet: ik stoeg of ik sting, maar ik stond
Zo kan ik wel doorgaan tot volgende week
Maar dierbare lezers ik maak u van streek
Met al deze onzin, die toch gewis
Van onvervalst Hollands de oorsprong is
Dus stop ik, maar nee, daar vergeet ik warempel
Een zeer instructief zoölogisch exempel
Een mannetjeskat die noemt men een kater
Maar noemt u een mannetjesrat nu een rater?
Het jong van een koe wordt betiteld met kalf,
Maar bij een gnoe spreekt men nooit van een gnalf
Evenmin heet een kangoeroekind kangoeralf
Hierbij heb ik geloof ik mijn plicht wel gedaan
En meen ik dat 't gelukt is John Bull te verslaan
Het Nederlands-Zwitserse krantje noemt dit vers een 'gouwe ouwe'. Een paar jaar geleden drukten ze het al eens af, vermeldt het begeleidend commentaar, maar deze versie was weer zo anders dat ze het nog eens deden. Wie kent andere versies? En wie weet waar het vandaan komt? Is de auteur bekend, of is het een anonieme traditional?


