D E VOORBEREIDING van het Nederlands elftal op de eindronde van het wereldkampioenschap voetbal in Frankrijk heeft tot nu toe twee opvallende nieuwsfeiten opgeleverd:..
1. Edgar Davids geeft geen interviews.
2. Dennis Bergkamp is geblesseerd.
Jazeker, de volgerskaravaan is op dreef, laat het WK maar beginnen, ons ontgaat niets, we zijn er helemaal klaar voor.
Toen het Nederlands elftal in Zwitserland luierde, las ik in diverse dagbladen achtereenvolgens berichten dat Davids na aankomst in Nyon een persconferentie zou geven, dat hij dat niet deed en dat hij dat nooit zou doen. Ook werd gemeld dat Kluivert sinds kort een brilletje draagt.
De weigering van Davids om journalisten te woord te staan en zijn mening over hen, is momenteel in onze kringen het gesprek van de dag. Brazilië heeft Romario, Engeland heeft Gascoigne, wij hebben Davids, en niet te vergeten elkaar.
Al wekenlang buigen de collega's zich over de prangende vraag wie Davids als eerste zal interviewen. Er worden namen genoemd van kandidaten, en die kandidaten wordt vervolgens verweten dat ze zich vernederen, omdat, wordt dan gezegd, Davids zich alleen zal laten ondervragen door bevriende journalisten.
Dus, luidt de slotconclusie, dat verhaal zal wel niks voorstellen, ook omdat hij het zich niet nóg een keer kan permitteren spectaculair uit de hoek te komen. De bondscoach twee maal schofferen, dat zal zelfs Davids niet doen.
(Intussen worden de kansen voor Dennis Bergkamp om op het WK in actie te komen, almaar kleiner. Op 29 april speelde hij zijn laatste wedstrijd, voor Arsenal. Als hij tegen België mee kan spelen, wat ik ernstig betwijfel, is hij anderhalve maand niet in actie gekomen en, wellicht, hopeloos uit vorm.
En Bergkamp zou onze beste speler op het WK worden! Maar nee hoor, in plaats daarvan maakt iedereen zich druk over de weigering van Davids om zich te laten interviewen.)
De volgerskaravaan verkeert, kortom, in de hoogst denkbare staat van opwinding en krijgt bijna dagelijks munitie aangereikt.
Frits Barend heeft in Hoenderloo Edgar Davids een hand gegeven! (Zie ook het katern Stroom in deze krant.) Davids heeft een verslaggever van Sportweek gedag gezegd!
De meest geslaagde en opvallendste bijdrage aan dit belangwekkende debat stond een week geleden uitgerekend afgedrukt in De Telegraaf, op de sportpagina.
'Als kuddedieren wordt er achter spelers aangelopen die juist niets te melden hebben.' Volgens De Telegraaf zijn wij allen slechts hobbyisten. Verslaggevers die Davids nog wel durven aan te spreken, zijn 'loopse honden'.
Toe maar.
Na een gevecht tegen de verleiding om het artikel integraal over te nemen en een lach die tot in de verste hoeken van het pand hoorbaar is, overdenk ik de zaak.
De scheldpartijen van Davids en diens relatie met Nederlandse sportverslaggevers staan plotseling niet meer op zichzelf. Onze geloofwaardigheid staat op het spel. Intelligente commentatoren hebben er ons al van langs gegeven.
De aanvallen over en weer zijn over het algemeen zeer geestig, voor wie daar oog voor heeft althans. In Het Parool sprak Youp van 't Hek ons deze week toe.
'Edgar Davids is verdomme aangenomen om te voetballen. En al dat gelul, dat hele circus eromheen, dat wil hij niet. Geweldig! Respecteer dat nou eens.'
Henk Spaan ging, in het Algemeen Dagblad, nog een stap verder dan Van 't Hek. Hij noemde namen, en wel die van de NOS en De Telegraaf. De NOS heeft zich volgens Spaan op gezag van hogerhand tegen Davids gekeerd en De Telegraaf voert een hetze tegen hem, 'geestdriftig' nog wel.
In deze tijden heeft iedereen plotseling een mening.
Ja, laten we het eens over de sportjournalistiek en die meelijwekkende verslaggevers hebben. Lul er maar op los!
Van 't Hek (tevens columnist van NRC Handelsblad): 'Ze gunnen elkaar het licht in de ogen niet. Proberen stuk voor stuk van elkaar dingen af te snoepen. Vooral primeurtjes. Oh, vreselijk. Nee, de sportpers komt er niet best vanaf. Het is gewoon diepdroevig. Eén groot circus. Heel sneu.'
Hij heeft in 1990 nog een tijdje rondgehobbeld in de karavaan, ten tijde van het wereldkampioenschap in Italië, dus Van 't Hek zal het wel weten. Toen kon je nog om hem lachen.
Vraag: het zit aan de bar en het tikt.
Antwoord: een sportjournalist.
Ik sluit deze zelfkastijding af met enige stichtelijke woorden.
Laten we blij zijn dat er tenminste nog één speler is over wie we ons kunnen opwinden. Die een verslaggever van deze krant woedend sommeert de biljartkamer van het trainingscomplex van AC Milan te verlaten, en wel onmiddellijk, zo nu en dan een Chileen tegen de grond slaat, de bondscoach schoffeert, tegenstanders onderuit maait, zijn verkeersboetes niet betaalt, Juventus naar de Italiaanse titel leidt en journalisten van de Telegraaf voor teringlijers uitmaakt.
Wat willen we dan, dat ze allemaal zo zijn als Ed de Goey ('Jij zegt het') bijvoorbeeld?
Hou op, zei Davids tegens ons toen hij na de finale van de Champions League de Amsterdam Arena verliet.
Ik hou op.
Doen jullie dat dan ook?
Veel plezier en tot ziens in Frankrijk.
Paul Onkenhout


