*

Het Prado in Madrid sleept zich van crisis naar crisis

bewaar
Door: redactie
1-11-96 - 00:00

Het Prado museum in Madrid wordt onophoudelijk geteisterd door rellen. De suppoosten hebben aangekondigd volgende week in staking te gaan....

Van onze correspondent

Cees Zoon

MADRID

Het is alle dagen feest in het Prado. Er gaat bijkans geen dag voorbij zonder dat het belangrijkste museum van Spanje de aandacht op zich weet te vestigen. Niet door bijzondere artistieke prestaties of evenementen, maar door ordinaire rellen. De laatste in de reeks is de aankondiging van de suppoosten dat zij volgende week in staking gaan, omdat zij door hun hoogste directeur zijn uitgemaakt voor 'hansworsten en saboteurs'.

De suppoosten belegden ouderwets boos een protestvergadering, waarop zij besloten een officiële aanklacht in te dienen tegen directeur Fernando Checa. In afwachting van een gerechtelijke uitspraak zullen ze een reeks werkonderbrekingen organiseren, die de bezoekers van het Prado de komende tijd zullen hinderen. Met de acties willen ze tevens protesteren tegen de slechte werkomstandigheden in het museum en de aangekondigde bevriezing van hun salarissen.

De rel is het slotakkoord van de affaire van het 'spookschilderij'. Enkele weken geleden verscheen aan de wand van zaal 59, waar onder meer werken van Rembrandt hangen, een klein, onbekend schilderij. Het werk van 30 bij 40 centimeter beeldde een schedel uit en droeg als titel El después ('Het daarna'). Het was tussen twee klassieke meesterwerken in aan de wand vastgeplakt.

De dienstdoende suppoost in zaal 59 ontdekte het piratenwerk snel en meldde langs officiële weg dat in zijn zaal een 'nieuw' schilderij was verschenen. Niettemin bleef het doek vier dagen aan de muur hangen, tot een toeristenechtpaar serieus probeerde te achterhalen wie de volslagen onbekende maker V. R. Roizo wel mocht zijn. Dezelfde dag dook een ander werk van deze Roizo op in het Reina Sofia, het Madrileense museum voor moderne kunst, waar het illegale object stante pede werd verwijderd.

Het opduiken van het spookschilderij duidde op een serieus veiligheidsprobleem in het Prado. Immers, als iemand ongezien een schilderij kan binnensmokkelen en aan de wand hangen, kan hij ook een meesterwerk van de muur halen en mee naar huis nemen. Er kwam een diepgaand onderzoek, geleid door directeur Checa persoonlijk, en de conclusie was snel getrokken: het was een inside job, een actie van een of meer suppoosten, die zich in de ogen van Checa gedroegen als 'hansworsten en saboteurs'.

Enkele dagen later werd de ware auteur van de voorstelling opgespoord: een tot dan toe anonieme schilder die geprobeerd had een lacune in de kunstgeschiedenis op te vullen met de naam Victor Ruiz Roizo. Zijn enige bedoeling was geweest naamsbekendheid te verwerven. Dat is hem redelijk gelukt.

Intussen was het arbeidsconflict een feit. De suppoosten lieten in een verklaring weten niet langer bereid te zijn 'alle gebroken borden te betalen en overladen te worden met het discrediet dat wordt veroorzaakt door de onwetenden die men boven ons in de directie benoemt om hun zakken te vullen en zichzelf te promoten'. Directeur Checa heeft tot nu toe geweigerd bij het personeel zijn excuses te maken.

De Spaanse premier José María Aznar kondigde vijf maanden geleden 'een nieuwe etappe' aan in het leven van het Prado. Het staatsmuseum zou onder leiding van de nieuwe directeur Checa eindelijk van het boze oog worden verlost. De drie voorgangers van Checa werden allen ontslagen wegens verregaande incompetentie. Onder het bewind van de eerste bleek de zaal van Velazquez ernstige waterschade te hebben opgelopen, en de laatste verblijdde dit jaar de wereld met de ontdekking van een 'loepzuivere' Goya, die bij een heel klein beetje nader inzien geen Goya bleek te zijn.

Maar de ellende in het Prado is nog lang niet voorbij. Het museum wordt geteisterd door stammenoorlogen tussen afdelingen, tussen directieleden, en tussen de zaalwachters en de leden van de privé beveiligingsdienst die verantwoordelijk is voor de bewaking in het museum.

Begin deze week werd Juan Camara, de beheerder van de schilderijencollectie van het Prado, de laan uitgestuurd. Volgens directeur Checa had die 'herhaaldelijk opdrachten van de directie gesaboteerd en zich bevoegdheden toegekend en initiatieven in werking gezet die niet tot zijn competentie behoorden'. De ontslagen beheerder zou overigens geen deel uitmaken van een van de 'families die zich al generaties lang verzetten tegen elke vernieuwing of verandering in het museum'.

Met die vernieuwing wil het niet erg vlotten. Het Prado wil en mag van de overheid uitbreiden. Met het oog op de uitbreiding werd met veel bombarie een internationaal concours uitgeschreven, waaraan de toparchitecten uit de hele wereld zouden meedoen. Uiteindelijk verzamelde de directie meer dan honderd inzendingen. Daaronder was er niet één die aan de kwaliteitseisen voldeed. In arren moede werd besloten het concours nog maar eens over te doen.

Inmiddels was wel begonnen met de bouw van een nieuwe overkapping van het museum, die voorgoed een einde moet maken aan de lekkages. Een stalen geraamte verrees boven het front van het museum, op een hoogte van enkele tientallen meters. Toen kwam de arbeidsinspectie langs en die legde het werk onmiddellijk stil. Als de arbeidsinspectie in Spanje, dat het hoogste aantal bedrijfsongevallen in Europa heeft, tot zo'n drastische maatregel overgaat, moeten de bouwers het wel erg bont maken. Volgens de inspectie was de veiligheid van de bouwvakkers op geen enkele manier gewaarborgd.