*

AUTO'S IN ARTIS

bewaar
Door: redactie
2-3-98 - 00:00

ALS typische binnenstadsbewoner behoor ik tot die weinige Nederlanders die zich de luxe kunnen permitteren om geen auto te hebben....

Als jochie van vier had ik al meer oog voor auto's dan voor de dierentuin. De jaren des onderscheids hebben daarin geen verandering gebracht. Na een diepgaand gewetensonderzoek ben ik tot de conclusie gekomen dat ik meer van auto's hou dan van mensen.

Omdat er meer mensen zijn zoals ik, geloof ik niet dat dit onmenselijk is. Ik klamp me vast aan Freud. De Weense psychiater heeft er, in een tijd dat er nog geen auto's waren, op gewezen dat de eerste jaren bepalend zijn voor het levensgeluk.

Mijn verhouding tot de auto is dus niet helemaal rationeel. Wél rationeel is mijn voorkeur voor bepaalde automerken. Droomauto's ken ik niet, dat stadium ben ik ontgroeid. Geef mij maar Opels of Volkswagens. Lieden die hun identiteit aan een Jaguar of andere wilde beesten ontlenen, horen in de dierentuin thuis.

De dierentuin benauwt mij steeds meer, maar als metafoor voor onze beschaving weet ik hem te waarderen. De natuur - natte his - is voor de geciviliseerde burger viezig en afschrikwekkend. Daarom is het goed dat er een kooi omheen zit.

Toen de mensen in de vorige eeuw in steden gingen wonen, raakten ze van de natuur vervreemd. Daarvoor kwam de dierentuin, en 'apies kijken' werd een bron van volksvermaak, en ook van biologisch en gedragswetenschappelijk onderzoek.

Evolutionair gezien staat de dierentuin voor driftbeheersing en rationaliteit. Waarschijnlijk heeft de stad ook de - enigszins onnatuurlijke - dierenliefde bevorderd. Het valt op dat er pas aandacht is voor de rechten van het dier sinds zijn voortbestaan wordt bedreigd.

Ik vermoed dat het met de auto net zo zal gaan. We hebben al milieupartijen die de natuur tot heilige koe hebben verklaard. Als reactie heeft zich ook een autopartij aangediend die zich inzet voor de automobilist als bedreigde diersoort. Een te verwachten ontwikkeling.

We moeten dit instrumenteel zien. Als inmiddels slimste kracht in de natuur maakt de mens alles aan zich ondergeschikt. Paarden hadden vroeger een functie voor oorlogvoeren en transport. Maar sinds de komst van het 'ijzeren paard' (de trein) en later de auto is de edele viervoeter alleen nog goed voor het circus en de renbaan.

Toen het vervoer nog per koets ging, was de lucht in de steden vanwege de paardenuitwerpselen niet te harden. De uitstoot van het moderne verkeer ruikt minder penetrant. Wie een schoon milieu wil, kan beter op de techniek dan op de natuur vertrouwen.

Het grootste minpunt van de auto is zijn beslag op de ruimte. Vooral auto's die niet rijden zitten elkaar in de weg. Meer ruimte en doorstroming voor de auto betekent dat we er minder last van hebben. Maar in Nederland gebeurt het omgekeerde.

Zo matigt de gemeente Utrecht zich het recht aan het autogebruik terug te dringen. Zij schept met opzet ruimtegebrek door wegen af te sluiten en parkeerplaatsen weg te halen, en heeft grootse plannen met het openbaar vervoer. Daarmee wordt niet alleen de stad, maar ook een historische trend omgekeerd.

Maar de meeste mensen zien hun auto als deel van hun persoonlijke vrijheid. Het is ambtelijke arrogantie als beleidsmakers de auto, waaraan burgers duizenden guldens per jaar besteden, als 'blik' aanduiden.

Openbaar vervoer kan wel een aanvulling zijn op de auto, maar nooit een alternatief. Beleidsmakers prefereren echter collectieve oplossingen, en zijn uit op 'sturing' van het individu. Dat krijgt daarom altijd net iets minder ruimte dan hijzelf zou willen.

Voorkeur voor openbaar vervoer is irrationeel, omdat het moet worden gesubsidieerd en een nog groter beslag legt op de openbare ruimte. In Utrecht hebben we verlengde bussen (18 meter), die een groot deel van de dag leeg rondrijden. De binnenstad is autoluw, maar praktisch onbereikbaar. Bovendien zijn nu de buitenwijken verstopt.

Alleen fanatieke ideologen kunnen zoiets bedenken. Hoe groot de autohaat is, bewijst een wethouder die de Amsterdamse grachten van al dat 'lelijke blik' wil zuiveren.

Wie wint - de autohaters of de autobezitters - is een kwestie van driftbeheersing en rationaliteit. Dat bevoordeelt de plannenmakers. Van alle verkeersdeelnemers toont de automobilist de meeste beheersing. Dat maakt hem makkelijk te vangen. Uit angst voor boetes houdt hij zich redelijk aan de regels. Hij beschikt ook over burgerzin. Uit angst voor krassen koestert hij recht en orde.

Dat maakt massaal particulier autobezit tot fundament van onze beschaving. Maar evolutionair gezien is de automobilist een gekooide tijger. Hij is aangewezen op een overheid die de openbare ruimte beheerst en geen 'wildgroei' duldt.

Artis moet blijven, was de hartekreet van bezorgde dierenliefhebbers. Gelukkig komen er nog elk jaar auto's bij. Maar ik vrees dat de dierentuin ons voorland is.