*

NOG 429 DAGEN TOT DE EMU

bewaar
Door: redactie
28-10-97 - 00:00

Het is een ouderlijke verzuchting tegenover zonen en dochters die om speelgoed zeuren: 'Als we nou een geldpers hadden. ....

Zelf geld persen

Zoals alle ouders terecht vermoeden is zo'n pers inderdaad een goudmijntje. Het fabriceren van een bankbiljet kost een bang gezicht, en het publiek betaalt de centrale bank het geldbedrag dat op het biljet is afgedrukt. Honderdjes fabriceren is daarom inderdaad winstgevender dan tientjes maken, maar geld verdient de centrale bank op elke coupure. Het geld dat centrale bankiers verdienen op de uitgifte van bankbiljetten heet monetair inkomen. En over dit monetaire inkomen zijn de centraal bankierende huisvaders in een indringend gesprek verwikkeld.

Duisenbergs pers

In 2001 worden de guldens, marken en francen vervangen door euro's. Dit heeft gevolgen voor het monetaire inkomen, miljardengevolgen voor sommige landen.

De landen die deelnemen aan de derde fase van de EMU moeten de Europese Centrale Bank voorzien van een startkapitaal van 50 miljard euro, dik 100 miljard gulden. De kapitaal-aandelen van de landen worden bepaald via een verdeelsleutel, en diezelfde sleutel bepaalt welk aandeel van het monetair inkomen de centrale banken in de afzonderlijke landen jaarlijks tegemoet kunnen zien.

Vergelijking van het inkomensplaatje nu en het inkomensplaatje straks, leert dat centrale banken die gewoon zijn veel bankbiljetten uit te geven een forse veer moeten laten.

Spanje is een grote verliezer, Nederland een bescheiden verliezer met zo'n 200 miljoen gulden op jaarbasis, of zo'n 10 procent van de jaarwinst van De Nederlandsche Bank. Grootmacht Duitsland is een hele grote verliezer: een 'sleutelnadeel' van dik vijf miljard gulden, elk jaar weer.

En wie zijn de grote winnaars? Alsof het zo moest zijn: Groot-Brittanniƫ en Frankrijk, twee andere grootmachten.

Herverdelen

De bankierende huisvaders gaan de inkomensplaatsjes zeer Nederlands te lijf - herverdelen is het parool. De bankiers zijn het er over eens dat de sleutelvoor- en nadelen niet in stand kunnen blijven. En gelukkig laten de statuten van de Europese Centrale Bank ruimte voor creatief bankieren.

De raad van bestuur van de ECB mag gedurende 'ten hoogste vijf jaar' een 'alternatieve methode' bepalen voor het verdelen van het monetaire inkomen. Bij die vijf jaar, zo is het idee, zou nog eens drie jaar kunnen worden opgeteld. De euro-munten en bankbiljetten worden immers pas in 2001 uitgegeven.

Over de keuze voor een specifieke 'uitsmeer-methode' bestaat nog allerminst overeenstemming, ook al wordt er op het Europees Monetair Instituut al sinds 1995 over vergaderd. De inkomenskwestie, is de verwachting, zal nog wel even worden aangehouden.

Voor vijf miljard gulden per jaar, denken Frankrijk en Groot-Brittanniƫ, is de Bundesbank vast wel bereid tot concessies op andere lopende 'euro-dossiers'. Een Franse ECB-president?

In dat geval kan W. Duisenberg binnenkort toch weer met een gerust hart vertellen dat hij nou eenmaal niet de beschikking heeft over een bankbiljettenpers.

REDACTIE: FRANK KALSHOVEN a.i.