MOET de maximale beloning voor de Melkert-banen worden opgerekt van 120 naar 130 procent van het minimumloon? Minister Melkert meent van wel, maar vindt in het kabinet vooralsnog de collega's Zalm en Wijers op zijn weg....
Toen paars in 1994 met de Melkert-banen begon, sprak het CDA honend over 'kunstbanen', en had ook coalitiepartner VVD grote aarzelingen. Gesubsidieerd werk in de collectieve sector, zo luidde de kritiek, was een schijnoplossing. De M-banen zouden Melkert niet overleven. Echte winst op het gebied van de werkgelegenheid was alleen in de marktsector te halen.
Melkert en ook Kok, de voornaamste verdedigers van het project, bezwoeren toen al dat de veertigduizend M-banen die in het vooruitzicht werden gesteld, blijvertjes zouden zijn. Voor een structurele aanpak van de werkloosheid was, wisten ook zij, een veelomvattender, marktgerichte aanpak nodig. Die kwam er ook, en bepaald met enig succes. Maar voor langdurig werklozen met een benedenmaatse opleiding of dito arbeidservaring was daarnaast een apart project op zijn plaats.
Tweeëneenhalf jaar later kan worden vastgesteld dat de kritiek op de M-banen vrijwel is verstomd. Niet omdat het programma probleemloos werkt. Zo loopt Melkert op zijn tijdschema achter: veertigduizend banen zullen voor de verkiezingen niet worden gehaald. Er waren klachten over verdringing van reguliere arbeid, en in een enkel geval zijn er vast ook wel functies geschapen die minder nuttig zijn.
Toch zijn er niet veel politici meer die de spot drijven met het project. Het huidige debat gaat - ook wat de VVD betreft - veeleer over de vraag hoe de nieuw geschapen werkgelegenheid (bij gemeenten, in de kinderopvang, de zorginstellingen, et cetera) beter kan worden ingepast in bestaande bedrijfs- en beloningsstructuren.
Dat is winst, vergeleken met het ideologische gejeremieer van een paar jaar geleden. En het is ook nodig. Mensen die zich in zo'n baan hebben waargemaakt, moeten kunnen doorstromen naar een andere functie. Andere werkzoekenden krijgen dan ook een kans. Daarnaast is een opwaardering van de lonen gewenst, wat trouwens ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de WRR vindt. De M-banen blijven een project van aanvullende werkgelegenheid, en de beloning zal bescheiden blijven. Maar waar nuttig werk bekwaam wordt verricht, is perspectief op een fatsoenlijk loon op zijn plaats. Die extra uitloopmogelijkheid van Melkert moet er dus maar komen.


