Wie in een bootje op de Golf van Mexico vaart, zal weinig meer zien van de enorme olieramp die het gebied een jaar geleden trof. Onder het wateroppervlak en op de bodem van de zee lijkt zich een ecologische ramp af te spelen waarvan de proporties voorlopig niet duidelijk zullen zijn.
© reuters.
© reuters.
Na de ramp op 20 april 2010 trokken tientallen wetenschappers naar het getroffen gebied om de schade aan de natuur te onderzoeken. Veel van de onderzoeksresultaten zijn niet openbaar, omdat het onderzoek in opdracht van olieproducent BP of de Amerikaanse overheid wordt gedaan. Zij brengen hun bevindingen pas naar buiten, als ze een schikking treffen of naar de rechter gaan over compensatie van de schade.
Tot die tijd doet slechts een handjevol wetenschappers onafhankelijk onderzoek. Onder hen ook Samantha Joye van de Universiteit van Georgia. Zij ontdekte een laag smurrie op de bodem van de Golf van Mexico die op sommige plekken wel tien centimeter dik was. Volgens Joye was het ecosysteem rond de lekkende oliebron volledig verwoest.
De gevolgen van de olieramp zijn voor de wetenschappers moeilijk in kaart te brengen. Zo is het lastig te schatten hoeveel vogels zijn omgekomen. Onderzoekers telden meer dan achtduizend met olie besmeurde of dode vogels, maar denken dat veel vogellijken zijn gezonken voor ze zijn geteld.
Ook het effect op de schildpadden in het gebied is voor de wetenschappers moeilijk te voorspellen. Volgens een onderzoek van de Amerikaanse federatie voor natuurbeschermingsorganisaties strandden er tijdens het olielek acht keer zoveel schildpadden dan in een gemiddeld jaar. Zeshonderd schildpadden werden dood aangetroffen. Ook hier verwachten de experts dat het werkelijke aantal slachtoffers hoger ligt.
Veel schildpaddeneieren zijn tijdens het drama door natuurbeschermers verplaatst naar schone stranden in de hoop de diertjes een kans te geven. Het duurt echter jaren voor deze dieren terugkeren naar hun geboorteplek en duidelijk maken hoe groot de schade voor de populatie daadwerkelijk is.
De visserij lijkt zich tegelijkertijd goed te hebben hersteld. De Golf van Mexico wordt zwaar bevist en de noodzakelijke pauze die vissers moesten nemen, leidt nu tot grotere vangsten. Gegevens van de Amerikaanse overheid tonen aan dat in januari en februari 9 procent meer garnalen zijn gevangen dan in dezelfde periode een jaar eerder.
Ook het onderzoeksinstituut voor in zee levende zoogdieren in de staat Mississippi lukte het niet om veranderingen bij dieren direct te koppelen aan de olieramp. In februari spoelden op de kusten aan de Golf van Mexico opvallend veel dode babydolfijnen aan. ,,We mogen niet te snel conclusies trekken, maar dit is wel meer dan een toevalligheid'', aldus directeur Moby Solangi, die denkt dat de dood van de dolfijnen te wijten is aan de olieramp maar dat niet kon bewijzen.
In de moerasgebieden in de kuststaten zijn de gevolgen ook nog onduidelijk. De lokale autoriteiten houden daar in de gaten of het gras in de getroffen gebieden door de smurrie weet te dringen, of dat de olie en de vegetatie daaronder toch afgebrand moet worden.
© reuters.


