Kinderen raken bij ongevallen vaak onnodig gewond doordat ouders ze op een verkeerde manier in de auto plaatsen. Dat zegt dr. William Kramer, kindertraumatoloog van het UMC Utrecht.
De kinderchirurg en -traumatoloog van het Universitair Medisch Centrum
Utrecht kan het niet vaak genoeg zeggen: ,,Kinderen zijn geen kleine
volwassenen. Zij hebben een andere lichaamsstructuur.’’ Dr. William Kramer
constateert dat zelfs zijn collega’s in de medische wereld zich dat niet
altijd bewust zijn.
Verkeersongevallen zijn nog altijd de
belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen. ,,Verwondingen door het verkeerd
plaatsen van een kinderstoeltje of het verkeerd aanbrengen van de
veiligheidsgordel zijn echter eenvoudig te voorkomen,’’ denkt Kramer.
Elk jaar weer ziet hij kinderen in zijn praktijk die buikletsel hebben
opgelopen in een auto. Daarbij gaat het vaak om inwendige bloedingen. ,,De
gordel heeft dan over de buik gezeten en omdat kinderen in tegenstelling tot
volwassenen weinig vet als bescherming hebben, komt het zelfs voor dat de
maag, blaas of darmen doormidden worden gescheurd.
Bijkomend
probleem is dat aan de buitenkant slechts een lichte schaafwond te zien is.
De ernst van de verwondingen wordt dus niet altijd onmiddellijk onderkend,’’
weet Kramer.
Ook nekletsel wordt door collega’s bij de
spoedeisende hulp van ziekenhuizen soms over het hoofd gezien. ,,Zo’n kind
wordt daar binnengebracht en denkt: ik wil hier zo snel mogelijk weg. Het
zal dus niet altijd toegeven dat het ergens pijn heeft. Bovendien is dit
letsel ook door medici vaak lastig te zien. Op een CT-scan is het soms niet
of nauwelijks zichtbaar. Beter is dan een MRI-scan. Daar wordt echter niet
vaak voor gekozen, omdat het veel tijd kost. Je kunt een kind moeilijk zo
lang stil houden, tenzij je het onder narcose brengt.’’
Letsel aan de halswervels komt vaak voor omdat kinderen een relatief groot
hoofd hebben. Dat is naar verhouding veel groter en zwaarder dan bij
volwassenen, terwijl de botten en spieren nog niet zijn volgroeid en dus nog
lang niet op sterkte zijn. Daarom is het belangrijk dat kinderen zo lang
mogelijk in autostoeltjes met zijwaartse hoofdsteun worden vervoerd.
Veel ouders kiezen echter al gauw voor een simpele zittingverhoger. Die is
veel goedkoper en eenvoudiger aan te brengen, terwijl de door kinderen
gevraagde bewegingsvrijheid wordt geboden. Bij een aanrijding in de flank
van de auto zal het kinderhoofd echter een lelijke knik opzij maken, met
alle gevolgen van dien.
Voor de allerkleinste kinderen heeft Kramer
één duidelijk advies: die moeten zo lang mogelijk achterstevoren in de auto
worden vervoerd. Denk daarbij aan een leeftijd tot maximaal 4 jaar. Dit
wordt sinds jaar en dag ook door autofabrikant Volvo gepropageerd, maar in
de praktijk doen ouders dit liever niet. ,,Enigszins begrijpelijk,’’ vindt
Kramer. ,,Want je wilt natuurlijk altijd oogcontact houden met je kind. En
als het gaat om de verkeersveiligheid zijn we natuurlijk nog veel verder van
huis als moeders vanachter het stuur allerlei gevaarlijke houdingen aannemen
om tijdens het rijden toch bij hun kind op de achterbank te komen.
,,Toch is achterstevoren een veel veiliger positie dan in de rijrichting. De
kracht wordt veel beter over rug en nek verdeeld. Heel belangrijk, want de
kracht bij een aanrijding van slechts 50 km/u is vergelijkbaar met een val
van de vierde verdieping. Ouders die er moeite mee hebben dat ze hun kind op
de achterbank dan niet goed kunnen zien, moeten het stoeltje dan maar naast
de bestuurder plaatsen. Mits de eventueel aanwezige airbag is uitgeschakeld
natuurlijk.’’
Veel ouders denken nog altijd dat de
achterbank de veiligste plek voor kinderen is. In de moderne auto maakt dat
echter niet uit. Een auto die in de EuroNCAP-botsproef de maximale score
haalt, biedt voorin net zoveel bescherming als achterin. Dit geldt echter
niet voor oudere, minder geavanceerde auto’s.


