In mijn elftal rookt er niemand. Jammer, vind ik, want roken raakt heel erg de essentie van amateurvoetbal op zondagochtend. Een dikke keeper die een shagje draait, met de sokken omlaag, leunend tegen de deur van de kleedkamer, een aansteker achter het oor. Meer Allstars ga je het niet krijgen.
Theo Janssen ken ik niet heel goed, maar ik mag graag naar hem kijken. Vooral wanneer hij op zijn badslippers voorbij sloft, door het gangetje bij de kleedkamers, rechtstreeks naar de verdekte rode buitendeur, in de blinde hoek van het stadion.
Daarbuiten, ergens tussen de manden met vuile was, rookt Theo zijn sigaretje. Een zwartwit-foto op zichzelf. Een amateurvoetballer in de Champions League is het, Theo Janssen - en dat is precies wat hem zo prozaïsch maakt, zo aanraakbaar.
Hij is als de voetballer uit je eigen elftal, druk sjouwend met een sixpack bier, nog voordat de tweede helft begonnen is. Een pakje Drum achter het elastiek van zijn voetbalbroekje.
De stoere jongen om wie iedereen moet lachen, hoe onbezonnen en loszinnig soms ook. Niet je beste vriend misschien, maar onmisbaar voor de mores van de kleedkamer. Typisch iemand die je steeds opnieuw geneigd bent te vergeven - behalve als je Kevin Moeliker heet. Dan sluit je zwijgend je ogen en je oren.
Maar goed, het gaat me nu even om het roken. Theo Janssen is volgens mij de laatste voetballer die het onomwonden doet, een peuk opsteken. Wesley Sneijder kan het af en toe ook niet laten, schijnt het, als kind uit een echte Utrechtse rokersfamilie, maar Wesley staat meestal verdekt opgesteld. Maarten Stekelenburg: zelfde verhaal.
En ik sluit ook niet uit dat ze allang weer zijn gestopt, die twee. Het schijnt niet meer te kunnen, in deze tijd van sportmaaltijden en diagonale looplijnen. Maar ik mis ze zo, de rokende voetballers. Vroeger had je ze in overvloed: van Djurovski tot Socrates en van Van Basten tot Rijkaard.
Roken was niet iets voor vinnige backs of stille waterdragers, op de één of andere manier. Vooral de rafelige karakters rookten. De onafhankelijke denkers. Mario Basler, Gerald Sibon, Patrick Pothuizen.
Johan Cruijff luidde vermoedelijk het einde in van de rokende voetballer, in het San Jordi-ziekenhuis in Barcelona, op een haastig belegde persconferentie. Johan kondigde aan onmiddellijk te stoppen, omdat hij even daarvoor was overvallen door een hartinfarct. Op zichzelf een goede reden, eerlijk is eerlijk, maar Johan zou het voetbal die dag voorgoed veranderen. Alweer.
Voetballers gingen voortaan het goede voorbeeld geven, door vooral niet te roken. En anders deden ze het stiekem, verstopt achter de kamerplant in het spelershome. Bewonderenswaardig hoor, daar niet van. Maar ook jammer voor ons, de amateurvoetballers van de zondagochtend.
Want de heerlijke illusie dat de Champions League nog steeds binnen handbereik is, wordt nu nog slechts in leven gehouden door Theo Janssen. Best een zware last, lijkt me, voor een eenvoudige jongen uit Arnhem. (SJOERD MOSSOU)


