Zoonlief plakt voetbalplaatjes in het album van Albert Heijn. Hij zegt: ‘Kijk
pa, wéér Geert den Ouden.’
Hij en de buurjongetjes die met ‘m willen ruilen kijken op mijn aanraden naar
de bal op de pagina van Feyenoord en zien het nu ook: de kakkerlak die
volgens de geschrokken afdeling Oplichting van Albert Heijn een kever is.
Maar Maarten ’t Hart heeft het zelf gezegd. Het is een kakkerlak, een Duitse
kakkerlak nog wel.
Een kakkerlak op een voetbal als provocatie zegt de onschuldige jongetjes
niets. Mij doet het als Rotterdammer niets. Integendeel. De kakkerlak is een
indrukwekkend beest. De jood onder de insecten. Want: onuitroeibaar. Een
groot aanpassingsvermogen kenmerkt de kakkerlak. En effectief dat ie is!
Vorig jaar werd in Texas massaal de Aziatische kakkerlak ingezet tegen
schadelijke insecten die tomaten, katoen en sojabonen bedreigden. Nou,
binnen 24 uur hadden de kakkerlakken de klus geklaard.
Ja, ik word als Rotterdammer maar wat graag uitgemaakt voor kakkerlak, wat
heel af en toe ook wel gebeurt. Meestal in Amsterdam, in de buurt van de
Arena of door Amsterdammers op bezoek in zoals zij zeggen 010. Ik vind het
een groot compliment. In het Natuurmuseum in Rotterdam heb ik ze van Kees
Moeliker eens mogen bestuderen, al die verschillende kakkerlakken. Wat een
prachtige beestjes - dieprood, lentegroen, roomwit of caramelkleurig. De
mooiste is smaragdgroen met bronskleurige vlekjes en smalle rode streepjes.
Ik dwaal af. Voetbalplaatjes, daar is het me deze week om te doen. Geen
romantiek meer maar je reinste dynamiek is mijn conclusie. Hier spreekt een
ouwe lul. Voetbalplaatjes sparen gaat sneller dan vroeger, zoals er nu ook
sneller gevoetbald wordt. Ik deed er een jaar over en dan nog had ik mijn
Sterrenalbum Voetbalsterren In Aktie (eksklusieve uitgave met medewewerking
van de vereniging van contract spelers) niet compleet. Je moest ze in 1971
bij de sigarenboer kopen van je zakgeld. Twee zakjes in de week schoot niet
echt op. Maar het schiep een diepe band.
Nu worden ouders de supermarkt in gejaagd. De ene zoon gooit dure artikelen
in de kar om de prijs om te drijven (elke tien euro een zakje), de andere
zoon wacht buiten met een pistool achter dranghekken. Met dwang maakt hij
vaders die zelf voetbalplaatjes willen sparen de zakjes afhandig.
Wat? U dacht dat ik het hier over het lot van plaatje 165 zou hebben. Wilt u
dat? Mijn mening over het vertrek Huub Stevens bij PSV? Saai hoor, weer zo’n
mening. Nou, komt ie dan. Huub Stevens is en blijft een vakman in Duitsland,
maar wel eentje die zichzelf verloochende bij zijn droomclub in Nederland.
Liet zich bij PSV lijdzaam uitschelden of beledigen door spelers, schold
zelf alleen op sommige verslaggevers, speelde weinig moedig voetbal en
presteerde ondermaats. Werd half om zeep geholpen door technisch directeur
Jan Reker die in november zei dat Huub best een goede coach zou kunnen
worden voor PSV.
Stevens’ Werdegang heeft me ernstig verbaasd. Een jaar geleden, toen Huubs
vrouw vocht voor haar leven, stuwde hij het in degradatienood verkerende HSV
naar de top van de ranglijst. Hij pendelde heen en weer tussen een
Rotterdams ziekenhuis en het voetbalstadion te Hamburg. Waarom toen wel die
oerkracht en nu ineens niet meer?
Mooie les voor plaatje nummer 150 trouwens. Als Mario Been deze zomer bij
zijn droomclub arriveert dan moet hij niet à la Stevens de zachte
heelmeester willen uithangen maar keihard saneren (plaatje 049, 051, 052,
053) en meedogenloos optreden als het moet. Want de voetballer is veel te
machtig geworden. Bij Feyenoord, Vitesse en PSV zijn de voetballers
hoofdverantwoordelijk voor het vertrek van hun trainer, terwijl ze zelf net
zo erg verzaakten. De voetballer dient te worden geknecht. Hij is namelijk
niet meer dan een plaatje, een nummer.


