Veel meer dan een politieke partij is NAC een soort dorpskroeg met beslagen ramen, waar het kabaal wordt overstemd door muziek en klinkende bierglazen. Soms is er ruzie, of heibel in de tent - en wordt de geschifte directeur de deur uit gemept, figuurlijk dan, als dank voor een schuld van een miljoentje of elf. Maar een dag later is iedereen er weer, proostend op het leven.
Met wat fantasie zou je het Avondje NAC een achterbaks fenomeen kunnen noemen. Eerst bier drinken en voetballers beledigen, om even later met dezelfde voetballers heel vrolijk een polonaise te gaan lopen tot het morgen wordt.
Zaterdagavond was ik bij NAC en de oud-voorzitter was er ook. Vanaf de bar gezien telde ik verder: twee oud-trainers, mijn vader en moeder, een stuk of tien oud-spelers, mijn vrienden, een vertrekkend bestuurslid, twee zittende bestuursleden, de trainer, de vrouw van de trainer en een voormalig rechtsback die tegenwoordig iets commercieels doet bij de club. O ja, 'de legendarische nummer 10' Ton Lokhoff was er ook.
Je zou het niet gelijk zeggen misschien, maar ook bij NAC heb je tamelijk veel kampen, die zich in tijden van crisis allemaal beginnen te roeren. Ongemerkt soms, want er is maar één krant die zich dagelijks om NAC bekommert. Bovendien, ook dat zal schelen: ons clubicoon, Rat Verlegh, is al jaren dood, en aan ledenraden of commissies doen we niet. Liever zingen we van lang zullen we leven.
Veel meer dan een politieke partij is NAC een soort dorpskroeg met beslagen ramen, waar het kabaal wordt overstemd door muziek en klinkende bierglazen. Soms is er ruzie, of heibel in de tent - en wordt de geschifte directeur de deur uit gemept, figuurlijk dan, als dank voor een schuld van een miljoentje of elf. Maar een dag later is iedereen er weer, proostend op het leven.
Denk niet dat we het allemaal wel best vinden. Er wordt ook gehuild bij NAC, of geschreeuwd van woede, en geroddeld en gescholden. Maar als de club weer eens op omvallen staat, tillen de stad en het volk de boel steevast overeind. Boven alles zijn volksclubs, kijk het lijstje er maar op na - van Feyenoord tot Leeds United - onverwoestbaar.
En provoceer ons vooral niet zoals Erwin Koeman ooit deed, als naïef trainertje van Feyenoord. Die dacht dat hij Pierre van Hooijdonk nog wel even kon laten invallen in de slotminuten, bij een 1-3 stand. Prompt begon het stadion te brullen, als een woeste leeuw, ongenadig hard. De aarde trilde en beefde. Uitslag: 3-3.
NAC is niet zo van de grote hoogtepunten, maar meer van de kleine. Een roestige landstitel (1921) en een KNVB-bekertje (1973), dat is het wel, qua prijzen. Wij zijn de besten niet, verre van zelfs - en zullen het nooit worden ook. Wij dromen nooit van drie sterren op het shirt, want we hebben wel wat beters te doen.
Voor NAC zal Tom Egbers nimmer tot middernacht in de kou gaan staan, laat staan dat we het ooit tot Pauw & Witteman gaan schoppen. Wij zijn geen clubje van BN'ers, tenzij je Vader Abraham meerekent, of Ruud uit Big Brother.
Maar we hebben het wel leuk samen - en daar gaat het allemaal om bij een voetbalclub, voor wie het vergeten was.


