Het is te makkelijk om zakkenvuller El Hamdaoui te beledigen
Wij laten onze karikaturen niet zomaar afpakken. We koesteren ze en beschermen ze. Dat maakte de eenzame strijd van El Hamdaoui bij voorbaat al kansloos; de beeldvorming in onze onderbuik versla je niet. Vraag maar aan Edgar Davids. Of beter nog: aan Steven ten Have. Alles is een bevestiging van onze waarheid; desnoods draaien we de boel een kwartslagje.
Mijn favoriete bericht ooit uit De Telegraaf omvatte slechts twee regels. Het stukje ging over Evert ten Napel, want Evert had één of andere regionale prijs gekregen voor zijn grote verdiensten als levend boegbeeld van de provincie Drenthe. Maar het kleine geluk zat hem in de tweede regel. Die luidde:
'Een hele eer vind ik het', aldus de sympathieke bakkerszoon uit Klazienaveen.
Einde bericht.
De schoonheid van het ministukje zat hem in de ogenschijnlijk overbodige informatie. Evert ten Napel had niet alleen een prijs gewonnen als voetbalcommentator en boegbeeld van de provincie Drenthe, nee, Evert was ook nog eens een erg sympathieke bakkerszoon. Uit Klazienaveen.
In een klein stukje over Mounir El Hamdaoui deed mijn collega Nik Kok gisteren iets vergelijkbaars in deze krant. Mooi terloops noemde Nik de voetballer, in een verder vrij zakelijk bericht: 'de zwijgzame spits'. Niet zo fijn barok als 'de sympathieke bakkerszoon uit Klazienaveen', maar wel subtiel treffend, en toch vrij neutraal.
Dat laatste is belangrijk, want het is onderhand te gemakkelijk geworden om Mounir El Hamdaoui te beledigen. El Hamdaoui is een soort karikatuur geworden van een zakkenvuller. Van een verwende vedette. Van een luie, arrogante eikel, die te beroerd is om voor een miljoenensalaris een paar voetbalschoenen aan te trekken. Liever is hij ziek, zwak of misselijk.
In die rol is hij nogal ongeschikt voor een column, want voor je het weet trap je alleen maar open deuren in. Zo'n beetje heel Nederland is Mounir El Hamdaoui als precies dezelfde karikatuur gaan zien, behalve dan misschien zijn zaakwaarnemer, hijzelf en zijn familie. Er valt niets meer te vinden ondertussen, want iedereen vindt hetzelfde.
Zijn zaakwaarnemer deed nog wel een dappere poging door Frank de Boer 'onbetrouwbaar' te noemen - en de handelswijze van Ajax 'schandalig', maar veel effect had het allemaal niet. Wij van het grote publiek koesteren Frank de Boer nu eenmaal als de fijne toegankelijke voetbaljongen die in de zomer altijd lekker een paar weken op de camping gaat staan. In Garderen, nota bene, op de Veluwe.
Wij laten onze karikaturen niet zomaar afpakken. We koesteren ze en beschermen ze. Dat maakte de eenzame strijd van El Hamdaoui bij voorbaat al kansloos; de beeldvorming in onze onderbuik versla je niet. Vraag maar aan Edgar Davids. Of beter nog: aan Steven ten Have. Alles is een bevestiging van onze waarheid; desnoods draaien we de boel een kwartslagje.
Misschien juist daarom vond ik de woordkeuze van Nik zo prikkelend. 'De zwijgzame spits' klinkt prettig mysterieus. Het suggereert dat er achter het beeld van de zakkenvuller, een soort ongrijpbaar karakter schuilgaat. Iemand die ons allang ontglipt is.
Want: waarom kiest El Hamdaoui zoals hij kiest? Wat gaat er om in zijn hoofd? Waarom laat hij zich deze martelaarsrol zwijgend aanmeten? Hoe werkt dat precies, met trots en eergevoel? Neemt hij, zonder dat we het doorhebben, stiekem wraak op ons allemaal? Welke diepe kronkels liggen er precies ten grondslag aan dit tragische verhaal?
Maar misschien zijn dat veel teveel vragen juist, zo op de vroege ochtend, voor een zwijgzame spits.
(Sjoerd Mossou)