*

 

Een blijk van dank aan rugbyheld Jonny Wilkinson

Renate Verhoofstad.
Renate Verhoofstad.
 In plaats daarvan stuurde ik dus sms'jes, met een druk op de knop. Richting een Brits vriendje in een Florentijnse flat, met uitzicht op de Ponte Vecchio weliswaar, maar wat heb je aan zo'n beeld als je binnen slechts Rai Uno kunt ontvangen? En die doen niet aan mannen in de modder, maar aan miss-verkiezingen.  
Renate Verhoofstad
COLUMN  Verliefdheid doet gekke dingen met een mens, zoals mij het najaar van 2003 overkwam. Dan ga je bijvoorbeeld in je eentje op de bank zitten in Den Bosch. Je knipt op een druilerige dag de televisie aan en zapt naar de BBC om de finale van het WK rugby te kunnen volgen. Je schenkt een glas Nero d'Avola voor jezelf in en zorgt dat je je mobiele telefoon binnen handbereik hebt. Want je weet maar nooit wanneer Hij kan bellen.

Af en toe stop je een olijf in je mond. Of een plak salami. Je hebt last van je maag, je hart, je hoofd. En zou willen dat de teletijdmachine van professor Barabas echt bestond, zodat je je verliefdheid met één druk op de knop naar je Hollandse huiskamer zou kunnen flitsen, voor een potje rugby samen op de bank.

Maar in plaats daarvan stuurde ik dus sms'jes, met een druk op de knop. Richting een Brits vriendje in een Florentijnse flat, met uitzicht op de Ponte Vecchio weliswaar, maar wat heb je aan zo'n beeld als je binnen slechts Rai Uno kunt ontvangen? En die doen niet aan mannen in de modder, maar aan miss-verkiezingen.

En dus kwam het verslag van de finale in Sydney dit keer uit Den Bosch. En schreef ik per sms over mannen met ingedeukte Louis van Gaal-neuzen en een soort gaffer tape over hun bloemkooloren geplakt en met namen zoals Jason Robinson en Jonny Wilkinson; de Beckham van het Britse rugby van wie ik tot die avond eerlijk gezegd amper had gehoord. Ik neuriëde mee tijdens het volkslied en had last van plaatsvervangende trots toen het 'Swing Low, Sweet Chariot' uit de kelen van duizenden Britse rugbyfans klonk. Ik zei al, verliefdheid doet gekke dingen met een mens.

En ik maar typen:
'Try for Aussies. 5-0'.
Hij: 'Fuck it'
'Wilkinson penalty kick. 5-3'
- 'Com'on England!!!'
'Wilkinson again: 5-6'
- 'Yeah!'
'Wilkinson: 9-5!'
- 'Go go Jonny!!!'

Ik begon er zowaar in te komen. Of zelfs in te geloven. Voor Engeland. En alhoewel ik gewoonlijk meer val voor het uiterlijk van ruige rugbyende holbewoners met welig tierende baarden, zoals de botte Franse bijl Sébastien Chabal, groeide de Britse boy wonder Wilkinson rap uit tot mijn favoriet. Al was het maar vanwege zijn ritueel voor iedere te nemen penalty, als het wel leek of Jonny midden op het veld op een gedenkbeeldige plee ging zitten, met zijn armen voor zich uitgestrekt en de handen tot vuist gebald. Persen en dan pas de ovale bal tussen de doelpalen schieten. Wonderlijk.

En dat was Wilkinsons winnende drop kick in feite ook, die er in de laatste minuut van de verlenging zomaar in vloog. De fly half was in een klap een held, maar wel een die breekbare vleugels bleek te bezitten. Het noopte de Achilles van het rugby deze week tot opgave.

Een blijk van dank lijkt me daarom op z'n plaats.

Niet alleen omdat Engeland dankzij hem de wereldtitel won, maar omdat ik dankzij het verslag over het WK van Wilkinson mijn vriendje definitief wist te veroveren. En we tegenwoordig sámen op de bank naar rugby kijken. (Renate Verhoofstad)
16/12/11 08u47
volledig dossier: Sportcolumnisten
mailIcon print | |
commonMessages.loading
Aan het laden ...
Vind AD Sportwereld op social media
Facebook
TwitterVolg ons op Twitter