Tjonge. Wat had ik Auke Hylkema graag een Tocht der Tochten dwars door zijn eigen Balk gegund. En het ganse Friese volk, Erben Wennemars en al die andere 16.000 prof- en amateurschaatsers natuurlijk ook. Maar als de elfstedenkoorts van de afgelopen week íets heeft opgeleverd, is het dat deze Brabantse ijsanalfabeet nu tenminste weet wat bomijs is.Renate Verhoofstad
Vooral voor het rayonhoofd uit Balk vind ik het sneu dat de Elfstedentocht is afgeblazen. Hadden we tot zondag nog nooit van de beste man gehoord, sinds de periode tussen de eerste vergadering der rayonhoofden en de tweede bijeenkomst van woensdag, hoef je maar Auke te zeggen, of de rest van Nederland weet dat het over ijsmeester Hylkema gaat; opper-ijshoofd van het knelpunt Balk en toch ook een soort elfstedenmartelaar, sinds hij tijdens het ijsprikken van afgelopen zondag door de nog onbetrouwbare ijsvloer zakte en tot zijn nek in het water van zijn eigen rayon kwam te staan.
Hylkema zat maandagavond in opgedroogde versie alweer bij Pauw en Witteman aan tafel, en oogde allerminst als een geslagen hond. Het stoere Friese rayonhoofd vertelde hoopvol gepassioneerd over ijsdiktes van tussen de vier en zeven centimeter die nog zomaar eens tot vijftien centimeter aan zouden kunnen vriezen en wijdde ons, ijs-onwetenden der Nederlanden, in in de gecompliceerde wereld van het natuurijs.
Want wie nog dacht dat ijs 'gewoon' een kwestie van bevroren water is, werd door Hylkema vakkundig uit de droom geholpen. De ijsmeester sprak over sneeuwijs (zacht fondantijs, vanwege de aangevroren sneeuw) en kistwerk (opgekruid ijs waarbij ruitvormige stukken ijs over elkaar heen schuiven, rechtop komen te staan en dan aan doodskisten kunnen doen denken) alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.
Het duo Pauw en Witteman leek het op dat moment even te duizelen maar je zag dat Auke Hylkema nog wel uren kon doorgaan met een hoorcollege over kwalster-ijs (slecht berijdbaar en onbetrouwbaar poreus ijs), dubbeltjesijs (ijs met luchtbellen ter grootte van een dubbeltje), eennachtijs (het woord zegt het al), landijs (ijs op ondergelopen land), grondijs (ook wel ankerijs genoemd, dat vanaf de bodem komt bovendrijven, vaak met zand en steentjes erin), pannenkoekijs (vastgevroren losse ronde ijsschotsjes met opstaande randen), sandwich-ijs (twee lagen ijs met water ertussen, waarvan de bovenlaag zwak is), bomijs (ijs waar het water onder is weggelopen) en paardenijs (sterk ijs met grote draagkracht).
Tjonge. Wat had ik Auke Hylkema graag een Tocht der Tochten dwars door zijn eigen Balk gegund. En het ganse Friese volk, Erben Wennemars en al die andere 16.000 prof- en amateurschaatsers natuurlijk ook. Maar als de elfstedenkoorts van de afgelopen week íets heeft opgeleverd, is het dat deze Brabantse ijsanalfabeet nu tenminste weet wat bomijs is.
Kennis die goed van pas komt.
Want it sil wel degelijk heve deze winter. Niet in Friesland maar in het Brabantse Heusden dit keer, waar voor de leerlingen van basisschool de Johannes Paulus vandaag een alternatieve Elfstedentocht wordt georganiseerd en ik tot mijn grote genoegen tot de Auke Hylkema in een van de elf Heusdense rayons ben benoemd.
De 15 centimeter dikke ijsvloer op de waterpartij net buiten de stadspoort ligt er prachtig schoongeveegd bij kan ik mijn collega Hylkema melden: spiegelglad zwart ijs tot aan de horizon en geen windwak te bekennen. Heusden is volledig kwalsterijsvrij. We gaan hier stempelen in plaats van transplanteren.
It giet oan!


