Sjoerd Mossou is voetbalverslaggever en columnist van AD Sportwereld.
En die arme Frank de Boer dan. Die schipperde maar, dapper en verbeten, in een poging het midden te houden tussen alle kampen en commissies en mini-kampjes. Een paar maanden lukte dat nog wel, wonder boven wonder, totdat ook op hem de druk oneindig werd opgevoerd. Hij wilde niet kiezen, zowaar oprecht in het belang van Ajax, maar ze duwden hem in de hoek met het vuur in de ogen.Sjoerd Mossou
Waar was je nou al die tijd, Louis? Ik had het zo graag uit jouw mond willen horen. Hoe dat nou zat met die revanchegevoelens - en met dat stiekeme, verkrampte gedoe vooral. Maar je zweeg tot gisteravond, tot na de nederlaag, alsof je eigenlijk niet meedeed in het spel.
Maar dat deed je natuurlijk wel.
We zagen je even de aankomsthal uit wandelen op Schiphol, een maand of wat geleden, met Truus en zo'n bagagewagentje. Ik vond dat mooie beelden, vooral omdat ze zo alledaags waren. Alleen een afritsbroek ontbrak eraan, met van die zakken aan de zijkant. Die dragen mannen van jouw leeftijd altijd, wanneer ze terugkomen van een wereldreis.
Ze hebben een karikatuur van je gemaakt, Louis. Niet dat je daar zelf niets aan bijgedragen hebt, maar hoe langer je zweeg, hoe gekker het werd. Op het laatst kon je er helemaal niets meer van, alsof iedereen de landstitel met AZ, of die Champions League-finale met Bayern alweer vergeten was. Ze noemden je zelfs achterbaks, Louis. Laat je dat over jezelf zeggen? Waarom hoorden we je gisteravond pas, in een korte reactie, toen het spel al gespeeld was? Waarom niet eerder?
Alleen José Mourinho hoorde ik de laatste maanden iets aardigs over je roepen, over dat je een groot mens bent enzo. Maar het fladderde vanzelf weer weg in het gekakel. Ja, Steven ten Have, Danny Blind en nog een stel dissidenten stonden vierkant achter je, uiteraard, maar jij niet echt achter hen. Terwijl het publiek en de Cruijff-extremisten vrolijk op ze los gingen, zat jij in Portugal een boek te lezen.
En die arme Frank de Boer dan. Die schipperde maar, dapper en verbeten, in een poging het midden te houden tussen alle kampen en commissies en mini-kampjes. Een paar maanden lukte dat nog wel, wonder boven wonder, totdat ook op hem de druk oneindig werd opgevoerd. Hij wilde niet kiezen, zowaar oprecht in het belang van Ajax, maar ze duwden hem in de hoek met het vuur in de ogen.
'Kiezen jij, Frank! De wereld bij Ajax bestaat uit vóór tegen anti, uit goed tegen slecht, uit voetballers tegen de kille bestuurders. Jij hoort toch bij ons, Frank? Ja toch!? Jij vindt die Van Gaal toch ook achterbaks, of niet dan? Ja hè, Frank? Zeg het!'
Je had hem moeten helpen, Louis, dat was je hem verplicht. Al had je Frank de Boer maar heel even uit de wind gezet. Hij weigerde maandenlang zijn oude leermeester te laten vallen, maar jij verzuimde dat terug te betalen door je mond open te doen. Door de klappen op te vangen zoals je dat vroeger altijd deed, voor je spelers. Niet dat je het gevecht gewonnen had, maar verstoppen was wel het lafste wat je kon doen.
Even kwam je bij de Toekomst aanrijden om een kennis af te zetten. Toen je het handjevol journalisten zag staan, keek je als een verschrikte haas in het schijnsel van een koplamp. Jij, de onaantastbare Louis van Gaal van weleer, voelde je betrapt en ongemakkelijk.
We gunnen je heus een zoete revanche bij PSV Louis, straks, waarom niet. Deze wedstrijd bij Ajax viel misschien wel niet te winnen. Maar verliezen doe je wel met de borst vooruit en de kin omhoog - en niet verstopt achter het struikgewas.


