Joep Schreuder is de beste autoraam-interviewer van Nederland

bewaar
Door: redactie
16-5-12 - 08:23
column
 
Journalistiek gezien vraagt het een specifiek soort handigheid en discipline, het autoraam-interview. Als autoraam-verslaggever is het erg belangrijk de juiste keuze te maken, en razendsnel te schakelen tussen de ene auto en de andere. Het zal je maar gebeuren dat je net rustig met Keje Molenaar staat te babbelen, terwijl achter je rug net Johan Cruijff komt aangereden. Dodelijk.
Sjoerd Mossou.


Jetro Willems zat op de achterbank van een sympathieke witte Kia, carpoolend met Georginio Wijnaldum. Jeremain Lens kwam aanrijden in een Golfje. Ze draaiden het raampje open, babbelden wat beleefds tegen een bontgekleurde microfoonknop - en daar gingen ze weer, stapvoets richting de metalen toegangspoort.

Ik weet niet precies wie het verzonnen heeft, maar betrekkelijk nieuw is het wel, het autoraam-interview. Volgens mij is het fenomeen een jaar of tien geleden min of meer geboren in Hoenderloo, toen Louis van Gaal besloot dat Oranje maar beter tot een zwaarbewaakt fort kon worden omgebouwd, compleet met elektronische toegangspoort en hoge hekken.

Om voetballers een quoteje te ontlokken, zat er niets anders op dan geduldig bij de poort te wachten - en dan maar hopen dat er eentje zo aardig was zijn raampje open te draaien. Maar ook best mooie televisie: de voetballer-met-enorme-zonnebril die juist gas bij geeft, het legertje journalisten achterlatend in een zwarte wolk van uitlaatgassen. ('Uche-uche. Hatsjie. Volgens mij was dat Winston Bogarde.')

Het autoraam-interview kreeg afgelopen jaar een ongekende dimensie dankzij ons aller Ajax, toen een kluwen van camera's zich keer op keer verdrong rond Ajax-mannetjes in hele grote auto's, vlak voor de slagboom, op weg naar alweer een crisisvergadering. Afremmen, raampje open, microfoon erin, onelinertje uitspugen, raampje dicht, gas geven.

Journalistiek gezien vraagt het een specifiek soort handigheid en discipline, het autoraam-interview. Als autoraam-verslaggever is het erg belangrijk de juiste keuze te maken, en razendsnel te schakelen tussen de ene auto en de andere. Het zal je maar gebeuren dat je net rustig met Keje Molenaar staat te babbelen, terwijl achter je rug net Johan Cruijff komt aangereden. Dodelijk.

Schaamteloosheid is geboden bovendien. Wie te beleefd en bescheiden is om heel hard op een autoraampje te rammen, wanhopig 'Keje, Keje' roepend, is niet echt geschikt voor het vak. Bovendien: zorg dat je cameraman vlak achter je loopt, maar niet te dicht, want voor je het weet lig je samen onder de auto van Uri Coronel, of die van Nick Viergever. Dat wil niemand.

Joep Schreuder is de beste autoraam-interviewer van Nederland, dat is algemeen bekend, omdat Joep de kunst beheerst om een compleet parkeerdek naar zijn hand te zetten, onvermoeibaar sleurend van BMW naar Audi en weer terug. Een paar maanden terug zag ik hem eerst frontaal tegen zijn eigen camera aan knallen, echt waar, vlakbij de slagboom van de Arena, om vervolgens stoïcijns door te rennen naar de volgende auto. Joeps onverzettelijkheid werd beloond: het was Johan.

Fascinerend is ook het eeuwige dilemma van de bestuurder: draai je het raampje direct open of juist niet? Doe je het wel, dan suggereer je automatisch dat je even vlug een eigenwijs statement af wilt geven. Doe je het niet, dan ben je al snel een arrogante lul. Je zag de jonge garde van Oranje twijfelen maandag in Hoenderloo: opendraaien - of toch wachten tot er een hitsige roze microfoonknop tegen je raampje timmert?

Wilfred Bouma was geloof ik de enige die zijn raampje dichthield en doorreed, onverstoorbaar als altijd.

Het was duidelijk: die liep al wat langer mee.


Meer over