Misschien vindt u dat allemaal 'eigen schuld dikke bult'. Ik vind het vooral tragisch en verdrietig, want dit leven is Royston Drenthe, een bijzonder joch uit Rotterdam-West, ook maar gewoon overkomen.Sjoerd Mossou
Deze week moest ik twee keer aan Royston Drenthe denken. De eerste keer was maandagavond in Boedapest, toen ik naar een training van het Nederlands elftal zat te kijken en dacht: verrek, Royston had hier prima tussen gepast, met al zijn jeugdig enthousiasme, streng bij de hand genomen door oom Louis.
En mijn tweede Royston-erlebnis had ik gisterochtend, toen ik het stuk van collega Martijn van Beeten las over al die werkloze en slecht betaalde voetballers in Nederland. Over hoe spelers zich tegenwoordig gratis aanbieden bij onze profclubs, op zoek naar een laatste kans. Royston Drenthe deed dat ook, een tijdje geleden, weet u nog? Maar Feyenoord hoefde hem niet meer. Nog niet voor een grijpstuiver.
Dit wordt geen cynisch, belerend stukje over Royston Drenthe. Ten eerste is me dat te makkelijk, ten tweede heb ik nogal een zwak voor Royston Drenthe, één van de meest ontwapenende, onnavolgbare types die ik ooit ontmoette. Een jongen die soms ergernis oproept, of verbazing, maar net zo vaak ontroering en vertedering.
Het was de vroege zomer van 2007 en Royston trok zijn broekspijp omhoog. Er stonden twee tatoeages op zijn kuitbeen; eentje van een lachende clown, en eentje van een huilende. Royston begon in watervlugge zinnetjes te vertellen wat dat allemaal precies betekende.
'Ik zeg altijd maar zo tegen mezelf: er komen ook tegenslagen in het leven, Royston, daar moet je op voorbereid zijn, want het leven is lachen en het leven is huilen, maar ik zeg ook: blijven lachen. Smile now, cry later. Want zo is het toch, Sjoerd?' Ik knikte driftig van ja, en ik meende het bovendien, want er viel geen speld tussen te krijgen.
In de jaren daarna sprak ik Royston Drenthe met enige regelmaat. In China, bij de Olympische Spelen. Thuis in Madrid, of op afstand, via één van zijn drie mobiele telefoons. En voor het laatst zagen we elkaar in Alicante, niet lang na zijn debuut in het Nederlands elftal in november 2010 tegen Turkije.
Het werd, zoals altijd met Royston, een kolderiek avontuur. We reden samen twee uur lang in zijn Seat Ibiza (!) kriskras door Alicante, op zoek naar een massagesalon die Piet Velthuizen had aanbevolen, maar die totaal onvindbaar bleek, hoe vaak Royston ook door de telefoon riep dat Piet het allemaal wat beter moest uitleggen.
Het interview zelf werd nooit geplaatst in de krant. Royston kwam een week later niet meer opdagen bij Hércules Alicante, omdat hij zijn salaris al maanden niet had ontvangen. Alles wat hij die dag had verteld, over hoe goed het ging en hoeveel dromen hij nog had, was op slag achterhaald.
Royston Drenthe is werkloos inmiddels. De laatste keer dat ik hem zag was op televisie, bij RTV Rijnmond. Van het energieke, hypervrolijke jongetje dat hij ooit was, was niets meer over. Royston oogde moe. Verward. Uitgeblust.
Hij leek op die huilende clown op zijn kuitbeen, veel meer in elk geval dan op de lachende. Wie goed keek, zag een jongen die hevig verlangde naar de tijd dat de wereld om hem heen nog te overzien en te begrijpen was.
Misschien vindt u dat allemaal 'eigen schuld dikke bult'. Ik vind het vooral tragisch en verdrietig, want dit leven is Royston Drenthe, een bijzonder joch uit Rotterdam-West, ook maar gewoon overkomen.


