Leven in de waan dat onze club de allermooiste is

bewaar
Door: Sjoerd Mossou
19-9-12 - 08:21
column
Sjoerd Mossou, columnist en voetbalverslaggever van AD Sportwereld. © Jacqueline de Haas.
 
Dat clubs als Feyenoord, FC Utrecht en NAC zelden in staat zijn tot langjarig consistent beleid, is geen toeval. Dat komt doordat vrijwel niemand er in slaagt om al die gierende emoties te bedwingen, zonder onderweg hevig te gaan schipperen. Een auto is nu eenmaal lastig te besturen als er van alle kanten tegenaan wordt geduwd.
Sjoerd Mossou

Er is iets erg merkwaardigs aan de hand met honderdjarige voetbalclubs. Of ze nou NAC heten, of Ajax, of Feyenoord, een eeuwfeest staat garant voor ellende, lijkt het wel. In het beste geval is de jarige strontverkouden - en in het slechtste geval doodziek.

Vermoedelijk is het toeval, maar misschien zit er een soort ongrijpbare, onmetelijke druk achter verscholen. Een mentale last die wij stervelingen amper kunnen bevatten, vergelijkbaar met een migraine-aanval op je verjaardag.

Ajax had in 2000 zijn schitterende retro- tenues amper aangetrokken, of het hele elftal verkrampte tot een dolend collectief, nóg meer dan in de weken daarvoor. En nooit kende Feyenoord een rampzaliger jaar dan in 2008. Alsof het gouden clubembleem in lood was gegoten.

Van NAC kun je zeggen dat het allemaal tamelijk logisch is, de huidige rampspoed, omdat die club haast onafgebroken heen en weer wordt geslingerd tussen pieken en dalen. De kans op tragiek of geluk is bij NAC ongeveer fifty-fifty.

Een kort, modern geschiedenislesje ter illustratie: NAC degradeerde in 1999, het haalde in 2003 Europees voetbal, ging kort daarna bijna failliet, eindigde in 2008 als derde - en staat nu één-na-laatste, deze keer met een schuld van elf miljoen euro. Je kunt NAC erg veel verwijten, maar niet dat het kleurloos door het leven gaat.

Ik ben bevooroordeeld, daar ben ik eerlijk in. NAC gaat mij meer dan gemiddeld aan het hart. Supporters hebben de neiging om tegenslag uit te vergroten tot onmetelijk verdriet en voorspoed juist tot intense vreugde. En precies dat is wat voetbal zo onweerstaanbaar en ongrijpbaar maakt. Sterker: daar drijft ons voetbal op.

Hugo Borst verwoordde het ooit treffend, die disbalans tussen supporterschap en droge ratio. Hij, geboren Spartaan, zei ooit: ,,Wie het voetbal wil begrijpen, hoort te weten wat het is om van een club te houden.''

Sindsdien ben ik hartstochtelijk aanhanger van die stelling. Een wijsheid die niet slechts op journalisten van toepassing is trouwens, maar veel meer nog op clubbestuurders. De manager die het sentiment van het voetbal niet begrijpt of kan bevatten, gaat onherroepelijk op zijn bek. Ook waar: hoe intenser de emotie rond een club, des te groter de kans op vergissingen.

Dat clubs als Feyenoord, FC Utrecht en NAC zelden in staat zijn tot langjarig consistent beleid, is geen toeval. Dat komt doordat vrijwel niemand er in slaagt om al die gierende emoties te bedwingen, zonder onderweg hevig te gaan schipperen. Een auto is nu eenmaal lastig te besturen als er van alle kanten tegenaan wordt geduwd.

Al een eeuw lang is NAC daar een levend voorbeeld van. Ik haat dat vaak, maar net zo vaak ontroert het me, omdat het zoveel kleur geeft aan een voetbalclub, hoe klein of onbeduidend die van een afstandje ook mag lijken.

Als eeuwfeesten ergens goed voor zijn, dan is het dat je oneindig mag zwelgen in geluk en verdriet. En dat is precies wat ik ga doen deze week, levend in de waan dat onze club de allermooiste is, al honderd jaren lang.

Wat vind jij van dit nieuws?


Meer over