Omhelzingen vlak na de aanslagen in 2001.
© afp.
'Waarom haten ze ons?' Op die beruchte vraag antwoorden de Amerikaanse respondenten in een nieuwe enquête nu veel genuanceerder dan in 2001. Nu kan 43 procent van de Amerikanen zich voorstellen dat de Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten de aanslagen van 11 september 2001 gemotiveerd kan hebben. Net na de aanslagen was dat maar een derde.
De getroffen Twin Towers bij de bewuste aanslagen.
© afp.
Het onderzoekscentrum Pew Research ondervroeg in totaal 1509 volwassen Amerikanen, tien jaar na de aanslagen, in New York en Washington. Uit de resultaten blijkt dat zich het voorbije decennium belangrijke verschuivingen hebben voorgedaan.
Opvallend is dat de verschuivingen vooral te merken zijn bij respondenten die aangeven dat ze Democraten zijn of zich onafhankelijk noemen. Van die groep is nu de helft akkoord met de stelling dat het Amerikaanse beleid de aanlagen in de hand werkte. Republikeinen blijven opvallend standvastig op dit vlak. Voor hen zijn de aanslagen niet gemotiveerd door welke actie van de VS dan ook.
Het onderzoek vond ook grote verschillen tussen de leeftijdsgroepen. Meer dan de helft van de respondenten jonger dan dertig jaar is het eens met de stelling omtrent het Amerikaanse beleid, terwijl dat onder respondenten ouder dan 65 amper 20 procent is.
Burgerlijke vrijheden
Ook wat burgerlijke vrijheden betreft is de publieke opinie veranderd. Net na 9/11 vond nog 55 procent van de bevolking dat het nodig kan zijn om burgerrechten en vrijheden te beperken in de strijd tegen terrorisme, nu is dat aandeel gezakt tot 40 procent. Het percentage respondenten dat burgerlijke vrijheden koste wat kost wil behouden, steeg van 35 naar 54 procent.
Maar als het over martelingen gaat, heerst er een andere algemene opvatting. In juli 2004 vond 43 procent van de bevraagden dat martelen 'soms' of 'regelmatig' mag om belangrijke informatie van verdachten te krijgen. Zeven jaar later is dat al 53 procent.
Het aantal respondenten dat de aanvallen van 9/11 als het begin van een wereldconflict tussen het Westen en de islam ziet, is gestegen van 28 procent in oktober 2001 tot 35 procent vandaag. Vooral Republikeinen zien het niet als een 'conflict tegen een kleine, radicale groep', maar als grootschalig conflict tussen culturen.
Grotere impact dan Kennedy
Uit het onderzoek blijkt verder dat de gebeurtenissen een grote indruk hebben nagelaten. Maar liefst 97 procent van de respondenten zegt zich perfect te herinneren waar ze zich bevonden tijdens de aanslagen. Dat is meer dan de 95 procent in het geval van de moord op president John Kennedy in 1963, of de 80 procent van de Amerikaanse landing op de maan.
Drie van de vier respondenten zegt emotioneel geraakt te zijn door de aanslagen. Zes op de tien vindt dat de aanslagen het leven in de VS op een belangrijke manier veranderd hebben.


