De Amerikaanse iRobot 710 Warrior werd ingezet bij de opruiming van de kerncentrales na de aarbeving van maart 2011 in Japan.
© epa.
De instortende torens van het World Trade Center in New York na de aanslagen op 11 september 2001 waren misschien wel het symbool van een nieuw tijdperk voor robots. De voorbije tien jaar werden zoekrobots vaker ingezet bij allerlei rampen en 9/11 was hun eerste grote test.
Robin Murphy dacht meteen aan robots toen hij de puinhoop in New York zag. In de jaren voor de aanslagen waren robots veel kleiner geworden, maar tot dan toe waren ze nog nooit getest tijdens rampen. Murphy, professor aan de Texas A&M Universiteit, besloot dat de tijd van de robots was aangebroken. Toestellen niet groter dan een schoendoos werden naar het rampgebied gezonden om zich een weg te banen door de brokstukken van het WTC.
'Het was te smal voor mensen of honden om door de brokstukken te bewegen. En waar we wel konden komen, waren er vaak branden die het gevaarlijk maakten', zegt Murphy. Robots waren er al lang, maar voor 9/11 hadden ze hun nut in rampscenario's nog niet bewezen. De tien volgende jaren werden ze vaker ingezet bij allerlei rampen, zoals orkanen, aardbevingen en zelfs olierampen. Intussen zijn ze daarop voorbereid, maar op 11 september 2001 werden ze letterlijk uit het laboratorium gesleurd.
Te land, ter zee en in de lucht
In het voorjaar van 2011 rolde een nieuwer model van de robot van 9/11 de kerncentrale van het Japanse Fukushima binnen. Het toestel ging er een controle uitvoeren na de kernramp die veroorzaakt werd door de aardbeving en tsunami van 11 maart. Voor mensen was die opdracht wegens hoge straling te gevaarlijk. De zogenaamde PackBot werd van op afstand met een joystick bestuurd. Dat besturingssysteem is letterlijk geïnspireerd op de controllers van Xbox en andere spelapparatuur.
Vliegende robots werden in 2005 ingezet toen New Orleans verwoest werd door orkaan Katrina. Ze konden slachtoffers zoeken die gestrand waren door overstromingen, terwijl reddingsteams met roeiboten op zoek moesten gaan. En in 2010 doken de robots ook onder water door de olieramp van BP in de Golf van Mexico. Goedkoop zijn de robots niet, maar ze zijn economisch wel interessant. Ze ontnemen de mens veel en soms onrealistisch werk. 'Robots hebben geen angst en ze zijn efficiënt', zegt Murphy.
Nog geen 'Lassie-moment'
Toch hebben robots nog veel werk aan hun imago. Dat komt volgens Murphy omdat ze nog geen 'Lassie-moment' hebben gekend. Er is geen precieze situatie bekend waarin robots het leven van iemand in een noodsituatie gered hebben. Ook hebben robots bijvoorbeeld niet na 9/11 de structuur van de ruïnes getest, om reddingswerkers voor gevaarlijke situaties te behoeden.
Een ander probleem is het gebrek aan subsidies. De meeste robots zijn in handen van vrijwilligers, die hun best doen om de techniek te verspreiden. Daardoor duurt het soms dagen voor robots in een rampgebied worden ingezet. En tot slot zijn robots nog niet vaardig genoeg. Zelfs al zijn ze nog zo klein, sommige doorgangen zijn ook voor een robot onmogelijk.
Er zit wel schot in de ontwikkeling van de robots om die nadelen weg te werken. iRobot probeert zijn robots meer autonomie te geven, waardoor de mensen achter de joysticks minder belangrijk worden. Andere producenten werken aan robots die als grote wormen door brokstukken kunnen kronkelen. Al heeft Murphy daar één bedenking bij: deze moderne robots kunnen slachtoffers angst aanjagen tijdens een reddingsoperatie. 'Ik weet niet of ik als slachtoffer deze robots op mij zou willen zien afkomen.'


